Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
ECLI:NL:OGEAC:2026:140
2026-06-22
Civiel recht
CUR202403956
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bodemzaak. Overeenkomst tot levering en installatie zwembad. Geen herstelmogelijkheid.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (21.912 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202403956
Vonnis van 22 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. S. Terpstra,
tegen
de naamloze vennootschap COLCURVEN N.V. H.O.D.N. IGUI,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. Q.D.A. Carrega,
Partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Igui’ genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties 1 t/m 17;
de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 t/m 20;
de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie tevens akte vermindering eis met producties 18 t/m 21;
de aanvullende productie 22 van eiser;
de aanvullende producties 20 t/m 25 van gedaagde;
de mondelinge behandeling van 7 mei 2026,
de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Begin mei 2022 hebben [eiser] en Igui een overeenkomst gesloten betreffende de levering en installatie van een “unlimited pool & spajacuzzi” voor een bedrag van Cg 68.500,-. [eiser] heeft daarop een waarborgsom van Cg 47.950,- betaald. Nadien zijn nog enkele aanvullende onderdelen besteld, waaronder hydrojets en ledlampen.
2.2.
Het zwembad is op 5 juni 2023 geleverd en gedeeltelijk geplaatst bij [eiser]. Kort na de plaatsing heeft [eiser] bij Igui geklaagd over diverse gebreken aan het zwembad.
2.3.
Op 19 juni 2023 heeft een vertegenwoordiger van Igui het zwembad geïnspecteerd. Op diezelfde datum heeft tussen [eiser] en Igui een bespreking plaatsgevonden over de door [eiser] gemelde gebreken aan het zwembad. Tijdens deze bespreking is gesproken over de aard van de gebreken en de mogelijkheid van herstel. Daarbij is namens Igui medegedeeld dat de fabrieksgarantie zou worden aangesproken en dat technisch personeel naar Curaçao zou afreizen om herstelwerkzaamheden uit te voeren.
2.4.
Bij brief van 5 juli 2023 heeft [eiser] Igui verzocht het zwembad terug te nemen en daarbij te kennen gegeven dat het technisch personeel van de fabrikant niet meer hoefde te komen en dat zij haar aanbetaling wenste terug te ontvangen:
“(….) We are done. I don’ t want a factory guy to come. There is no amount of work that will fix all the problems. The lack of craftmanship tells us we don’t even want Igui to build a new pool for us.
We want you to come get your pool and refund all money paid to you. In addition, we want 30,000 Naf to compensate us for all the construction delays this caused and to clean up the mess you will leave behind.
This is not up for discussion or debate. The only things I want to
know from you are:
1. when you are coming with the crane to get the pool, and
2. When we can expect our money“
2.5.
Bij brief van 6 juli 2023 heeft [eiser] dit verzoek herhaald en Igui opnieuw verzocht het zwembad terug te nemen en het betaalde bedrag terug te geven:
“The first two issues of 1) getting your pool off of our property, and 2) refunding the deposit we paid in the amount of Naf 47,950 need to be taken care of immediately. Every day your pool is still here it is further delaying the construction of our pool.
As stated in our mail, the only things we want from you are to know when you will be here with the crane to take your pool back, and when we can expect our money to be returned. (…)“
2.6.
Als reactie op de brieven van 5 en 6 juli 2023 heeft Igui via haar advocaat op 20 juli 2023 een brief gestuurd aan [eiser]. Daarin stelde Igui dat het zwembad naar behoren functioneerde en dat de gemelde problemen eenvoudig konden worden opgelost. Daarnaast gaf Igui aan bereid te zijn mee te werken indien [eiser] het zwembad toch wilde laten verwijderen, maar uitsluitend onder bepaalde voorwaarden. Volgens Igui diende [eiser] alle kosten van verwijdering en eventuele schade te dragen. Verder zou de aanbetaling pas worden terugbetaald nadat deze kosten daarop in mindering waren gebracht, waarbij terugbetaling bovendien in termijnen zou plaatsvinden. Tot slot stelde Igui dat het zwembad na verwijdering eigendom van Igui zou worden.
2.7.
Vervolgens hebben partijen, bijgestaan door hun advocaten (in de periode van 31 augustus 2023 tot en met 18 december 2024) gecorrespondeerd over de verwijdering van het zwembad en onderhandeld over de wijze waarop die verwijdering diende plaats te vinden. Partijen hebben daarbij echter geen overeenstemming bereikt, in het bijzonder niet over de vraag welke partij de kosten van verwijdering van het zwembad dient te dragen.
2.8.
