Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2026:205
2026-08-19
Civiel recht; Verbintenissenrecht
BON202500433
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Een bouwbedrijf heeft in het verleden werkzaamheden verricht voor een resort op Bonaire. Het bouwbedrijf meent dat het resort nog een schuld heeft voor uitgevoerde bouwwerkzaamheden en een onderhoudscontract. Die stelling wordt voorshands bewezen geacht. Het resort krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren. De tegenvordering van het resort tot betaling van een vergoeding van een kamer, ontruimings- en opslagkosten en herstelkosten wordt afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2000:AA7480 Hoge Raad 13-10-2000
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.733 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500433
datum beslissing: 19 augustus 2026
in de zaak van
BARBAS CONSTRUCTION B.V.,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna: Barbas,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
LATINO AMERICANA DE INVERSIONES N.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna: LAI,
procederend in persoon.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, ingediend op 22 augustus 2025;
de conclusie van antwoord met eis in reconventie met producties;
de conclusie in antwoord in reconventie met producties;
de aanvullende producties van Barbas, ingediend op 5 juni 2026;
het e-mailbericht van 5 juni 2026 met aanvullende producties van LAI;
de aanvullende producties van Barbas, ingediend op 8 juni 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Namens Barbas is [bestuurder Barbas] (bestuurder, hierna: [bestuurder Barbas]) verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Namens LAI is de heer [indirect bestuurder LAI] (indirect bestuurder, hierna [indirect bestuurder LAI]) verschenen. De spreekaantekeningen die mr. Nicolaas en [indirect bestuurder LAI] hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
1.3.
LAI heeft op de mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen de aanvullende producties van 8 juni 2026 van Barbas, omdat die pas op de dag van de mondelinge behandeling zijn ingediend. Op de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat de producties worden toegelaten, omdat ze een nadere duiding geven van het dossier.
1.4.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat uitspraak zal worden gedaan op 29 juli 2026. Die datum is niet gehaald. Daarom wordt het vonnis vandaag uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1.
Barbas is een bouwbedrijf dat in het verleden werkzaamheden heeft verricht voor LAI. LAI exploiteert het Eden Beach Resort op Bonaire. Barbas meent dat LAI haar nog USD 90.000 moet betalen voor uitgevoerde bouwwerkzaamheden en een onderhoudscontract. Die stelling wordt voorshands bewezen geacht en LAI wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren.
2.2.
LAI heeft een tegenvordering ingesteld. [bestuurder Barbas] heeft jarenlang in een kamer van het Eden Beach Resort gewoond. LAI meent dat Barbas of [bestuurder Barbas] voor het gebruik van die kamer nog een vergoeding van USD 243.000 aan haar verschuldigd is. Daarnaast eist LAI dat Barbas of [bestuurder Barbas] wordt veroordeeld tot betaling van ontruimings- en opslagkosten en herstelkosten van respectievelijk USD 435 en USD 18.500. LAI wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [bestuurder Barbas]. De vorderingen tegen Barbas worden afgewezen.
3De beoordeling
in conventie
De achtergrond van het geschil
3.1.
Barbas is een bouwbedrijf dat op 29 juni 2006 is opgericht door [bestuurder Barbas]. [bestuurder Barbas] is op dit moment één van de drie bestuurders van Barbas. De andere twee bestuurders van Barbas zijn de zoons van [bestuurder Barbas].
3.2.
LAI exploiteert het Eden Beach Resort op Bonaire. LAI wordt sinds 10 mei 2021 bestuurd door PNE MAS (Aruba) Freezone VBA N.V. waarvan [indirect bestuurder LAI] bestuurder is. Daarvoor werd LAI bestuurd door de broers [voormalig bestuurder LAI 1] en [voormalig bestuurder LAI 2]. Vanaf in ieder geval 10 mei 2021 waren [voormalig bestuurder LAI 1] en [voormalig bestuurder LAI 2] geen bestuurders meer van LAI.
3.3.
Barbas heeft in het verleden werkzaamheden voor het Eden Beach Resort verricht. Voor haar werkzaamheden heeft Barbas facturen gestuurd en veel van die facturen zijn door LAI betaald. Tussen partijen is onder meer een geschil ontstaan of alle facturen van Barbas door LAI zijn betaald.
3.4.
