Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

ECLI:NL:OGEAC:2026:89

2026-02-23 Civiel recht CUR202500382
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Uitspraakdatum
2026-02-23
Publicatiedatum
2026-07-09
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
CUR202500382
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Retainerovereenkomst met advocaat. Aanspraak op beëindigingsvergoeding onaanvaardbaar.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.055 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO


Zaaknummer: CUR202500382



Vonnis van 23 februari 2026



in de zaak van




[…] B.V.,gevestigd in Curaçao,eiseres,gemachtigden: mrs. D.M. Wildeman en D.E. van Voorst,

tegen




1. DE STICHTING FUNDASHON BIBLIOTEKA NASHONAL KÒRSOU FRANK MARTINUS ARION (PROF. DR. FRANK EFRAIM MARTINUS),

gevestigd in Curaçao,2. [GEDAAGDE SUB 2],
wonend in Curaçao,gedaagden,gemachtigde: mr. B.M. Nagelmakers.



Partijen worden hierna eiseres, de Fundashon en gedaagde sub 2 genoemd.





1Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:


het verzoekschrift van 31 januari 2025,


de conclusie van antwoord,


de conclusie van repliek houdende een wijziging van eis;


de conclusie van dupliek.





1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.





2De feiten


In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten:


a. a) Eiseres is de praktijkvennootschap van advocaat mr. […]. De Fundashon beheert de openbare bibliotheek die voorheen aan het Waaigat was gehuisvest en nu aan de Fokkerweg. De Fundashon wordt door de overheid gefinancierd. Gedaagde sub 2 is sinds 1 juni 2023 de enig bestuurder van de Fundashon.

b) Tussen eiseres en de Fundashon zijn retainerovereenkomsten gesloten op grond waarvan eiseres tegen een vast bedrag per maand een aantal uren beschikbaar zou zijn voor, samengevat, juridische ondersteuning. De eerste retainer liep van september tot en met december 2019. De tweede werd aangegaan voor de periode januari 2020 tot en met juni 2021.

c) In januari 2020 is mr. [...] tegen betaling tijdelijk statutair bestuurder van de Fundashon geworden, waarvoor een afzonderlijke overeenkomst met de Fundashon is gesloten. De tweede retainer is voor de duur daarvan opgeschort.

d) Toen mr. [...] weer bestuurder-af was, is tussen eiseres en de Fundashon een derde retainer gesloten, hierna: ‘de retainer’, die zou lopen van 1 december 2020 tot 1 december 2022. Daarin is bepaald dat de retainer automatisch verlengd zou worden met drie jaar, tenzij deze “binnen een opzegtermijn van zes (6) maanden” voorafgaand aan het einde van de looptijd door één van partijen schriftelijk zou zijn opgezegd. De afgesproken door de Fundashon te betalen maandelijkse retainer fee was NAf 6.250 plus 6% OB en 3% kantoorkosten, waarvoor eiseres maximaal 28 uur per maand diensten zou verlenen.

e) Artikel 1.2 van de retainer luidt:



“Deze overeenkomst wordt automatisch verlengd voor een periode van drie jaar, tenzij een van de contractspanten de andere partij schriftelijk heeft opgezegd binnen een opzegtermijn van zes (6) maanden voorafgaand aan de vervaldatum van deze overeenkomst. Deze Overeenkomst kan zonder opgaaf van redenen tussentijds worden beëindigd onder de voorwaarde dat betaling van de Vergoeding, zoals omschreven in artikel 4, voor het restant van de overeengekomen periode ineens wordt voldaan of maandelijks wordt doorbetaald voor het restant van de overeengekomen periode.”



f) Artikel 4 omschrijft de vergoeding, voor zover hier van belang, op NAf 6.250 per maand, plus 6% OB en 3% kantoorkosten.

g) Van 1 maart 2022 tot 1 september 2022 is mr. [...] weer tijdelijk bestuurder van de Fundashon geworden. De derde retainer is voor de duur van dit bestuurderschap opgeschort. Door eiseres en de Fundashon werd op 22 februari 2022 een addendum getekend met de bepaling (artikel 1.1) dat de retainer voor een periode van zes maanden werd onderbroken en daardoor niet op 1 december 2022 maar op 1 juni 2023 zou eindigen. Voorts bepaalt het addendum (artikel 1.2) dat de retainer conform de overeenkomst na de nieuwe einddatum 1 juni 2023 wordt verlengd voor een periode van drie jaar, waardoor deze na verlenging eindigt op 1 juni 2026. Artikel 1.3 van het addendum ziet op stilzwijgende verlenging met drie jaar als niet “binnen een opzegtermijn van zes (6) maanden” is opgezegd. Artikel 1.4 van het addendum luidt:



“Deze Overeenkomst kan zonder opgaaf van redenen tussentijds worden beëindigd onder de voorwaarde dat betaling van de Vergoeding, zoals omschreven in artikel 4 van de Overeenkomst voor het restant van de overeengekomen periode ineens wordt voldaan of maandelijks wordt doorbetaald voor het restant van de overeengekomen periode.”



h) Van 1 september 2022 tot 1 juni 2023 was er een andere tijdelijk bestuurder, mevrouw […]. Per 1 juni 2023 trad gedaagde sub 2 aan als bestuurder van de Fundashon.

i. i) Gedaagde sub 2 heeft namens de Fundashon gepoogd de retainerafspraken te heronderhandelen. Overeenstemming daarover is niet bereikt. Bij e-mail van 25 april 2024 aan eiseres heeft hij namens de Fundashon de overeenkomst opgezegd: “Voor mij is het nu gepasseerd station en is het contract ontbonden.”

j) Eiseres heeft niet in de opzegging berust en heeft de Fundashon facturen gestuurd voor de retainer fee over de maanden mei 2024 tot en met mei 2026 voor in totaal, inclusief 6% kantoorkosten en 6% OB, Cg 175.562,50. Die facturen zijn onbetaald gebleven.




3De vordering


Eiseres vordert na wijziging van eis – samengevat – om bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:



1. voor recht te verklaren dat de retainerovereenkomst van 25 september 2020 niet rechtsgeldig is ontbonden;



2. voor recht te verklaren dat gedaagde sub 2 mede hoofdelijk aansprakelijk is voor de schuld van de Fundashon aan eiseres op grond van bestuurdersaansprakelijkheid;



3. de Fundashon en gedaagde sub 2 hoofdelijk te veroordelen, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres een bedrag van Cg 175.562,50 te betalen, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 mei 2024, of een door het gerecht in goede justitie te bepalen bedrag.





4De beoordeling



De gevraagde verklaring voor recht dat de retainer niet is ontbonden




4.1.

Bij de gevraagde verklaring voor recht dat de retainer niet is ontbonden
heeft eiseres geen belang. Uit de stellingen van gedaagden blijkt dat met de e-mail van 25 april 2024 aan eiseres door gedaagden niet is beoogd de retainer te ontbinden (wegens tekortkoming), maar om deze op te zeggen. Uit het verzoekschrift van eiseres (onder 33) blijkt dat ook eiseres dit zo heeft opgevat.




De gevraagde verklaring voor recht dat gedaagde sub 2 hoofdelijk aansprakelijk is





4.2.
Ook indien ervan zou worden uitgegaan dat de vordering van eiseres op de Fundashon gegrond is en haar stellingen over het handelen van gedaagde sub 2 juist zijn, kan dat niet tot aansprakelijkheid van gedaagde sub 2 leiden. Gedaagde sub 2 handelde in zijn hoedanigheid van bestuurder van de Fundashon. Hem treft, ook bij genoemde veronderstellingen, geen persoonlijk verwijt op grond waarvan eiseres hem uit hoofde van onrechtmatige daad persoonlijk kan aanspreken tot betaling.



De vordering tot betaling van Cg 175.562,50





4.3.
Eiseres grond haar vordering tot betaling van Cg 175.562,50 op de artikelen 1.2 en 4 van de retainer, in samenhang met het addendum, waaruit volgt dat bij opzegging van de overeenkomst eiseres aanspraak heeft op de volledige overeengekomen retainer fee tot het eind van de (verlengde) looptijd van de retainer. De Fundashon heeft opgezegd in april 2024 en heeft de vergoeding tot en met die maand betaald. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de Fundashon de gemaakte afspraak moet nakomen en vordert de vergoeding over de maanden mei 2024 tot en met mei 2026.