Begin 2024 heeft [eiser] een [belanghebbende] van Technics Caribbean ingeschakeld ter beoordeling van de staat van het zwembad. Bij brief van 13 juni 2024 heeft [eiser] Igui op de hoogte gebracht van zijn bevindingen uit het deskundigenrapport. In die brief staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
“ (…)Gebreken zwembad (…)
Een aantal gebreken worden benoemd ter illustratie. Ten eerste zijn de wanden ten opzichte van de bodem niet in 90° geplaatst. Ook bij het spagedeelte zijn de wanden niet in 90° geplaatst ten opzichte van de bodem.
Ten tweede is het eindpunt van het Zwembad ten opzichte van het beginpunt +/- 13 centimeter afwijkend van de afscheiding aan de zijkant van het zwembad. Op foto 2 bij het rapport, in hoek 2, is een rij tegels zichtbaar die zomaar zijn afgesneden op vier centimeter. Ook in hoek 4 op diezelfde foto is te zien dat de tegelzetter niet uit kwam met de tegels en de tegels daarom gemakshalve maar op 1 centimeter zijn afgesneden. De gehele constructie is kennelijk verkeerd uitgelijnd en de rij tegels wordt steeds kleiner.
Ten derde is op foto 3 bij het rapport zichtbaar dat meerdere tegels op de binnenste rij ongelijk gelegd zijn en in verschillende afmetingen zijn gesneden waardoor er een aanzienlijke variatie is in de grootte van de voeglijnen. Bovendien brokkelen die voegen op verschillende plekken af. Dit is te zien op de foto’s 6, 7 en 8 bij het rapport. Ook de tegels zijn op meerdere plekken gebroken (zie foto’s 8, 9, 10 en 11 bij het rapport).
Ten slotte is de afstand tussen de watervallen niet gelijk. Op grond van de industrienorm mag worden verwacht dat de afstand tussen de watervallen gelijk is, maar ook dat is hier niet het geval. Al met al ziet het zwembad er slecht gebouwd uit, en op basis van het rapport is gebleken dat dit ook daadwerkelijk zo is.
(…)
Herstel
[eiser] heeft op grond van artikel 7:21 BW recht op herstel of vervanging van het gebrekkige product. Uit het rapport is genoegzaam gebleken dat indien Igui de gebreken gaat herstellen, dit tot gevolg heeft dat de onderliggende constructie van het Zwembad dient te worden aangepast. Voor het onderliggende fyberglass dient een andere constructie gebruikt te worden en verder dienen voor het gehele zwembad materialen te worden gebruikt die wél met elkaar gecombineerd kunnen worden. Dit zou erin resulteren dat er een geheel nieuw zwembad geplaatst dient te worden alsook een geheel nieuwe (onderliggende) constructie. Simpelweg herstel door het vervangen van tegels en/of andere cosmetische aangelegenheden, is in dit kader dus onvoldoende. Herstel (van slechts tegels of voegen) is derhalve niet toereikend.
Vervanging
De gebreken in de constructie kunnen worden verholpen door vervanging van de afgeleverde zaak. [eiser] ontvangt graag voorafgaand een plan waaruit blijkt dat daadwerkelijk andere producten zullen worden gebruikt. In zoverre dat een Zwembad wordt geleverd die voldoet aan de kwaliteitsnormen. (….)
Van belang is dat Igui ingevolge artikel 7:21 lid 3 BW verplicht is om binnen een
redelijke termijn
en
zonder overlast
voor [eiser], het Zwembad te vervangen. [eiser] heeft – gezien de wijze waarop tot dusverre door Igui met hem is gecommuniceerd – er geen vertrouwen in dat een nieuw zwembad (inclusief een nieuwe constructie) binnen een redelijke termijn, zonder overlast en mét de kwaliteit die hij van het Zwembad mag verwachten zal worden geleverd. Desalniettemin biedt [eiser] Igui nog een laatste kans daartoe. (….)”
2.9.
Naar aanleiding van de brief van 13 juni 2024 heeft telefonisch overleg plaatsgevonden tussen de advocaten van partijen. Tijdens dit overleg heeft de advocaat van Igui te kennen gegeven dat de brief volgens Igui “mosterd na de maaltijd” is, omdat reeds in juli 2023 met [eiser] afspraken zouden zijn gemaakt over herstel van het zwembad, waarvan Igui stelt dat [eiser] daar vervolgens eenzijdig op is teruggekomen.
2.10.
In een e-mail van 31 juli 2024 heeft de advocaat van [eiser] opnieuw een voorstel gedaan aan de advocaat van Igui om de zaak minnelijk te regelen. In reactie op het voorstel van 31 juli 2024 schrijft de advocaat van Igui in een e-mail als volgt:
“[eisers],
Bedankt voor uw onderstaande e-mail. Ik zal dit bespreken met cliënte, echter dit voorstel is ‘slechter’ dan eerdere voorstellen dat uw cliënt heeft gedaan. Ik noem enkele punten:
De kosten van de jets zijn niet in de verwijderingskosten begrepen;
Uw cliënt heeft al eerder aangeboden ANG 4.500,= van de verwijderingskosten voor zijn rekening te nemen;
Uw cliënt wenst niet dat het zwembad over de woning wordt getild. Dit zal de verwijderingskosten aanzienlijk doen toenemen.