Op 19 februari 2020 is door [medewerker LAI] (hierna: [medewerker LAI]) een saldo-overzicht opgesteld (hierna: het saldo-overzicht). [medewerker LAI] was tot eind 2021 werkzaam voor LAI in de functie van hoofd administratie. Op het saldo-overzicht staat dat het beginsaldo USD 173.058 is, dat tot 19 februari 2020 een bedrag van USD 83.058 aan [bestuurder Barbas] betaald is en dat sprake is van een “New outstanding” bedrag dat LAI aan [bestuurder Barbas] verschuldigd is van USD 90.000. Op het saldo-overzicht staat een stempel van Eden Beach Resort en het document is op 13 oktober 2021 getekend door [voormalig bestuurder LAI 1]. Op het moment van tekenen was [voormalig bestuurder LAI 1] een voormalig bestuurder van LAI en nog werkzaam voor Eden Beach Resort.
3.5.
Bij brief van 13 maart 2023 heeft mr. A.F. van Toll, de toenmalige gemachtigde van Barbas, LAI gesommeerd het openstaande bedrag van USD 90.000 te betalen.
Eisvermeerdering van Barbas
3.6.
Barbas heeft haar vordering op de mondelinge behandeling vermeerderd. De gemachtigde van Barbas heeft uitgelegd dat in het verzoekschrift abusievelijk het bedrag gevorderd werd uit het saldo-overzicht dat LAI al aan Barbas had betaald. Bedoeld was om het bedrag te vorderen dat nog open staat. Tegen de vermeerdering van eis heeft LAI geen bezwaar gemaakt. LAI heeft wel opgemerkt dat het gevorderde bedrag voor verwarring heeft gezorgd. Dat is voorstelbaar, maar het neemt niet weg dat de eisvermeerdering voortvloeit uit dezelfde feiten en omstandigheden waarover partijen hebben gedebatteerd. Door de eisvermeerdering is LAI niet in haar verdedigingsbelang geschaad. De eisvermeerdering wordt daarom toegelaten.
Standpunten van partijen
3.7.
Barbas vordert betaling van een bedrag van USD 90.000. Daar legt Barbas het volgende aan ten grondslag. Partijen zijn in het verleden een onderhoudsovereenkomst overeengekomen op basis waarvan LAI maandelijks een bedrag van USD 15.000 aan Barbas verschuldigd was. Bovendien heeft Barbas bouwwerkzaamheden voor LAI verricht. Het bestaan van de onderhoudsovereenkomst blijkt uit een op 22 februari 2013 gedateerde brief van [voormalig bestuurder LAI 1] en het feit dat LAI in het verleden regelmatig facturen van Barbas hiervoor heeft betaald. In de brief staat dat Eden Beach Resort met Barbas een “indefinite maintenance contract and a separate remodeling (construction) contract for the course of 2013 at an estimate of US$ 15.000,00 per month” heeft. Niet alle facturen zijn (volledig) betaald. Dat blijkt uit het door [medewerker LAI] opgestelde saldo-overzicht waarin staat dat LAI nog een bedrag van USD 90.000 aan Barbas moet betalen. Barbas heeft dit saldo-overzicht van [medewerker LAI] overhandigd gekregen en het is getekend door [voormalig bestuurder LAI 1], een voormalig bestuurder van LAI. Het saldo overzicht is ook door [medewerker LAI] op 13 mei 2021 vanaf het e-mailadres [email protected] gestuurd aan [voormalig bestuurder LAI 2], één van de andere voormalig bestuurders van LAI. Bovendien heeft Barbas gedurende de jaren 2016 tot en met 2019 betalingen ontvangen van LAI met de betaalomschrijving “Dueda Hotel”.
3.8.
Tegen de stellingen van Barbas voert LAI het volgende aan. Het is niet duidelijk wat de grondslag van de vordering van Barbas is. De authenticiteit van de brief van 22 februari 2013 wordt betwist. Bovendien houdt deze brief geen overeenkomst in; de brief verwijst slechts naar een ‘maintenance contract’ en een ‘remodeling contract’, maar deze contracten zijn niet overgelegd. Daar komt nog bij dat de brief slechts spreekt over een ‘estimate’ van USD 15.000 per maand. De hoogte van het geschatte bedrag is overigens ook volstrekt onaannemelijk. De brief bewijst dan ook niet dat LAI een betalingsverplichting van USD 15.000 op zich zou hebben genomen. Verder heeft Barbas niet uitgelegd wat de beginstand van haar vordering is waarvan zij stelt dat nu nog een bedrag van USD 90.000 open staat. Barbas doet een beroep op het saldo-overzicht, maar eenzelfde overzicht heeft Barbas overgelegd met een datum van ondertekening van 3 september 2015. Dat kan niet kloppen, omdat in dat overzicht betalingen tot 19 februari 2020 staan vermeld. Weliswaar is het saldo-overzicht door [voormalig bestuurder LAI 1] getekend, maar op 13 oktober 2021 was [voormalig bestuurder LAI 1] geen bestuurder van LAI meer. Bovendien heeft LAI een schriftelijke verklaring van [voormalig bestuurder LAI 1] in het geding gebracht waarin staat dat hij het saldo-overzicht alleen getekend heeft voor ontvangst en niet voor erkenning van de juistheid van de inhoud van het document. In de jaarrekeningen van Barbas komt geen schuld van LAI aan Barbas voor. Als al sprake zou zijn van een verplichting van LAI om aan Barbas te betalen, dan heeft LAI de volledige schuld al afbetaald. En als al sprake zou zijn van een nog openstaande schuld van LAI aan Barbas, dan is de vordering van Barbas verjaard.
