Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2026:80
2026-03-25
Civiel recht; Personen- en familierecht
BON202600023
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontheffing ouderlijk gezag beide ouders en benoeming tijdelijke voogdij.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.314 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600023
datum beslissing: 25 maart 2026
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
wonende te [geboorteplaats],
hierna: de moeder,
en
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader.
en
[de pleegmoeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de pleegmoeder.
Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) wordt in deze procedure ook als belanghebbende aangemerkt vanwege het verzoek van de Voogdijraad om ZJCN met de voogdij over [de minderjarige] te belasten.
1De procedure
1.1.
Op 19 januari 2026 is door het gerecht een verzoekschrift, inclusief raadsrapport, van de Voogdijraad ontvangen om beide ouders te ontheffen van het ouderlijk gezag en ZJCN te belasten met de voogdij over [de minderjarige].
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 25 februari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn de pleegmoeder, namens de Voogdijraad mevrouw [medewerker voogdijraad] en namens ZJCN mevrouw [medewerker ZJCN 1] en mevrouw [medewerker ZJCN 2]. De moeder en de vader zijn zonder bericht niet verschenen.
1.3.
Ten slotte is de beschikking bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Vader en moeder zijn getrouwd geweest van [datum] 2024 tot [datum] 2025. Na hun echtscheiding hebben zij het gezamenlijk gezag over [de minderjarige].
2.2.
De moeder en [de minderjarige] zijn in december 2024 bij de pleegmoeder komen wonen. De moeder is in februari 2025 vertrokken naar Curaçao en heeft [de minderjarige] aan de zorg van de pleegmoeder overgelaten. De pleegmoeder is een nicht van de vader. Met ingang van 12 augustus 2025 is de moeder uitgeschreven naar Curaçao.
3Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
3.1.
De Voogdijraad verzoekt om de ouders te ontheffen van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] en ZJCN te benoemen tot voogd.
3.2.
De ouders zijn het niet eens met het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag. De vader is het ook niet eens met het verblijf van [de minderjarige] bij de pleegmoeder.
3.3
Mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet, kan de rechter in eerste aanleg een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. Op grond van art. 1:268 BW BES kan ontheffing niet worden uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel is niet van toepassing indien na een verzorging en opvoeding met instemming van de ouder – anders dan uit hoofde van een ondertoezichtstelling of een voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad – van tenminste een jaar in een ander gezin dan het ouderlijke, een voortzetting daarvan noodzakelijk is en van terugkeer naar de ouder ernstig nadeel voor het kind moet worden gevreesd. Nu [de minderjarige] al sinds december 2024 – en in ieder geval sinds februari 2025 – met instemming van de ouders in het gezin van de pleegmoeder wordt verzorgd en opgevoed, kan een ontheffing dus worden uitgesproken.
3.4.
De moeder heeft [de minderjarige] al kort na de geboorte bij de pleegmoeder achtergelaten en is naar Curaçao verhuisd. Moeder is fysiek afwezig, beschikt niet over een stabiele woon- en leefsituatie en heeft uit eerdere relaties 2 minderjarige kinderen die op Curaçao in een pleeggezin wonen. Het gerecht aldaar heeft het gezag door de moeder over deze minderjarige kinderen met ingang van 26 september 2024 geschorst. De moeder heeft weliswaar laten weten dat zij op Curaçao werk en passende huisvesting wil vinden en haar kinderen (inclusief [de minderjarige]) op termijn één voor één weer bij zich in huis wil opnemen, maar niet gebleken is dat zij hierin het afgelopen jaar vorderingen heeft gemaakt. De vader heeft uit een eerdere relatie 2 minderjarige kinderen die onder voogdij staan van de familie van de vader. De vader kan [de minderjarige] zelf niet verzorgen of opvoeden. Hij geeft weliswaar aan het niet eens te zijn met het verblijf van [de minderjarige] bij pleegmoeder, maar niet blijkt hoe hij zelf invulling wil geven aan het gezag. Hij heeft [de minderjarige] sinds december 2024 niet meer gezien, draagt niet bij in (de kosten van) haar verzorging en wil – als zij bij pleegmoeder blijft – het vaderschap ontkennen.
3.5.
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van het gerecht meer dan voldoende dat beide ouders ongeschikt of onmachtig zijn [de minderjarige] te verzorgen en op te voeden. Er is ook onvoldoende uitzicht dat dit binnen een afzienbare termijn zal veranderen. Bij terugkeer naar moeder moet voor ernstig nadeel van [de minderjarige] worden gevreesd. Het is ook in het belang van (het toekomstperspectief van) [de minderjarige] dat de gezagssituatie in overeenstemming wordt met haar feitelijke opvoedsituatie. Het verzoek de ouders uit het gezag te ontheffen zal daarom worden toegewezen.
3.6.
Nu beide ouders worden ontheven van het ouderlijk gezag over [de minderjarige], zal in het gezag moeten worden voorzien. De Voogdijraad verzoekt (tijdelijk) ZJCN te benoemen tot voogd, in afwachting van een definitief perspectiefbesluit. Gedurende deze periode heeft ZJCN de tijd onderzoek te doen naar de mogelijkheid om de pleegmoeder, mevrouw [de pleegmoeder], met de voogdij over [de minderjarige] te belasten. ZJCN heeft zich op 12 januari 2026 schriftelijk bereid verklaard de voogdij over [de minderjarige] te aanvaarden Een en ander leidt tot de volgende beslissing.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
ontheft [de moeder] en [de vader] van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
4.2.
benoemt Zorg en Jeugd Caribisch Nederland te Bonaire tot voogd over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
4.3.
draagt de griffie op de beslissingen genoemd in 4.1 en 4.2 op te nemen in het gezagsregister.