Terugbetaling van het bedrag van ANG 40K ineens zal voor cliënt onmogelijk zijn. Zoals eerder aangegeven heeft hij het door uw cliënt betaald bedrag doorbetaald aan de fabrikant Igui. Client heeft nog geen cent verdient op het zwembad.
Ik bespreek dit en kom hier zo spoedig op terug. Echter, gelet op bovengenoemde punten vrees ik dat dit geen voorstel is dat tot een doorbraak zal kunnen leiden in deze zaak. (….)”
2.11.
Op 18 september 2024 heeft Igui een brief ontvangen van de advocaat van [eiser], waarin was vermeld dat de overeenkomst eerder, bij brief van 22 september 2023, door een voormalige advocaat van eiser zou zijn ontbonden:
“Geachte confrère,
In verband met bovengenoemde zaak, bericht ik u omtrent het volgende. Onlangs werd mij bekend de brief van mr. Da Costa Gomez d.d. 22 september 2023 aan uw client, Colcurven N.V., Igui Curaçao (‘Igui’), waarin de overeenkomst tussen mijn client, de heer [eiser] (‘[eiser]’) en Igui wordt ontbonden overeenkomstig artikel 6:265 BW) (…)”
2.12.
De advocaat van Igui schrijft hierover in zijn e-mail van 30 september 2024 als reactie op de brief van 18 september 2024 als volgt:
“ In your letter you refer to a letter dated 22 September 2023 of colleague Da Costa Gomez in which your client allegedly dissolved the agreement between the parties. This letter, a copy of which you provided me with, was never sent. It obviously concerns a draft that was never sent to client. (…)”
2.13.
Daarna heeft [eiser] conservatoir derdenbeslag doen leggen ten laste van Igui en deze procedure aanhangig gemaakt.
2.14.
Bij brief van 17 december 2024 heeft de huidige advocaat van [eiser] Igui per e-mail laten weten dat, voor zover nog geen ontbinding had plaatsgevonden, de brief van 18 september 2024 alsnog als verklaring tot ontbinding diende te gelden:
“Amice,
In reactie op uw email van 30 september 2024 bericht i u omtrent het volgende. Client persisteert bij zijn stelling dat de overeenkomst tussen hem en Igui is ontbonden. Indien en voorzover dat noodzakelijk is, is de overeenkomst in ieder geval (met terugwerkende kracht) op 18 september j.l. ontbonden. (…)”
2.15.
Op 18 december 2024 is in opdracht van [eiser] het zwembad uiteindelijk verwijderd van het perceel van [eiser] en teruggebracht naar het terrein van Igui.
2.16. [
eiser] heeft in totaal Cg. 6.010,20 betaald voor de verwijdering van het zwembad.
2.17.
De deurwaarder was bij het verplaatsen van het zwembad aanwezig en heeft een rapport gemaakt. In het rapport staat:
“1. Dat het personeel van het bedrijf Dura Equipe B.V. met een kraan bezig waren om het zwembad van het erf weg te halen;
2. Dat verschillende tegels rondom de ruimte alwaar het zwembad geïnstalleerd was, beschadigingen vertoonden;
3. Dat bij het weghalen van het zwembad geconstateerd werd dat het zwembad op losse betonblokken en stukjes hout rustte;
4. Dat het zwembad zelf geringe beschadigingen aan de buitenzijde vertoonde en dat deze beschadigingen zijn van minimale omvang waren en reeds aanwezig voordat het zwembad werd gelift;
5. Dat tijdens het liften van het zwembad en het vervoer geen schade aan het zwembad is ontstaan;
6. Dat het zwembad zonder nadere schade omstreeks 12.15 uur op het terrein van Colcurven N.V. werd afgeleverd”
3De vorderingen
In conventie
3.1. [
eiser] vordert, samengevat, een verklaring voor recht dat Igui toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en daardoor schadeplichtig is geworden. Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag dat sprake was van non-conformiteit, zodat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden wegens wanprestatie. In verband daarmee vordert [eiser] terugbetaling van de betaalde waarborgsom van Cg 47.950,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift.
3.2.
Daarnaast vordert [eiser] vergoeding van de door hem geleden schade ten bedrage van Cg 49.113,13, bestaande uit de kosten van het onderstel van Cg 43.102,93 en verwijderingskosten van het zwembad van Cg 6.010,20, eveneens vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift.
3.3.