Beoordeling van de vordering van Barbas
3.9.
Barbas beroept zich op de rechtsgevolgen van haar stelling dat LAI op grond van het onderhoudscontract en de door Barbas uitgevoerde bouwwerkzaamheden een bedrag van USD 90.000 aan haar is verschuldigd. Het ligt daarom volgens de hoofdregel van artikel 129 Rv BES op de weg van Barbas om deze stelling bij voldoende gemotiveerde betwisting te bewijzen. Op grond van de voorliggende stukken acht het Gerecht dat bewijs voorshands geleverd. Daaraan ligt het volgende ten grondslag.
3.10.
Niet in geschil is dat Barbas tot 2015 bouw- en onderhoudswerkzaamheden voor LAI heeft verricht. Onbetwist is dat [medewerker LAI], hoofd boekhouding in dienst van LAI, het saldo-overzicht heeft opgesteld waarin is weergegeven wat het beginsaldo is, welke betalingen LAI vanaf 3 september 2015 aan Barbas heeft gedaan, welke verrekeningen hebben plaatsgevonden en welk bedrag LAI op de datum van het overzicht nog aan Barbas verschuldigd is, te weten USD 90.000. LAI betwistte aanvankelijk wel dat het saldo-overzicht door [voormalig bestuurder LAI 1] is getekend, maar die betwisting heeft zij niet gehandhaafd nu [voormalig bestuurder LAI 1] inmiddels zelf heeft bevestigd dat hij het saldo-overzicht heeft getekend. Hij schrijft wel dat hij slechts voor ontvangst heeft getekend, maar dat staat niet op het stuk. Bovendien doet het niet af aan de betekenis voor het bewijs dat het saldo-overzicht door LAI zelf is opgesteld (in de persoon van het hoofd van de boekhouding) en met een stempel en handtekening van een voormalig bestuurder van LAI aan Barbas is verstrekt. Dat [voormalig bestuurder LAI 1] niet meer bevoegd was om LAI te vertegenwoordigen toen hij het saldo-overzicht ondertekende, doet aan de bewijswaarde van het stuk ook niet af. Verder is nog van belang dat niet in geschil is dat LAI in de genoemde periode daadwerkelijk het bedrag van in ieder geval USD 83.058 aan Barbas heeft betaald, kennelijk in mindering op hetgeen LAI voor de verrichte werkzaamheden aan Barbas verschuldigd was.
3.11.
De rechter tekent hierbij nog aan dat uit de stukken niet geheel duidelijk wordt waaruit het in het saldo-overzicht genoemde beginsaldo bestaat. Volgens een door Barbas overgelegde ‘Invoice’ van 8 januari 2016 stonden rekeningen open voor gebouw 2 en 4, meerwerk en vier studio’s, tot een bedrag van in totaal USD 382.795, en waren tussen 31 juli 2012 en 26 juni 2015 betalingen gedaan van in totaal USD 296.875. Dat resulteerde in een saldo van USD 85.920 dat bij deze factuur aan LAI in rekening werd gebracht. Het overzicht van 19 februari 2020 begint met een saldo van USD 173.058, waarop vervolgens betalingen vanaf 3 september 2015 in mindering zijn gebracht. Mogelijk is dat er schulden waren of bij zijn gekomen die in de ‘Invoice’ van 8 januari 2016 nog niet waren verwerkt, al heeft Barbas niet kunnen toelichten welke dat zijn. Dat de door Barbas gestelde schuld daarmee niet volledig kan worden gereconstrueerd, betekent echter niet dat geen waarde kan worden gehecht aan het saldo-overzicht dat LAI zelf aan Barbas heeft verstrekt.
3.12.
LAI zal in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat zij voor de door Barbas verrichte bouw- en onderhoudswerkzaamheden nog een bedrag van USD 90.000 verschuldigd is. Dit betekent dat LAI gelegenheid krijgt deze voorshands bewezen geachte stelling te ontzenuwen, zoals zij heeft aangeboden. Het is aan LAI om te bepalen hoe en met welke bewijsmiddelen zij desgewenst het tegenbewijs wil leveren.
