Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

ECLI:NL:OGEAC:2026:83

2026-06-12 Bestuursrecht; Belastingrecht CUR202504824 tot en met CUR202504826
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Uitspraakdatum
2026-06-12
Publicatiedatum
2026-06-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
CUR202504824 tot en met CUR202504826
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | CFN 2026/49 met annotatie van -

Inhoudsindicatie

Het Gerecht stelt vast dat met de vermindering het procesbelang ontbreekt, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Daarbij merkt het Gerecht op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Het Gerecht verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.465 tekens)
Uitspraak van 12 juni 2026
BBZ nrs. CUR202504824 tot en met CUR202504826



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO




UITSPRAAK



op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:





[Belanghebbende]
, wonende te Curaçao,
belanghebbende,



gericht tegen:




DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.






1PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn op 17 februari 2023 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 opgelegd naar een belastbaar- en premie-inkomen van NAf 43.372, resulterend in te ontvangen bedragen van NAf 1.079 (IB) NAf 756 (premies AOV/AWW), NAf 95 (premie AVBZ).



1.2
Belanghebbende heeft daartegen op 13 april 2023 bezwaar gemaakt.



1.3
De Inspecteur is bij uitspraken van 29 september 2025 (gedeeltelijk) aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen. De Inspecteur heeft de aanslagen verminderd naar een belastbaar- en premie-inkomen van NAf -/- NAf 59.743, resulterend in te ontvangen bedragen van NAf 2.425 (IB), NAf 6.939 (premies AOV/AWW) en NAf 867 (premie AVBZ).



1.4
Belanghebbende heeft op 28 november 2025 beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Cg 50.



1.5
De zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A], verbonden aan [X]. Namens de Inspecteur is, zonder voorafgaande berichtgeving, niemand verschenen.





2OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep

2.1
Een beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen (vgl. HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844).



2.2
Uit de uitspraken op bezwaar van 29 september 2025 volgt dat de Inspecteur alsnog 60% van de door belanghebbende als persoonlijke lasten in aftrek gebrachte onderhoudskosten als bedoeld in artikel 16 lid 1 letter h van de Landsverordening op de inkomstenbelasting (LIB) van in totaal NAf 171.858 in aftrek heeft toegestaan. Het voorgaande heeft erin geresulteerd dat de aanslagen zijn verminderd tot nihil.



2.3
Het Gerecht stelt vast dat met de vermindering het procesbelang voor wat betreft de aanslagen IB, premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2021 ontbreekt, nu het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Daarbij merkt het Gerecht op dat verliezen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld. Het beroep dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.



2.4
Het Gerecht merkt ten overvloede op dat een negatief zuiver inkomen op grond van artikel 15, lid 1 LIB verrekend kan worden met de (positieve) zuivere inkomens van de volgende vijf belastingjaren, te beginnen bij het eerste van die jaren. Dat betekent dat in die jaren, voor zover er dan positieve zuivere inkomens zijn, alsnog de hoogte van het in het onderhavige jaar geleden verlies ter discussie gesteld kan worden.





3PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.




4DE BESLISSING
Het Gerecht verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 12 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.



De griffier, De rechter,







Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.




HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)


Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18


Willemstad


Curaçao




U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).


Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

[email protected].



Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Cg 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500