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600023
datum beslissing: 25 maart 2026
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
wonende te [geboorteplaats],
hierna: de moeder,
en
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader.
en
[de pleegmoeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de pleegmoeder.
Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) wordt in deze procedure ook als belanghebbende aangemerkt vanwege het verzoek van de Voogdijraad om ZJCN met de voogdij over [de minderjarige] te belasten.
1De procedure
1.1.
Op 19 januari 2026 is door het gerecht een verzoekschrift, inclusief raadsrapport, van de Voogdijraad ontvangen om beide ouders te ontheffen van het ouderlijk gezag en ZJCN te belasten met de voogdij over [de minderjarige].
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 25 februari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn de pleegmoeder, namens de Voogdijraad mevrouw [medewerker voogdijraad] en namens ZJCN mevrouw [medewerker ZJCN 1] en mevrouw [medewerker ZJCN 2]. De moeder en de vader zijn zonder bericht niet verschenen.
1.3.
Ten slotte is de beschikking bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Vader en moeder zijn getrouwd geweest van [datum] 2024 tot [datum] 2025. Na hun echtscheiding hebben zij het gezamenlijk gezag over [de minderjarige].
2.2.
De moeder en [de minderjarige] zijn in december 2024 bij de pleegmoeder komen wonen. De moeder is in februari 2025 vertrokken naar Curaçao en heeft [de minderjarige] aan de zorg van de pleegmoeder overgelaten. De pleegmoeder is een nicht van de vader. Met ingang van 12 augustus 2025 is de moeder uitgeschreven naar Curaçao.
3Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
3.1.
De Voogdijraad verzoekt om de ouders te ontheffen van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] en ZJCN te benoemen tot voogd.
3.2.
De ouders zijn het niet eens met het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag. De vader is het ook niet eens met het verblijf van [de minderjarige] bij de pleegmoeder.
3.3
Mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet, kan de rechter in eerste aanleg een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. Op grond van art. 1:268 BW BES kan ontheffing niet worden uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel is niet van toepassing indien na een verzorging en opvoeding met instemming van de ouder – anders dan uit hoofde van een ondertoezichtstelling of een voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad – van tenminste een jaar in een ander gezin dan het ouderlijke, een voortzetting daarvan noodzakelijk is en van terugkeer naar de ouder ernstig nadeel voor het kind moet worden gevreesd. Nu [de minderjarige] al sinds december 2024 – en in ieder geval sinds februari 2025 – met instemming van de ouders in het gezin van de pleegmoeder wordt verzorgd en opgevoed, kan een ontheffing dus worden uitgesproken.
3.4.
De moeder heeft [de minderjarige] al kort na de geboorte bij de pleegmoeder achtergelaten en is naar Curaçao verhuisd. Moeder is fysiek afwezig, beschikt niet over een stabiele woon- en leefsituatie en heeft uit eerdere relaties 2 minderjarige kinderen die op Curaçao in een pleeggezin wonen. Het gerecht aldaar heeft het gezag door de moeder over deze minderjarige kinderen met ingang van 26 september 2024 geschorst. De moeder heeft weliswaar laten weten dat zij op Curaçao werk en passende huisvesting wil vinden en haar kinderen (inclusief [de minderjarige]) op termijn één voor één weer bij zich in huis wil opnemen, maar niet gebleken is dat zij hierin het afgelopen jaar vorderingen heeft gemaakt. De vader heeft uit een eerdere relatie 2 minderjarige kinderen die onder voogdij staan van de familie van de vader. De vader kan [de minderjarige] zelf niet verzorgen of opvoeden. Hij geeft weliswaar aan het niet eens te zijn met het verblijf van [de minderjarige] bij pleegmoeder, maar niet blijkt hoe hij zelf invulling wil geven aan het gezag. Hij heeft [de minderjarige] sinds december 2024 niet meer gezien, draagt niet bij in (de kosten van) haar verzorging en wil – als zij bij pleegmoeder blijft – het vaderschap ontkennen.
3.5.
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van het gerecht meer dan voldoende dat beide ouders ongeschikt of onmachtig zijn [de minderjarige] te verzorgen en op te voeden. Er is ook onvoldoende uitzicht dat dit binnen een afzienbare termijn zal veranderen. Bij terugkeer naar moeder moet voor ernstig nadeel van [de minderjarige] worden gevreesd. Het is ook in het belang van (het toekomstperspectief van) [de minderjarige] dat de gezagssituatie in overeenstemming wordt met haar feitelijke opvoedsituatie. Het verzoek de ouders uit het gezag te ontheffen zal daarom worden toegewezen.
3.6.
Nu beide ouders worden ontheven van het ouderlijk gezag over [de minderjarige], zal in het gezag moeten worden voorzien. De Voogdijraad verzoekt (tijdelijk) ZJCN te benoemen tot voogd, in afwachting van een definitief perspectiefbesluit. Gedurende deze periode heeft ZJCN de tijd onderzoek te doen naar de mogelijkheid om de pleegmoeder, mevrouw [de pleegmoeder], met de voogdij over [de minderjarige] te belasten. ZJCN heeft zich op 12 januari 2026 schriftelijk bereid verklaard de voogdij over [de minderjarige] te aanvaarden Een en ander leidt tot de volgende beslissing.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
ontheft [de moeder] en [de vader] van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
4.2.
benoemt Zorg en Jeugd Caribisch Nederland te Bonaire tot voogd over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
4.3.
draagt de griffie op de beslissingen genoemd in 4.1 en 4.2 op te nemen in het gezagsregister.
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.