Het beroep op verjaring slaagt niet
3.13.
LAI heeft verder nog aangevoerd dat de vordering van Barbas is verjaard. Dat verweer slaagt niet. Barbas heeft erop gewezen dat de laatste betaling die LAI heeft gedaan plaatsvond op 19 februari 2020 en dat de aanmaning van mr. Van Toll aan LAI dateert van 13 maart 2023. LAI heeft dat niet betwist. Voor de onderhavige vordering geldt een verjaringstermijn van vijf jaar na aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artikel 3:307 lid 1 BW). Als in deze procedure komt vast te staan dat Barbas nog een vordering heeft op LAI, houden de deelbetalingen die LAI tot 19 februari 2020 aan Barbas heeft gedaan een erkenning van het recht van Barbas in waardoor de verjaring is gestuit. Daardoor is een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaan lopen (artikel 3:319 BW). De verjaring is vervolgens gestuit door de schriftelijke aanmaning van 13 maart 2023, waarna het verzoekschrift op 22 augustus 2025 is ingediend. Van een voltooide verjaring is dus geen sprake.
3.14.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie
LAI wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [bestuurder Barbas]
3.15.
LAI heeft haar vorderingen ingesteld tegen zowel LAI als [bestuurder Barbas]. Op grond van artikel 182 sub a Rv BES kan een eis in reconventie alleen worden ingesteld tegen de eisende partij in conventie.
3.16.
LAI heeft verzocht dat het Gerecht bepaalt dat [bestuurder Barbas] in deze procedure wordt betrokken. Dat verzoek wordt afgewezen, omdat een grondslag daarvoor ontbreekt.
3.17.
Omdat [bestuurder Barbas] geen procespartij is in deze procedure, wordt LAI niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [bestuurder Barbas].
De vordering in verband met het gebruik van de kamer van Eden Beach Resort
3.18.
LAI stelt dat [bestuurder Barbas] meerdere jaren gebruik heeft gemaakt van een kamer in Eden Beach Resort en dat LAI voor dat gebruik nooit een tegenprestatie ontvangen heeft. LAI eist een bedrag van USD 243.000 als vergoeding voor het gebruik van de kamer. LAI vordert dat bedrag primair op grond van een huurovereenkomst, subsidiair op grond van een gebruiksovereenkomst en ongerechtvaardigde verrijking en meer subsidiair op grond van een onrechtmatige daad.
3.19.
LAI stelt zich op het standpunt dat de verplichtingen en gedragingen van [bestuurder Barbas] moeten worden toegerekend aan Barbas (‘vereenzelviging’). Daarin wordt LAI niet gevolgd. Een vereiste voor een beroep op vereenzelviging van twee (rechts)personen is dat misbruik is gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze (rechts)personen. LAI heeft niet gesteld waaruit het misbruik van het identiteitsverschil tussen LAI en Barbas zou bestaan. Het enkele feit dat op facturen van Barbas [bestuurder Barbas] als referentie staat vermeld of dat een vergoeding voor het gebruik van de kamer in schikkingsonderhandelingen tussen partijen is meegenomen is daarvoor onvoldoende.
3.20.
Niet gesteld of gebleken is dat tussen Barbas en LAI een contractuele verhouding bestaat voor het gebruik van de kamer van Eden Beach Resort door [bestuurder Barbas]. De vordering van LAI op grond van een huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst is daarom niet toewijsbaar. LAI heeft ook niet gesteld op welke manier Barbas verrijkt is door het gebruik van de kamer door [bestuurder Barbas]. Van ongerechtvaardigde verrijking door Barbas is daarom niet gebleken. Evenmin is gesteld of gebleken dat Barbas tegenover LAI onrechtmatig heeft gehandeld doordat [bestuurder Barbas] in de kamer is verbleven.
3.21.
Geen van de gestelde grondslagen kan de vordering tot betaling van een bedrag van USD 243.000 dragen. Daarom wordt de vordering afgewezen.
De vorderingen in verband met ontruimings- en opslagkosten en herstelkosten
3.22.
LAI stelt dat [bestuurder Barbas] na beëindiging van het gebruik de hotelkamer in Eden Beach Resort niet leeg, schoon en in behoorlijke staat heeft opgeleverd. LAI heeft kosten moeten maken voor ontruiming, schoonmaak en herstel. De kosten voor ontruiming en schoonmaak bedragen USD 435,00. Die kosten heeft [bestuurder Barbas] volgens LAI erkend. De herstelkosten bedragen volgens LAI USD 18.500. LAI vordert dat Barbas wordt veroordeeld deze kosten aan haar te betalen.
