Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
ECLI:NL:OGEAC:2026:87
2026-07-07
Civiel recht; Ondernemingsrecht
CUR202601007
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot vernietiging of nietigverklaring van abusievelijk genomen besluit van aandeelhoudersvergadering tot ontbinding van verzoekster. Wettelijke basis? Tussenbeschikking.
Citeert (2)
- ECLI:NL:OGEAC:2025:130 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 20-03-2025
- ECLI:NL:OGEAC:2025:131 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 20-03-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.453 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202601007
Beschikking van 7 juli 2026 inzake
DUSRON FINANCE HOLDING B.V.,
verzoekster,
gemachtigde: mr. H.W. Braam.
1Het verzoek en de beoordeling
1.1.
Op een op 19 februari 2026 gehouden aandeelhoudersvergadering is besloten verzoekster te ontbinden. De ontbinding van verzoekster en de opheffing van haar onderneming zijn op diezelfde datum ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Blijkens het uittreksel uit het handelsregister heeft de vereffenaar op 2 maart 2026 verklaard dat geen baten aanwezig zijn. Uit het verzoekschrift blijkt niet of die vaststelling is bekendgemaakt als bedoeld in art. 2:31 sub 7 BW. Evenmin kan daarom worden vastgesteld dat de vereffening is geëindigd en verzoekster is opgehouden te bestaan.
1.2.
Bij verzoekschrift van 26 mei 2026 heeft verzoekster verzocht het op de aandeelhoudersvergadering genomen besluit tot haar ontbinding nietig te verklaren dan wel te vernietigen.
1.3.
Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat het ontbindingsbesluit op een vergissing berust. Bedoeld was een andere, aan haar gelieerde, lege vennootschap te ontbinden. Verzoekster heeft wel degelijk activiteiten en baten: zij is enig aandeelhouder van Dusron Contractors & Equipment B.V., een bedrijf met voor miljoenen aan bedrijfsmiddelen.
1.4.
Art. 429b lid 1 Rv bepaalt dat een beschikking wordt gegeven in de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. Een wettelijke basis voor het onderhavige verzoek lijkt te ontbreken. Deze is niet te vinden in de door verzoekster in de kop van haar verzoekschrift genoemde artikelen 2:27 lid 1 BW en 35 lid 1 sub d BW. Een grond voor nietigheid of vernietiging als bedoeld in art. 2:21 BW doet zich niet voor.
1.5.
Het gerecht verwijst in dit verband ook naar de uitspraken van dit gerecht in de zaken met nummers CUR202500118 (Inter Global Bank, ECLI:NL:OGEAC:2025:130) en MF Foundation, ECLI:NL:OGEAC:2025:131, bevestigd door het Hof, ECLI:NL:OGHACMB:2025:308) waarin werd geoordeeld dat er geen wettelijke basis is voor herroeping van een ontbindingsbesluit. In die laatste zaak overweegt de procureur-generaal bij de Hoge Raad een vordering tot cassatie in belang der wet.
1.6.
Verzoekster zal in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vragen:
i) of het voor verzoekster, mede gelet op de laatste twee zinnen onder 1.1, niet een mogelijkheid is om het ontbindingsbesluit zelf terug te draaien;
ii) wat, gelet op 1.4 en 1.5, de wettelijke basis is voor haar verzoek;
iii) of de procedure tot cassatie in belang der wet, als die wordt doorgezet, nieuw licht op de zaak werpt.
2De beslissing
Het gerecht:
- verwijst de zaak naar de (familie)rolzitting van 3 november 2026, 8.30 uur, voor het nemen van een akte uitlating door verzoekster;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, en in het openbaar uitgesproken.
Zie www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2026/juli/procureur-generaal-hoge-raad-vraagt-informatie-derden-voorafgaand/
Zaaknummer: CUR202601007
Beschikking van 7 juli 2026 inzake
DUSRON FINANCE HOLDING B.V.,
verzoekster,
gemachtigde: mr. H.W. Braam.
1Het verzoek en de beoordeling
1.1.
Op een op 19 februari 2026 gehouden aandeelhoudersvergadering is besloten verzoekster te ontbinden. De ontbinding van verzoekster en de opheffing van haar onderneming zijn op diezelfde datum ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Blijkens het uittreksel uit het handelsregister heeft de vereffenaar op 2 maart 2026 verklaard dat geen baten aanwezig zijn. Uit het verzoekschrift blijkt niet of die vaststelling is bekendgemaakt als bedoeld in art. 2:31 sub 7 BW. Evenmin kan daarom worden vastgesteld dat de vereffening is geëindigd en verzoekster is opgehouden te bestaan.
1.2.
Bij verzoekschrift van 26 mei 2026 heeft verzoekster verzocht het op de aandeelhoudersvergadering genomen besluit tot haar ontbinding nietig te verklaren dan wel te vernietigen.
1.3.
Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat het ontbindingsbesluit op een vergissing berust. Bedoeld was een andere, aan haar gelieerde, lege vennootschap te ontbinden. Verzoekster heeft wel degelijk activiteiten en baten: zij is enig aandeelhouder van Dusron Contractors & Equipment B.V., een bedrijf met voor miljoenen aan bedrijfsmiddelen.
1.4.
Art. 429b lid 1 Rv bepaalt dat een beschikking wordt gegeven in de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. Een wettelijke basis voor het onderhavige verzoek lijkt te ontbreken. Deze is niet te vinden in de door verzoekster in de kop van haar verzoekschrift genoemde artikelen 2:27 lid 1 BW en 35 lid 1 sub d BW. Een grond voor nietigheid of vernietiging als bedoeld in art. 2:21 BW doet zich niet voor.
1.5.
Het gerecht verwijst in dit verband ook naar de uitspraken van dit gerecht in de zaken met nummers CUR202500118 (Inter Global Bank, ECLI:NL:OGEAC:2025:130) en MF Foundation, ECLI:NL:OGEAC:2025:131, bevestigd door het Hof, ECLI:NL:OGHACMB:2025:308) waarin werd geoordeeld dat er geen wettelijke basis is voor herroeping van een ontbindingsbesluit. In die laatste zaak overweegt de procureur-generaal bij de Hoge Raad een vordering tot cassatie in belang der wet.
1.6.
Verzoekster zal in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vragen:
i) of het voor verzoekster, mede gelet op de laatste twee zinnen onder 1.1, niet een mogelijkheid is om het ontbindingsbesluit zelf terug te draaien;
ii) wat, gelet op 1.4 en 1.5, de wettelijke basis is voor haar verzoek;
iii) of de procedure tot cassatie in belang der wet, als die wordt doorgezet, nieuw licht op de zaak werpt.
2De beslissing
Het gerecht:
- verwijst de zaak naar de (familie)rolzitting van 3 november 2026, 8.30 uur, voor het nemen van een akte uitlating door verzoekster;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, en in het openbaar uitgesproken.
Zie www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2026/juli/procureur-generaal-hoge-raad-vraagt-informatie-derden-voorafgaand/