Igui concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij betwist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming en voert aan dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden. Volgens Igui bestaat daarom geen grond voor schadevergoeding. Igui verzoekt [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren, althans de vorderingen af te wijzen.
In voorwaardelijke reconventie
3.4.
In voorwaardelijke reconventie vordert Igui veroordeling van [eiser] tot betaling van herstelkosten van het zwembad ten bedrage van Cg 8.500,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift. Volgens Igui is het zwembad door toedoen van [eiser] beschadigd geraakt, zodat deze kosten in mindering dienen te worden gebracht op de waarborgsom.
4De beoordeling
In conventie
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij een overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de levering en installatie van een zwembad. Evenmin is in geschil dat het zwembad op 5 juni 2023 bij [eiser] is geplaatst. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of Igui in verzuim is geraakt en of de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden.
4.2.
Het gerecht stelt voorop dat uit de overgelegde correspondentie, de foto’s en het deskundigenrapport volgt dat in meer of mindere mate sprake was van gebreken aan het zwembad. Vaststaat dat [eiser] kort na de plaatsing klachten heeft geuit ten aanzien van de gebreken. Ook Igui heeft erkend dat herstelwerkzaamheden nodig waren. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat het zwembad op onderdelen niet voldeed aan hetgeen [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
4.3.
Gelet op het partijdebat ligt vervolgens de vraag voor of Igui in verzuim is geraakt. Het gerecht beantwoordt die vraag ontkennend.
4.4.
Vaststaat dat partijen na de klachten van [eiser] met elkaar in overleg zijn getreden over herstel van het zwembad. Igui heeft onweersproken aangevoerd dat de fabrikant bereid was technisch personeel naar Curaçao te sturen om herstelwerkzaamheden uit te voeren en dat [eiser] daar aanvankelijk mee heeft ingestemd (zie 2.3.). Zoals hiervoor onder 2.4. en 2.5. is vermeld, heeft [eiser] vervolgens op 5 en 6 juli 2023 Igui verzocht het zwembad te verwijderen en terugbetaling van de betaalde bedragen gevorderd. Daarmee heeft [eiser] feitelijk niet langer ingezet op herstel van de tekortkomingen, maar aangestuurd op beëindiging van de overeenkomst, zonder enige herstelpoging af te wachten.
4.5.
Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat aan Igui een behoorlijke en concrete gelegenheid tot herstel is geboden als bedoeld in artikel 6:82 BW. Weliswaar heeft [eiser] zich erop beroepen dat bij brief van 13 juni 2024 alsnog een termijn voor herstel is gesteld, maar die ingebrekestelling acht het gerecht tardief gelet op het ruime tijdsverloop sinds de constatering van de gebreken, de eerdere mededeling van [eiser] geen gebruik meer te willen maken van de door Igui aangeboden herstelmogelijkheden en de vergaande onderhandelingen die daarna tussen partijen hebben plaatsgevonden, steeds met het oog op beëindiging van de overeenkomst. De brief van 13 juni 2024 kan daarom niet meer gelden als een ingebrekestelling die ertoe strekte Igui alsnog een reële mogelijkheid tot herstel te bieden. Daarbij neemt het gerecht mede in aanmerking dat Igui onweersproken heeft gesteld dat het na zo’n ruim tijdsverloop voor haar niet meer mogelijk was om de fabrieksgarantie in te roepen.
4.6.
Dit leidt tot de slotsom dat geen geldige ingebrekestelling is gedaan. Evenmin is gebleken dat het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden. Het gerecht komt daarom tot de conclusie dat Igui niet in verzuim is geraakt en dat daarom de ontbinding niet rechtsgeldig is.
4.7.
Nu de door [eiser] ingestelde vorderingen alle berusten op een ontbinding die geen rechtsgevolg heeft, missen deze een toereikende grondslag. Aan de vorderingen worden geen andere grondslagen ten grondslag gelegd. De vorderingen worden daarom afgewezen.
4.8.
Omdat [eiser] in het ongelijk wordt gesteld, wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Igui worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 4.000,- (2 punten in tarief 7) aan gemachtigdensalaris.
4.9.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten
uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
In voorwaardelijke reconventie
4.10.
De vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat de (geld)vordering in conventie zou worden toegewezen. Die voorwaarde is niet vervuld en daarom hoeft de vordering in reconventie geen bespreking. Gezien de nauwe verwevenheid tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie, ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten in reconventie te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
Het gerecht:
In conventie
5.1.
wijst af het gevorderde;
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling aan Igui van Cg. 4000,- aan salaris gemachtigde en Cg. 250,- aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg. 150,- in geval van betekening;
5.3.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
In voorwaardelijke reconventie
5.5.
verstaat dat over de vordering niet hoeft te worden beslist;
5.6.
compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. H. Semerci, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
Zaaknummer: CUR202403956
Vonnis van 22 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. S. Terpstra,
tegen
de naamloze vennootschap COLCURVEN N.V. H.O.D.N. IGUI,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. Q.D.A. Carrega,
Partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Igui’ genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties 1 t/m 17;
de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 t/m 20;
de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie tevens akte vermindering eis met producties 18 t/m 21;
de aanvullende productie 22 van eiser;
de aanvullende producties 20 t/m 25 van gedaagde;
de mondelinge behandeling van 7 mei 2026,
de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Begin mei 2022 hebben [eiser] en Igui een overeenkomst gesloten betreffende de levering en installatie van een “unlimited pool & spajacuzzi” voor een bedrag van Cg 68.500,-. [eiser] heeft daarop een waarborgsom van Cg 47.950,- betaald. Nadien zijn nog enkele aanvullende onderdelen besteld, waaronder hydrojets en ledlampen.
2.2.
Het zwembad is op 5 juni 2023 geleverd en gedeeltelijk geplaatst bij [eiser]. Kort na de plaatsing heeft [eiser] bij Igui geklaagd over diverse gebreken aan het zwembad.
2.3.
Op 19 juni 2023 heeft een vertegenwoordiger van Igui het zwembad geïnspecteerd. Op diezelfde datum heeft tussen [eiser] en Igui een bespreking plaatsgevonden over de door [eiser] gemelde gebreken aan het zwembad. Tijdens deze bespreking is gesproken over de aard van de gebreken en de mogelijkheid van herstel. Daarbij is namens Igui medegedeeld dat de fabrieksgarantie zou worden aangesproken en dat technisch personeel naar Curaçao zou afreizen om herstelwerkzaamheden uit te voeren.
2.4.
Bij brief van 5 juli 2023 heeft [eiser] Igui verzocht het zwembad terug te nemen en daarbij te kennen gegeven dat het technisch personeel van de fabrikant niet meer hoefde te komen en dat zij haar aanbetaling wenste terug te ontvangen:
“(….) We are done. I don’ t want a factory guy to come. There is no amount of work that will fix all the problems. The lack of craftmanship tells us we don’t even want Igui to build a new pool for us.
We want you to come get your pool and refund all money paid to you. In addition, we want 30,000 Naf to compensate us for all the construction delays this caused and to clean up the mess you will leave behind.
This is not up for discussion or debate. The only things I want to
know from you are:
1. when you are coming with the crane to get the pool, and
2. When we can expect our money“
2.5.
Bij brief van 6 juli 2023 heeft [eiser] dit verzoek herhaald en Igui opnieuw verzocht het zwembad terug te nemen en het betaalde bedrag terug te geven:
“The first two issues of 1) getting your pool off of our property, and 2) refunding the deposit we paid in the amount of Naf 47,950 need to be taken care of immediately. Every day your pool is still here it is further delaying the construction of our pool.
As stated in our mail, the only things we want from you are to know when you will be here with the crane to take your pool back, and when we can expect our money to be returned. (…)“
2.6.
Als reactie op de brieven van 5 en 6 juli 2023 heeft Igui via haar advocaat op 20 juli 2023 een brief gestuurd aan [eiser]. Daarin stelde Igui dat het zwembad naar behoren functioneerde en dat de gemelde problemen eenvoudig konden worden opgelost. Daarnaast gaf Igui aan bereid te zijn mee te werken indien [eiser] het zwembad toch wilde laten verwijderen, maar uitsluitend onder bepaalde voorwaarden. Volgens Igui diende [eiser] alle kosten van verwijdering en eventuele schade te dragen. Verder zou de aanbetaling pas worden terugbetaald nadat deze kosten daarop in mindering waren gebracht, waarbij terugbetaling bovendien in termijnen zou plaatsvinden. Tot slot stelde Igui dat het zwembad na verwijdering eigendom van Igui zou worden.
2.7.
Vervolgens hebben partijen, bijgestaan door hun advocaten (in de periode van 31 augustus 2023 tot en met 18 december 2024) gecorrespondeerd over de verwijdering van het zwembad en onderhandeld over de wijze waarop die verwijdering diende plaats te vinden. Partijen hebben daarbij echter geen overeenstemming bereikt, in het bijzonder niet over de vraag welke partij de kosten van verwijdering van het zwembad dient te dragen.
2.8.
Begin 2024 heeft [eiser] een [belanghebbende] van Technics Caribbean ingeschakeld ter beoordeling van de staat van het zwembad. Bij brief van 13 juni 2024 heeft [eiser] Igui op de hoogte gebracht van zijn bevindingen uit het deskundigenrapport. In die brief staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
“ (…)Gebreken zwembad (…)
Een aantal gebreken worden benoemd ter illustratie. Ten eerste zijn de wanden ten opzichte van de bodem niet in 90° geplaatst. Ook bij het spagedeelte zijn de wanden niet in 90° geplaatst ten opzichte van de bodem.