3.23.
LAI heeft een op 10 december 2025 gedateerd document overgelegd dat is ondertekend door [bestuurder Barbas] en waarin staat dat [bestuurder Barbas] een bedrag van USD 415,00 zal betalen voor de ontruiming van de kamer. Daaruit volgt echter niet dat Barbas dit bedrag verschuldigd is. Niet gesteld of gebleken is immers dat [bestuurder Barbas] dit document getekend heeft namens Barbas. Deze vordering is daarom niet toewijsbaar. Voor zover LAI de kosten van ontruiming- en opslagkosten en de herstelkosten als schadevergoeding van Barbas vordert, wordt die vordering afgewezen omdat niet vast is komen te staan dat Barbas tegenover LAI onrechtmatig heeft gehandeld (zie rechtsoverweging 3.20).
De overige vorderingen van LAI
3.24.
De vordering van LAI tot zekerheidstelling, het toestaan van conservatoire maatregelen en het opleggen van een dwangsom delen het lot van de afgewezen hoofdvorderingen. Daarom worden die vorderingen afgewezen.
LAI moet de proceskosten in reconventie betalen
3.25.
LAI krijgt ongelijk in reconventie en wordt daarom in de proceskosten en de nakosten veroordeeld. De proceskosten van Barbas worden begroot op:
- salaris gemachtigde
USD
3.073,00
(2 punten x 50%× liquidatietarief 8)
- nakosten
USD
140,00
(plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
USD
3.213,00
3.26.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en nakosten wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld.
4De beslissing
Het Gerecht:
4.1.
laat LAI toe om tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van Barbas dat LAI voor de door Barbas verrichte bouw- en onderhoudswerkzaamheden nog een bedrag van USD 90.000 aan Barbas verschuldigd is;
4.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 september 2026 voor uitlaten door LAI of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
4.3.
bepaalt dat, als LAI uitsluitend bewijs wil leveren door middel van het overleggen van bewijsstukken, zij die stukken op de rolzitting van 30 september 2026 in het geding moet brengen;
4.4.
bepaalt dat, als LAI hierover getuigen wil horen, zij de namen en woonplaatsen van de getuigen en de verhinderdata van de getuigen en partijen zal opgeven bij akte op de rolzitting van 30 september 2026 direct peremptoir (P1), waarna de dag en het uur van het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;
4.5.
bepaalt dat, als een partij zich bij de zitting voor het getuigenverhoor op niet eerder overgelegde producties wil beroepen of een akte wil indienen, zij uiterlijk op de derde werkdag voor de dag van de zitting deze stukken aan de rechter en de wederpartij dient te sturen;
4.6.
wijst LAI erop dat zij zelf moet zorgdragen voor rechtsgeldige oproeping van de getuigen;
4.7.
houdt iedere verdere beslissing aan;
in reconventie
4.8.
verklaart LAI niet-ontvankelijk voor zover zij vorderingen heeft ingesteld tegen [bestuurder Barbas];
4.9.
wijst de vorderingen van LAI voor het overige af;
4.10.
veroordeelt LAI tot betaling van de proceskosten en nakosten aan Barbas, begroot op USD 3.213,00, verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening indien nakoming door LAI uitblijft binnen veertien dagen nadat LAI schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
4.11.
veroordeelt LAI tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en over het bedrag van de verhoging vanaf veertien dagen na de betekening;
4.12.
verklaart de proceskosten- en nakostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Door het Gerecht uit het Spaans vertaald als “Schuld Hotel”.
Zie het arrest van de Hoge Raad van 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480.
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500433
datum beslissing: 19 augustus 2026
in de zaak van
BARBAS CONSTRUCTION B.V.,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna: Barbas,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
LATINO AMERICANA DE INVERSIONES N.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna: LAI,
procederend in persoon.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, ingediend op 22 augustus 2025;
de conclusie van antwoord met eis in reconventie met producties;
de conclusie in antwoord in reconventie met producties;
de aanvullende producties van Barbas, ingediend op 5 juni 2026;
het e-mailbericht van 5 juni 2026 met aanvullende producties van LAI;
de aanvullende producties van Barbas, ingediend op 8 juni 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Namens Barbas is [bestuurder Barbas] (bestuurder, hierna: [bestuurder Barbas]) verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Namens LAI is de heer [indirect bestuurder LAI] (indirect bestuurder, hierna [indirect bestuurder LAI]) verschenen. De spreekaantekeningen die mr. Nicolaas en [indirect bestuurder LAI] hebben voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
1.3.