4.4.
De Fundashon stelt dat zij door eiseres “in het pak is genaaid”. Zij stelt dat eiseres haar niet heeft gewaarschuwd voor de nadelige gevolgen van de opzeggingsregeling en beëindigingsvergoeding. Volgens de Fundashon is sprake van misbruik van omstandigheden, op grond waarvan zij de desbetreffende afspraken heeft vernietigd. Voorts verzetten de redelijkheid en billijkheid zich volgens de Fundashon tegen de aanspraak van eiseres op de retainer fee over de periode na de opzegging. Volgens de Fundashon heeft zij eiseres bovendien te veel betaald, nu tegenover de maandelijkse vergoeding niet de overeengekomen 28 uur dienstverlening heeft gestaan. Ook heeft eiseres volgens de Fundashon ten onrechte 6% kantoorkosten in rekening gebracht, terwijl 3% was overeengekomen. Daarmee heeft eiseres volgens de Fundashon gewanpresteerd. De Fundashon doet voor haar vordering ter zake deze wanprestatie en het onverschuldigd aan eiseres betaalde, subsidiair, een beroep op verrekening. Voorafgaand aan dit alles stelt de Fundashon zich op het standpunt dat eiseres niet in haar vordering tegen de Fundashon kan worden ontvangen, omdat die vordering ziet op nakoming van een overeenkomst tot betaling van vergoedingen voor de als advocaat voor de Fundashon verrichte werkzaamheden, waarvoor eiseres, gelet op de betwisting door de Fundashon, de begrotingsprocedure bij de Raad van Toezicht op de Advocatuur moet volgen.



4.5.
Het verweer van de Fundashon dat de redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen de aanspraak van eiseres op de beëindigingsvergoeding slaagt. Daarvoor zijn in het bijzonder de volgende omstandigheden van belang:



De Fundashon is een door overheidssubsidie gefinancierde stichting;


De Fundashon heeft eiseres ingeschakeld voor juridische bijstand, en, met opschorting van de retainerovereenkomsten, mr. [...] als interim-bestuurder;


De twee eerdere door eiseres opgestelde retainerovereenkomsten kenden geen stilzwijgende verlenging en geen beëindigingsvergoeding;


De in de retainer opgenomen beëindigingsvergoeding wijkt ten nadele van de Fundashon af van de regeling bij beëindiging van een overeenkomst van opdracht als neergelegd in artikel 7:411 BW;


De stilzwijgende verlenging en in het bijzonder de beëindigingsvergoeding na verlenging hadden voor de Fundashon vergaande financiële consequenties en de beëindigingsvergoeding kon, zoals zich heeft voorgedaan, disproportioneel uitpakken;


Eiseres heeft geen gevolg gegeven aan het verzoek van de Fundashon voorafgaand en in deze procedure om opgave te doen van de door haar voor de Fundashon gewerkte uren, waarmee als onvoldoende gemotiveerd weersproken als juist moet worden aangenomen de stelling van de Fundashon dat er nauwelijks werk meer was voor eiseres, welke stelling steun vindt in de e-mail van de Fundashon aan eiseres van 24 maart 2024 (de wens om de uren over de voorgaande drie maanden alsnog in te zetten);


Door eiseres is niet weersproken de stelling van de Fundashon dat eiseres de nieuwe waarnemend bestuurder […] er niet op heeft gewezen dat de retainer na 1 juni 2023 voor drie jaar zou doorlopen;


Eiseres heeft de Fundashon bij het aangaan van de retainer en van het addendum niet, althans onvoldoende indringend, gewezen op de voor de Fundashon zeer ongunstige en voor eiseres zeer gunstige bepaling over de beëindigingsvergoeding en op de (financiële) consequenties daarvan voor de Fundashon bij (stilzwijgende) verlenging, hetgeen te meer op de weg van eiseres had gelegen gelet op haar vertrouwenspositie als advocaat en gelet op de bestuursperiodes van mr. [...].




4.6.
Onder deze omstandigheden is de vordering van eiseres tot betaling van de beëindigingsvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dit staat aan toewijzing van haar vordering in de weg. Voor toewijzing van een lager bedrag, zoals subsidiair gevorderd, bestaat onvoldoende grond, mede gelet op de periode dat de Fundashon de maandelijkse fee is blijven doorbetalen nadat gedaagde sub 2 op 1 juni 2023 was aangetreden als bestuurder en vervolgens tot afbouw en beëindiging van de opdracht poogde te komen. Daarbij wordt mede betrokken dat tegenover de betalingen door de Fundashon over de maanden februari-april 2024 kennelijk geen of nauwelijks werkzaamheden stonden.



4.7.
Gelet op het voorgaande, hoeft niet nader worden te ingegaan op het verweer van de Fundashon dat eiseres zich voor begroting tot de Raad van Toezicht op de Advocatuur had moeten wenden, welk verweer overigens steun vindt in GHvJ 23 oktober 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:201 en GEA Curaçao 9 december 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:250. Ook de overige verweren van de Fundashon behoeven geen bespreking.



Slotsom en kosten





4.8.
De vorderingen van eiseres zullen worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal eiseres worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als hierna omschreven.





5De beslissing


Het gerecht:



5.1.
wijst af het gevorderde;



5.2.
veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden begroot op Cg 4.000 voor salaris gemachtigde, bij uitblijven van betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis.


Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.