Ten tweede is het eindpunt van het Zwembad ten opzichte van het beginpunt +/- 13 centimeter afwijkend van de afscheiding aan de zijkant van het zwembad. Op foto 2 bij het rapport, in hoek 2, is een rij tegels zichtbaar die zomaar zijn afgesneden op vier centimeter. Ook in hoek 4 op diezelfde foto is te zien dat de tegelzetter niet uit kwam met de tegels en de tegels daarom gemakshalve maar op 1 centimeter zijn afgesneden. De gehele constructie is kennelijk verkeerd uitgelijnd en de rij tegels wordt steeds kleiner.
Ten derde is op foto 3 bij het rapport zichtbaar dat meerdere tegels op de binnenste rij ongelijk gelegd zijn en in verschillende afmetingen zijn gesneden waardoor er een aanzienlijke variatie is in de grootte van de voeglijnen. Bovendien brokkelen die voegen op verschillende plekken af. Dit is te zien op de foto’s 6, 7 en 8 bij het rapport. Ook de tegels zijn op meerdere plekken gebroken (zie foto’s 8, 9, 10 en 11 bij het rapport).
Ten slotte is de afstand tussen de watervallen niet gelijk. Op grond van de industrienorm mag worden verwacht dat de afstand tussen de watervallen gelijk is, maar ook dat is hier niet het geval. Al met al ziet het zwembad er slecht gebouwd uit, en op basis van het rapport is gebleken dat dit ook daadwerkelijk zo is.
(…)
Herstel
[eiser] heeft op grond van artikel 7:21 BW recht op herstel of vervanging van het gebrekkige product. Uit het rapport is genoegzaam gebleken dat indien Igui de gebreken gaat herstellen, dit tot gevolg heeft dat de onderliggende constructie van het Zwembad dient te worden aangepast. Voor het onderliggende fyberglass dient een andere constructie gebruikt te worden en verder dienen voor het gehele zwembad materialen te worden gebruikt die wél met elkaar gecombineerd kunnen worden. Dit zou erin resulteren dat er een geheel nieuw zwembad geplaatst dient te worden alsook een geheel nieuwe (onderliggende) constructie. Simpelweg herstel door het vervangen van tegels en/of andere cosmetische aangelegenheden, is in dit kader dus onvoldoende. Herstel (van slechts tegels of voegen) is derhalve niet toereikend.
Vervanging
De gebreken in de constructie kunnen worden verholpen door vervanging van de afgeleverde zaak. [eiser] ontvangt graag voorafgaand een plan waaruit blijkt dat daadwerkelijk andere producten zullen worden gebruikt. In zoverre dat een Zwembad wordt geleverd die voldoet aan de kwaliteitsnormen. (….)
Van belang is dat Igui ingevolge artikel 7:21 lid 3 BW verplicht is om binnen een
redelijke termijn
en
zonder overlast
voor [eiser], het Zwembad te vervangen. [eiser] heeft – gezien de wijze waarop tot dusverre door Igui met hem is gecommuniceerd – er geen vertrouwen in dat een nieuw zwembad (inclusief een nieuwe constructie) binnen een redelijke termijn, zonder overlast en mét de kwaliteit die hij van het Zwembad mag verwachten zal worden geleverd. Desalniettemin biedt [eiser] Igui nog een laatste kans daartoe. (….)”
2.9.
Naar aanleiding van de brief van 13 juni 2024 heeft telefonisch overleg plaatsgevonden tussen de advocaten van partijen. Tijdens dit overleg heeft de advocaat van Igui te kennen gegeven dat de brief volgens Igui “mosterd na de maaltijd” is, omdat reeds in juli 2023 met [eiser] afspraken zouden zijn gemaakt over herstel van het zwembad, waarvan Igui stelt dat [eiser] daar vervolgens eenzijdig op is teruggekomen.
2.10.
In een e-mail van 31 juli 2024 heeft de advocaat van [eiser] opnieuw een voorstel gedaan aan de advocaat van Igui om de zaak minnelijk te regelen. In reactie op het voorstel van 31 juli 2024 schrijft de advocaat van Igui in een e-mail als volgt:
“[eisers],
Bedankt voor uw onderstaande e-mail. Ik zal dit bespreken met cliënte, echter dit voorstel is ‘slechter’ dan eerdere voorstellen dat uw cliënt heeft gedaan. Ik noem enkele punten:
De kosten van de jets zijn niet in de verwijderingskosten begrepen;
Uw cliënt heeft al eerder aangeboden ANG 4.500,= van de verwijderingskosten voor zijn rekening te nemen;
Uw cliënt wenst niet dat het zwembad over de woning wordt getild. Dit zal de verwijderingskosten aanzienlijk doen toenemen.