LAI heeft op de mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen de aanvullende producties van 8 juni 2026 van Barbas, omdat die pas op de dag van de mondelinge behandeling zijn ingediend. Op de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat de producties worden toegelaten, omdat ze een nadere duiding geven van het dossier.
1.4.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat uitspraak zal worden gedaan op 29 juli 2026. Die datum is niet gehaald. Daarom wordt het vonnis vandaag uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1.
Barbas is een bouwbedrijf dat in het verleden werkzaamheden heeft verricht voor LAI. LAI exploiteert het Eden Beach Resort op Bonaire. Barbas meent dat LAI haar nog USD 90.000 moet betalen voor uitgevoerde bouwwerkzaamheden en een onderhoudscontract. Die stelling wordt voorshands bewezen geacht en LAI wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren.
2.2.
LAI heeft een tegenvordering ingesteld. [bestuurder Barbas] heeft jarenlang in een kamer van het Eden Beach Resort gewoond. LAI meent dat Barbas of [bestuurder Barbas] voor het gebruik van die kamer nog een vergoeding van USD 243.000 aan haar verschuldigd is. Daarnaast eist LAI dat Barbas of [bestuurder Barbas] wordt veroordeeld tot betaling van ontruimings- en opslagkosten en herstelkosten van respectievelijk USD 435 en USD 18.500. LAI wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [bestuurder Barbas]. De vorderingen tegen Barbas worden afgewezen.
3De beoordeling
in conventie
De achtergrond van het geschil
3.1.
Barbas is een bouwbedrijf dat op 29 juni 2006 is opgericht door [bestuurder Barbas]. [bestuurder Barbas] is op dit moment één van de drie bestuurders van Barbas. De andere twee bestuurders van Barbas zijn de zoons van [bestuurder Barbas].
3.2.
LAI exploiteert het Eden Beach Resort op Bonaire. LAI wordt sinds 10 mei 2021 bestuurd door PNE MAS (Aruba) Freezone VBA N.V. waarvan [indirect bestuurder LAI] bestuurder is. Daarvoor werd LAI bestuurd door de broers [voormalig bestuurder LAI 1] en [voormalig bestuurder LAI 2]. Vanaf in ieder geval 10 mei 2021 waren [voormalig bestuurder LAI 1] en [voormalig bestuurder LAI 2] geen bestuurders meer van LAI.
3.3.
Barbas heeft in het verleden werkzaamheden voor het Eden Beach Resort verricht. Voor haar werkzaamheden heeft Barbas facturen gestuurd en veel van die facturen zijn door LAI betaald. Tussen partijen is onder meer een geschil ontstaan of alle facturen van Barbas door LAI zijn betaald.
3.4.
Op 19 februari 2020 is door [medewerker LAI] (hierna: [medewerker LAI]) een saldo-overzicht opgesteld (hierna: het saldo-overzicht). [medewerker LAI] was tot eind 2021 werkzaam voor LAI in de functie van hoofd administratie. Op het saldo-overzicht staat dat het beginsaldo USD 173.058 is, dat tot 19 februari 2020 een bedrag van USD 83.058 aan [bestuurder Barbas] betaald is en dat sprake is van een “New outstanding” bedrag dat LAI aan [bestuurder Barbas] verschuldigd is van USD 90.000. Op het saldo-overzicht staat een stempel van Eden Beach Resort en het document is op 13 oktober 2021 getekend door [voormalig bestuurder LAI 1]. Op het moment van tekenen was [voormalig bestuurder LAI 1] een voormalig bestuurder van LAI en nog werkzaam voor Eden Beach Resort.
3.5.
Bij brief van 13 maart 2023 heeft mr. A.F. van Toll, de toenmalige gemachtigde van Barbas, LAI gesommeerd het openstaande bedrag van USD 90.000 te betalen.
Eisvermeerdering van Barbas
3.6.
Barbas heeft haar vordering op de mondelinge behandeling vermeerderd. De gemachtigde van Barbas heeft uitgelegd dat in het verzoekschrift abusievelijk het bedrag gevorderd werd uit het saldo-overzicht dat LAI al aan Barbas had betaald. Bedoeld was om het bedrag te vorderen dat nog open staat. Tegen de vermeerdering van eis heeft LAI geen bezwaar gemaakt. LAI heeft wel opgemerkt dat het gevorderde bedrag voor verwarring heeft gezorgd. Dat is voorstelbaar, maar het neemt niet weg dat de eisvermeerdering voortvloeit uit dezelfde feiten en omstandigheden waarover partijen hebben gedebatteerd. Door de eisvermeerdering is LAI niet in haar verdedigingsbelang geschaad. De eisvermeerdering wordt daarom toegelaten.
