Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

ECLI:NL:OGEAC:2026:142

2026-05-11 Civiel recht CUR202503389
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Uitspraakdatum
2026-05-11
Publicatiedatum
2026-08-13
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
CUR202503389
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bodemzaak. Vordering tot nakoming alimentatieverplichtingen uit aan buitenlands vonnis gehecht echtscheidingsconvenant.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.308 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO


Zaaknummer: CUR202503389



Vonnis van 11 mei 2026



in de zaak van




[vrouw], hierna: de vrouw,
wonend in [woonplaats],
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes,

tegen




[man], hierna: de man,
wonend in [woonplaats],
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
gemachtigde: mr. G.B. Steward.






1Het procesverloop


1.1.
Op 1 september 2025 heeft de vrouw een verzoekschrift ingediend. De man heeft op 19 januari 2026 een conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie genomen. Op 17 maart 2026 is een comparitie van partijen gehouden. Partijen zijn ter zitting verschenen (de vrouw via videoverbinding), vergezeld van hun gemachtigden. De gemachtigden hebben spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd, waarbij de gemachtigde van de vrouw heeft verwezen naar een op voorhand overgelegde productie.



1.2.
Uitspraak is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.
Partijen zijn ex-echtgenoten.



2.2.
Bij final judgment and decree of divorce van The Superior Court of Glynn County, State of Georgia van 31 mei 2017 (hierna: het judgment) is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Bij het judgment is bepaald dat het door partijen gesloten echtscheidingsconvenant daarvan deel uitmaakt en dat ‘all terms and conditions thereof shall be mandatory.’



2.3.
Het convenant bepaalt onder meer dat de man de vrouw USD 7.000 per maand aan partneralimentatie moet betalen totdat de vrouw (in mei 2028) de leeftijd van 65 jaar bereikt.


2.4.
De man is in gebreke gebleven met de betaling van de alimentatie, een contempt order van de Amerikaanse rechter ten spijt.



2.5.
Bij order van The Superior Court of Glynn County, State of Georgia, van 16 maart 2020 is het verzoek van de man tot wijziging van de alimentatie geweigerd.



2.6.
De vrouw heeft de achterstand van de man tot en met juli 2025 berekend op USD 438.115.



2.7.
De vrouw heeft na van dit gerecht verkregen verlof ten laste van de man conservatoire beslagen doen leggen op het aandeel van de man in een onroerende zaak in het Royal Palm Resort, onder het makelaarskantoor waaraan de man is verbonden en onder een aantal banken.





3De vorderingen


3.1.
De vrouw vordert in conventie om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:


de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen het bedrag van USD 438.115, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 maart 2022, althans vanaf een door het gerecht in goede justitie te bepalen datum, en met 15% aan incassokosten, althans een door het gerecht in goede justitie te bepalen bedrag aan incassokosten;



de man te veroordelen in de kosten van deze procedure waaronder begrepen de door de vrouw betaalde griffierechten, zegels, alsmede de door de vrouw betaalde beslag- en betekeningskosten ad Cg 3.624,30 te vermeerderen met de betekeningskosten van de bodemzaak aan de derden, en met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na datum vonnis.




3.2.
De man vordert in reconventie om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:


de vrouw te bevelen om de nakoming van het echtscheidingsconvenant te staken en gestaakt te houden wegens strijdigheid met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, onder verbeurte van een dwangsom van Cg. 5.000 per dag of gedeelte van een dag dat de vrouw zich niet aan het bevel houdt;
althans
de man te ontheffen uit zijn verplichting tot de betaling van partneralimentatie uit hoofde van het convenant wegens strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid althans te bepalen dat de door de man verschuldigde partneralimentatie op nihil wordt gesteld met terugwerkende kracht tot 13 januari 2021;
althans
een bedrag vast te stellen dat het gerecht in goede justitie geraden acht,
met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.




3.3.

Partijen voeren verweer tegen elkaars vorderingen en concluderen tot afwijzing daarvan.

4. De beoordeling




4.1.
De vordering van de vrouw strekt tot nakoming door de man van diens alimentatieverplichtingen zoals neergelegd in het convenant en het judgment.



4.2.
De man heeft zich onder meer verweerd met de stelling dat de vrouw haar vordering niet heeft gespecificeerd en het door haar gevorderde bedrag niet inzichtelijk heeft gemaakt. De vrouw heeft als productie 4 echter een heldere berekening overgelegd van hetgeen achterstallig is. Bovendien is het ook voor de man eenvoudig na te gaan hoeveel alimentatietermijnen hij heeft voldaan en hoeveel termijnen hij onbetaald heeft gelaten. Zijn betwisting is dan ook onvoldoende onderbouwd, zodat daaraan moet worden voorbijgegaan.



4.3.
Voorts heeft de man erop gewezen dat voor vonnissen gewezen in de Verenigde Staten geen exequatur kan worden verleend. Dat is op zich juist, maar de vrouw verzoekt ook geen exequatur. Zij vordert veroordeling tot betaling. Dat is mogelijk, zoals ook blijkt uit art. 431 lid 2 Rv: ‘De gedingen kunnen opnieuw bij de rechter hier te lande worden behandeld en afgedaan.’