Terugbetaling van het bedrag van ANG 40K ineens zal voor cliënt onmogelijk zijn. Zoals eerder aangegeven heeft hij het door uw cliënt betaald bedrag doorbetaald aan de fabrikant Igui. Client heeft nog geen cent verdient op het zwembad.
Ik bespreek dit en kom hier zo spoedig op terug. Echter, gelet op bovengenoemde punten vrees ik dat dit geen voorstel is dat tot een doorbraak zal kunnen leiden in deze zaak. (….)”
2.11.
Op 18 september 2024 heeft Igui een brief ontvangen van de advocaat van [eiser], waarin was vermeld dat de overeenkomst eerder, bij brief van 22 september 2023, door een voormalige advocaat van eiser zou zijn ontbonden:
“Geachte confrère,
In verband met bovengenoemde zaak, bericht ik u omtrent het volgende. Onlangs werd mij bekend de brief van mr. Da Costa Gomez d.d. 22 september 2023 aan uw client, Colcurven N.V., Igui Curaçao (‘Igui’), waarin de overeenkomst tussen mijn client, de heer [eiser] (‘[eiser]’) en Igui wordt ontbonden overeenkomstig artikel 6:265 BW) (…)”
2.12.
De advocaat van Igui schrijft hierover in zijn e-mail van 30 september 2024 als reactie op de brief van 18 september 2024 als volgt:
“ In your letter you refer to a letter dated 22 September 2023 of colleague Da Costa Gomez in which your client allegedly dissolved the agreement between the parties. This letter, a copy of which you provided me with, was never sent. It obviously concerns a draft that was never sent to client. (…)”
2.13.
Daarna heeft [eiser] conservatoir derdenbeslag doen leggen ten laste van Igui en deze procedure aanhangig gemaakt.
2.14.
Bij brief van 17 december 2024 heeft de huidige advocaat van [eiser] Igui per e-mail laten weten dat, voor zover nog geen ontbinding had plaatsgevonden, de brief van 18 september 2024 alsnog als verklaring tot ontbinding diende te gelden:
“Amice,
In reactie op uw email van 30 september 2024 bericht i u omtrent het volgende. Client persisteert bij zijn stelling dat de overeenkomst tussen hem en Igui is ontbonden. Indien en voorzover dat noodzakelijk is, is de overeenkomst in ieder geval (met terugwerkende kracht) op 18 september j.l. ontbonden. (…)”
2.15.
Op 18 december 2024 is in opdracht van [eiser] het zwembad uiteindelijk verwijderd van het perceel van [eiser] en teruggebracht naar het terrein van Igui.
2.16. [
eiser] heeft in totaal Cg. 6.010,20 betaald voor de verwijdering van het zwembad.
2.17.
De deurwaarder was bij het verplaatsen van het zwembad aanwezig en heeft een rapport gemaakt. In het rapport staat:
“1. Dat het personeel van het bedrijf Dura Equipe B.V. met een kraan bezig waren om het zwembad van het erf weg te halen;
2. Dat verschillende tegels rondom de ruimte alwaar het zwembad geïnstalleerd was, beschadigingen vertoonden;
3. Dat bij het weghalen van het zwembad geconstateerd werd dat het zwembad op losse betonblokken en stukjes hout rustte;
4. Dat het zwembad zelf geringe beschadigingen aan de buitenzijde vertoonde en dat deze beschadigingen zijn van minimale omvang waren en reeds aanwezig voordat het zwembad werd gelift;
5. Dat tijdens het liften van het zwembad en het vervoer geen schade aan het zwembad is ontstaan;
6. Dat het zwembad zonder nadere schade omstreeks 12.15 uur op het terrein van Colcurven N.V. werd afgeleverd”
3De vorderingen
In conventie
3.1. [
eiser] vordert, samengevat, een verklaring voor recht dat Igui toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en daardoor schadeplichtig is geworden. Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag dat sprake was van non-conformiteit, zodat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden wegens wanprestatie. In verband daarmee vordert [eiser] terugbetaling van de betaalde waarborgsom van Cg 47.950,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift.
3.2.
Daarnaast vordert [eiser] vergoeding van de door hem geleden schade ten bedrage van Cg 49.113,13, bestaande uit de kosten van het onderstel van Cg 43.102,93 en verwijderingskosten van het zwembad van Cg 6.010,20, eveneens vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift.
3.3.
Igui concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij betwist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming en voert aan dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden. Volgens Igui bestaat daarom geen grond voor schadevergoeding. Igui verzoekt [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren, althans de vorderingen af te wijzen.