Standpunten van partijen
3.7.
Barbas vordert betaling van een bedrag van USD 90.000. Daar legt Barbas het volgende aan ten grondslag. Partijen zijn in het verleden een onderhoudsovereenkomst overeengekomen op basis waarvan LAI maandelijks een bedrag van USD 15.000 aan Barbas verschuldigd was. Bovendien heeft Barbas bouwwerkzaamheden voor LAI verricht. Het bestaan van de onderhoudsovereenkomst blijkt uit een op 22 februari 2013 gedateerde brief van [voormalig bestuurder LAI 1] en het feit dat LAI in het verleden regelmatig facturen van Barbas hiervoor heeft betaald. In de brief staat dat Eden Beach Resort met Barbas een “indefinite maintenance contract and a separate remodeling (construction) contract for the course of 2013 at an estimate of US$ 15.000,00 per month” heeft. Niet alle facturen zijn (volledig) betaald. Dat blijkt uit het door [medewerker LAI] opgestelde saldo-overzicht waarin staat dat LAI nog een bedrag van USD 90.000 aan Barbas moet betalen. Barbas heeft dit saldo-overzicht van [medewerker LAI] overhandigd gekregen en het is getekend door [voormalig bestuurder LAI 1], een voormalig bestuurder van LAI. Het saldo overzicht is ook door [medewerker LAI] op 13 mei 2021 vanaf het e-mailadres [email protected] gestuurd aan [voormalig bestuurder LAI 2], één van de andere voormalig bestuurders van LAI. Bovendien heeft Barbas gedurende de jaren 2016 tot en met 2019 betalingen ontvangen van LAI met de betaalomschrijving “Dueda Hotel”.
3.8.
Tegen de stellingen van Barbas voert LAI het volgende aan. Het is niet duidelijk wat de grondslag van de vordering van Barbas is. De authenticiteit van de brief van 22 februari 2013 wordt betwist. Bovendien houdt deze brief geen overeenkomst in; de brief verwijst slechts naar een ‘maintenance contract’ en een ‘remodeling contract’, maar deze contracten zijn niet overgelegd. Daar komt nog bij dat de brief slechts spreekt over een ‘estimate’ van USD 15.000 per maand. De hoogte van het geschatte bedrag is overigens ook volstrekt onaannemelijk. De brief bewijst dan ook niet dat LAI een betalingsverplichting van USD 15.000 op zich zou hebben genomen. Verder heeft Barbas niet uitgelegd wat de beginstand van haar vordering is waarvan zij stelt dat nu nog een bedrag van USD 90.000 open staat. Barbas doet een beroep op het saldo-overzicht, maar eenzelfde overzicht heeft Barbas overgelegd met een datum van ondertekening van 3 september 2015. Dat kan niet kloppen, omdat in dat overzicht betalingen tot 19 februari 2020 staan vermeld. Weliswaar is het saldo-overzicht door [voormalig bestuurder LAI 1] getekend, maar op 13 oktober 2021 was [voormalig bestuurder LAI 1] geen bestuurder van LAI meer. Bovendien heeft LAI een schriftelijke verklaring van [voormalig bestuurder LAI 1] in het geding gebracht waarin staat dat hij het saldo-overzicht alleen getekend heeft voor ontvangst en niet voor erkenning van de juistheid van de inhoud van het document. In de jaarrekeningen van Barbas komt geen schuld van LAI aan Barbas voor. Als al sprake zou zijn van een verplichting van LAI om aan Barbas te betalen, dan heeft LAI de volledige schuld al afbetaald. En als al sprake zou zijn van een nog openstaande schuld van LAI aan Barbas, dan is de vordering van Barbas verjaard.
Beoordeling van de vordering van Barbas
3.9.
Barbas beroept zich op de rechtsgevolgen van haar stelling dat LAI op grond van het onderhoudscontract en de door Barbas uitgevoerde bouwwerkzaamheden een bedrag van USD 90.000 aan haar is verschuldigd. Het ligt daarom volgens de hoofdregel van artikel 129 Rv BES op de weg van Barbas om deze stelling bij voldoende gemotiveerde betwisting te bewijzen. Op grond van de voorliggende stukken acht het Gerecht dat bewijs voorshands geleverd. Daaraan ligt het volgende ten grondslag.
3.10.
