Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2026:83
2026-03-25
Civiel recht
BON202600067
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gezamenlijk verzoek echtscheiding waarbij verzoek tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.519 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600067
Datum uitspraak: 25 maart 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],
beiden wonend te Bonaire,verzoekers,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
1Het procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 12 februari 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Verzoekers zijn verschenen met hun gemachtigde, mr. Nicolaas.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2007 te Medellín (Colombia) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit dit huwelijk is het op dit moment nog minderjarige kind geboren:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] [geboorteland], hierna: [minderjarige].
2.3.
Verzoekers hebben op 10 februari 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
Partijen verzoeken:
het uitspreken van de echtscheiding tussen hen;
aanhechting aan de beschikking van het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant.
3.2.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet (artikel 1:154 BW BES) gegrond worden toegewezen.
3.3.
Partijen hebben op 10 februari 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten. Hierin hebben zij afspraken gemaakt over de gevolgen van de beëindiging van hun huwelijk. Onderdeel van deze afspraken is dat partijen zijn overeengekomen om het gerecht te verzoeken het gezamenlijk gezag over [minderjarige] te beëindigen en de vrouw te belasten met eenhoofdig gezag. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de reden om eenhoofdig gezag te verzoeken is dat partijen veronderstelden dat de vrouw makkelijker met [minderjarige] naar, met name, Colombia kan reizen zonder dat de man toestemming hoeft te verlenen. De Voogdijraad heeft ter zitting verklaard dat de Colombiaanse autoriteiten zeer streng zijn bij het reizen met kinderen en dat eenhoofdig gezag de ouders niet vrijwaart van het regelen van een toestemmingsverklaring van de vader. Het gerecht overweegt dat het gezag over een minderjarige meer inhoudt dan alleen toestemming voor reizen en is daarom van oordeel dat het niet in het belang van [minderjarige] is om alleen de vrouw te belasten met het gezag. De man en de vrouw hebben ter zitting verklaard dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag gelet op het voorgaande dan niet wenselijk is. Het gerecht zal bepalen dat het gezamenlijk gezag over [minderjarige] in stand blijft.
3.4.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en, met uitzondering van de afspraak tot eenhoofdig gezag, daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv BES).
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2007 te Medellín (Colombia).
4.2.
bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast blijven met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats], [geboorteland].
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing uit rechtsoverweging 4.2. in het gezagsregister.
4.4.
bepaalt dat de overige getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte echtscheidingsconvenant, dat door verzoekers op 10 februari 2026 is ondertekend, deel uitmaken van deze beschikking.
4.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 25 maart 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Registratienummer: BON202600067
Datum uitspraak: 25 maart 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],
beiden wonend te Bonaire,verzoekers,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
1Het procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 12 februari 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Verzoekers zijn verschenen met hun gemachtigde, mr. Nicolaas.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2007 te Medellín (Colombia) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit dit huwelijk is het op dit moment nog minderjarige kind geboren:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] [geboorteland], hierna: [minderjarige].
2.3.
Verzoekers hebben op 10 februari 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
Partijen verzoeken:
het uitspreken van de echtscheiding tussen hen;
aanhechting aan de beschikking van het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant.
3.2.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet (artikel 1:154 BW BES) gegrond worden toegewezen.
3.3.
Partijen hebben op 10 februari 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten. Hierin hebben zij afspraken gemaakt over de gevolgen van de beëindiging van hun huwelijk. Onderdeel van deze afspraken is dat partijen zijn overeengekomen om het gerecht te verzoeken het gezamenlijk gezag over [minderjarige] te beëindigen en de vrouw te belasten met eenhoofdig gezag. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de reden om eenhoofdig gezag te verzoeken is dat partijen veronderstelden dat de vrouw makkelijker met [minderjarige] naar, met name, Colombia kan reizen zonder dat de man toestemming hoeft te verlenen. De Voogdijraad heeft ter zitting verklaard dat de Colombiaanse autoriteiten zeer streng zijn bij het reizen met kinderen en dat eenhoofdig gezag de ouders niet vrijwaart van het regelen van een toestemmingsverklaring van de vader. Het gerecht overweegt dat het gezag over een minderjarige meer inhoudt dan alleen toestemming voor reizen en is daarom van oordeel dat het niet in het belang van [minderjarige] is om alleen de vrouw te belasten met het gezag. De man en de vrouw hebben ter zitting verklaard dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag gelet op het voorgaande dan niet wenselijk is. Het gerecht zal bepalen dat het gezamenlijk gezag over [minderjarige] in stand blijft.
3.4.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en, met uitzondering van de afspraak tot eenhoofdig gezag, daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv BES).
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2007 te Medellín (Colombia).
4.2.
bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast blijven met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats], [geboorteland].
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing uit rechtsoverweging 4.2. in het gezagsregister.
4.4.
bepaalt dat de overige getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte echtscheidingsconvenant, dat door verzoekers op 10 februari 2026 is ondertekend, deel uitmaken van deze beschikking.
4.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 25 maart 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.