4.4.

Voor zover de opnieuw ingestelde vordering (louter) wordt gebaseerd op het buitenlands vonnis, dient de Curaçaose rechter het buitenlands vonnis te toetsen aan de vier zogenoemde Gazprombank-criteria (HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838). Daarbij is uitgangspunt dat een buitenlandse beslissing in beginsel wordt erkend indien:
i) de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is, ii) de buitenlandse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging,
iii) de erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde, en
iv) de buitenlandse beslissing niet onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Curaçaose rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Curaçao vatbaar is.




4.5.
De stelling van de man dat het judgment en het convenant in strijd zijn met de openbare orde van Curacao (criterium iii) omdat is opgenomen dat de partneralimentatie niet kan wijzigen, kan niet worden gevolgd. Dit te minder omdat deze non-wijzigingsbepaling er niet aan in de weg staat dat de Curaçaose rechter in voorkomend geval kan oordelen dat onverkorte tenuitvoerlegging van de afgesproken en bevolen partneralimentatie onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.




4.6.
Aan de andere drie Gazprombank-criteria voldoet het judgment ook. Dit brengt mee dat het judgment voor erkenning in aanmerking komt en de man kan worden veroordeeld tot nakoming van de ‘mandatory’ bepaling over de partneralimentatie in het convenant.



4.7.
De vrouw baseert haar vordering echter niet uitsluitend op het judgment: zij beroept zich vooral op de onderliggende afspraken in het convenant. Tegen het bestaan en de inhoud van die afspraken is door de man geen gemotiveerd verweer gevoerd, evenmin als tegen de hoogte van het door hem verschuldigde bedrag. Van die afspraken moet dan ook worden uitgegaan. Die afspraken kunnen de vordering van de vrouw tot betaling van USD 438.115 dragen.



4.8.
De door de man overgelegde legal opinion ziet op lijfsdwang. Het gerecht ziet in die opinion geen steun voor de stelling dat (naar het recht van de staat Georgia) de man door het gerecht niet kan worden veroordeeld tot betaling.



4.9.
Door de man is aangevoerd, en daarop zijn diens vorderingen in reconventie mede gestoeld, dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder een terugval in zijn inkomen en de teloorgang van zijn zakelijke successen. Volgens de man brengen de redelijk en billijkheid mee dat de vrouw afziet van het afdwingen van het convenant en dat de man wordt ontheven uit zijn verplichting tot betaling van partneralimentatie.



4.10.
Voor zover de man beoogt te stellen dat de gewijzigde omstandigheden meebrengen dat het naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de vrouw aanspraak blijft maken op de afgesproken alimentatie, is hetgeen de man daartoe heeft aangevoerd onvoldoende. Zo heeft de man geen inzicht gegeven in zijn vermogenspositie. Blijkens de bij het verzoekschrift overgelegde notariële akte, is het door de vrouw beslagen appartement in 2022 verworven, voor een prijs van Cg 656.000. Dat duidt niet op onvermogen. Daarnaast geldt dat meergenoemd Superior Court blijkens de ten behoeve van de comparitie door de vrouw overgelegde order van 16 maart 2020 het verzoek van de man tot wijziging van de alimentatie heeft geweigerd. Dat de omstandigheden sindsdien in relevante mate zijn gewijzigd, zodanig dat sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid door de vrouw en onaanvaardbaarheid van haar aanspraken, is niet aannemelijk gemaakt.



4.11.
Voor zover de man wijziging van het alimentatiebedrag beoogt, heeft de vrouw er op goede grond op gewezen dat de onderhavige procedure daarvoor niet is bedoeld. De man kan daartoe, in het midden gelaten of de Curaçaose rechter bevoegd is, een verzoekprocedure (EJ-procedure) beginnen.



4.12.
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. De wettelijke rente zal worden toegewezen als gevorderd, nu de man dat deel van de vordering geen gemotiveerd verweer heeft gevoerd. De vordering ter zake buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu de vrouw ook na op dat punt door de man gevoerd verweer niet heeft aangetoond dat sprake is geweest van werkzaamheden waarvoor de proceskosten niet reeds een vergoeding insluiten.


4.13.
De man zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De beslagkosten zullen worden toegewezen voor zover die blijken uit de overgelegde stukken.





5De beslissing


Het gerecht:




in conventie




5.1.
veroordeelt de man aan de vrouw te betalen USD 438.115, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2022 tot de dag van algehele voldoening;



5.2.
veroordeelt de man in de kosten van het geding aan de zijde van de vrouw gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op Cg 7.500 aan griffierecht, Cg 316,50 aan oproepingskosten, Cg 4.219,30 aan beslagkosten en Cg 12.000 voor gemachtigdensalaris, alle bedragen bij uitblijven van betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



5.4.
wijst af het meer of anders door de vrouw gevorderde;



in reconventie





5.5.
wijst af het door de man gevorderde;



5.6.
veroordeelt de man in de kosten van het geding aan de zijde van de vrouw gerezen, tot aan deze uitspraak begroot Cg 2.000 voor gemachtigdensalaris.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 11 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.