In voorwaardelijke reconventie
3.4.
In voorwaardelijke reconventie vordert Igui veroordeling van [eiser] tot betaling van herstelkosten van het zwembad ten bedrage van Cg 8.500,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift. Volgens Igui is het zwembad door toedoen van [eiser] beschadigd geraakt, zodat deze kosten in mindering dienen te worden gebracht op de waarborgsom.
4De beoordeling
In conventie
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij een overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot de levering en installatie van een zwembad. Evenmin is in geschil dat het zwembad op 5 juni 2023 bij [eiser] is geplaatst. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of Igui in verzuim is geraakt en of de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden.
4.2.
Het gerecht stelt voorop dat uit de overgelegde correspondentie, de foto’s en het deskundigenrapport volgt dat in meer of mindere mate sprake was van gebreken aan het zwembad. Vaststaat dat [eiser] kort na de plaatsing klachten heeft geuit ten aanzien van de gebreken. Ook Igui heeft erkend dat herstelwerkzaamheden nodig waren. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat het zwembad op onderdelen niet voldeed aan hetgeen [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
4.3.
Gelet op het partijdebat ligt vervolgens de vraag voor of Igui in verzuim is geraakt. Het gerecht beantwoordt die vraag ontkennend.
4.4.
Vaststaat dat partijen na de klachten van [eiser] met elkaar in overleg zijn getreden over herstel van het zwembad. Igui heeft onweersproken aangevoerd dat de fabrikant bereid was technisch personeel naar Curaçao te sturen om herstelwerkzaamheden uit te voeren en dat [eiser] daar aanvankelijk mee heeft ingestemd (zie 2.3.). Zoals hiervoor onder 2.4. en 2.5. is vermeld, heeft [eiser] vervolgens op 5 en 6 juli 2023 Igui verzocht het zwembad te verwijderen en terugbetaling van de betaalde bedragen gevorderd. Daarmee heeft [eiser] feitelijk niet langer ingezet op herstel van de tekortkomingen, maar aangestuurd op beëindiging van de overeenkomst, zonder enige herstelpoging af te wachten.
4.5.
Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat aan Igui een behoorlijke en concrete gelegenheid tot herstel is geboden als bedoeld in artikel 6:82 BW. Weliswaar heeft [eiser] zich erop beroepen dat bij brief van 13 juni 2024 alsnog een termijn voor herstel is gesteld, maar die ingebrekestelling acht het gerecht tardief gelet op het ruime tijdsverloop sinds de constatering van de gebreken, de eerdere mededeling van [eiser] geen gebruik meer te willen maken van de door Igui aangeboden herstelmogelijkheden en de vergaande onderhandelingen die daarna tussen partijen hebben plaatsgevonden, steeds met het oog op beëindiging van de overeenkomst. De brief van 13 juni 2024 kan daarom niet meer gelden als een ingebrekestelling die ertoe strekte Igui alsnog een reële mogelijkheid tot herstel te bieden. Daarbij neemt het gerecht mede in aanmerking dat Igui onweersproken heeft gesteld dat het na zo’n ruim tijdsverloop voor haar niet meer mogelijk was om de fabrieksgarantie in te roepen.
4.6.
Dit leidt tot de slotsom dat geen geldige ingebrekestelling is gedaan. Evenmin is gebleken dat het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden. Het gerecht komt daarom tot de conclusie dat Igui niet in verzuim is geraakt en dat daarom de ontbinding niet rechtsgeldig is.
4.7.
Nu de door [eiser] ingestelde vorderingen alle berusten op een ontbinding die geen rechtsgevolg heeft, missen deze een toereikende grondslag. Aan de vorderingen worden geen andere grondslagen ten grondslag gelegd. De vorderingen worden daarom afgewezen.
4.8.
Omdat [eiser] in het ongelijk wordt gesteld, wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Igui worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 4.000,- (2 punten in tarief 7) aan gemachtigdensalaris.
4.9.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten
uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
In voorwaardelijke reconventie
4.10.
De vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat de (geld)vordering in conventie zou worden toegewezen. Die voorwaarde is niet vervuld en daarom hoeft de vordering in reconventie geen bespreking. Gezien de nauwe verwevenheid tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie, ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten in reconventie te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5De beslissing
Het gerecht:
In conventie
5.1.
wijst af het gevorderde;
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling aan Igui van Cg. 4000,- aan salaris gemachtigde en Cg. 250,- aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg. 150,- in geval van betekening;
5.3.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
In voorwaardelijke reconventie
5.5.
verstaat dat over de vordering niet hoeft te worden beslist;
5.6.
compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. H. Semerci, griffier, en in het openbaar uitgesproken.