Niet in geschil is dat Barbas tot 2015 bouw- en onderhoudswerkzaamheden voor LAI heeft verricht. Onbetwist is dat [medewerker LAI], hoofd boekhouding in dienst van LAI, het saldo-overzicht heeft opgesteld waarin is weergegeven wat het beginsaldo is, welke betalingen LAI vanaf 3 september 2015 aan Barbas heeft gedaan, welke verrekeningen hebben plaatsgevonden en welk bedrag LAI op de datum van het overzicht nog aan Barbas verschuldigd is, te weten USD 90.000. LAI betwistte aanvankelijk wel dat het saldo-overzicht door [voormalig bestuurder LAI 1] is getekend, maar die betwisting heeft zij niet gehandhaafd nu [voormalig bestuurder LAI 1] inmiddels zelf heeft bevestigd dat hij het saldo-overzicht heeft getekend. Hij schrijft wel dat hij slechts voor ontvangst heeft getekend, maar dat staat niet op het stuk. Bovendien doet het niet af aan de betekenis voor het bewijs dat het saldo-overzicht door LAI zelf is opgesteld (in de persoon van het hoofd van de boekhouding) en met een stempel en handtekening van een voormalig bestuurder van LAI aan Barbas is verstrekt. Dat [voormalig bestuurder LAI 1] niet meer bevoegd was om LAI te vertegenwoordigen toen hij het saldo-overzicht ondertekende, doet aan de bewijswaarde van het stuk ook niet af. Verder is nog van belang dat niet in geschil is dat LAI in de genoemde periode daadwerkelijk het bedrag van in ieder geval USD 83.058 aan Barbas heeft betaald, kennelijk in mindering op hetgeen LAI voor de verrichte werkzaamheden aan Barbas verschuldigd was.
3.11.
De rechter tekent hierbij nog aan dat uit de stukken niet geheel duidelijk wordt waaruit het in het saldo-overzicht genoemde beginsaldo bestaat. Volgens een door Barbas overgelegde ‘Invoice’ van 8 januari 2016 stonden rekeningen open voor gebouw 2 en 4, meerwerk en vier studio’s, tot een bedrag van in totaal USD 382.795, en waren tussen 31 juli 2012 en 26 juni 2015 betalingen gedaan van in totaal USD 296.875. Dat resulteerde in een saldo van USD 85.920 dat bij deze factuur aan LAI in rekening werd gebracht. Het overzicht van 19 februari 2020 begint met een saldo van USD 173.058, waarop vervolgens betalingen vanaf 3 september 2015 in mindering zijn gebracht. Mogelijk is dat er schulden waren of bij zijn gekomen die in de ‘Invoice’ van 8 januari 2016 nog niet waren verwerkt, al heeft Barbas niet kunnen toelichten welke dat zijn. Dat de door Barbas gestelde schuld daarmee niet volledig kan worden gereconstrueerd, betekent echter niet dat geen waarde kan worden gehecht aan het saldo-overzicht dat LAI zelf aan Barbas heeft verstrekt.
3.12.
LAI zal in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat zij voor de door Barbas verrichte bouw- en onderhoudswerkzaamheden nog een bedrag van USD 90.000 verschuldigd is. Dit betekent dat LAI gelegenheid krijgt deze voorshands bewezen geachte stelling te ontzenuwen, zoals zij heeft aangeboden. Het is aan LAI om te bepalen hoe en met welke bewijsmiddelen zij desgewenst het tegenbewijs wil leveren.
Het beroep op verjaring slaagt niet
3.13.
LAI heeft verder nog aangevoerd dat de vordering van Barbas is verjaard. Dat verweer slaagt niet. Barbas heeft erop gewezen dat de laatste betaling die LAI heeft gedaan plaatsvond op 19 februari 2020 en dat de aanmaning van mr. Van Toll aan LAI dateert van 13 maart 2023. LAI heeft dat niet betwist. Voor de onderhavige vordering geldt een verjaringstermijn van vijf jaar na aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artikel 3:307 lid 1 BW). Als in deze procedure komt vast te staan dat Barbas nog een vordering heeft op LAI, houden de deelbetalingen die LAI tot 19 februari 2020 aan Barbas heeft gedaan een erkenning van het recht van Barbas in waardoor de verjaring is gestuit. Daardoor is een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaan lopen (artikel 3:319 BW). De verjaring is vervolgens gestuit door de schriftelijke aanmaning van 13 maart 2023, waarna het verzoekschrift op 22 augustus 2025 is ingediend. Van een voltooide verjaring is dus geen sprake.
3.14.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie
LAI wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [bestuurder Barbas]
3.15.
LAI heeft haar vorderingen ingesteld tegen zowel LAI als [bestuurder Barbas]. Op grond van artikel 182 sub a Rv BES kan een eis in reconventie alleen worden ingesteld tegen de eisende partij in conventie.
3.16.
LAI heeft verzocht dat het Gerecht bepaalt dat [bestuurder Barbas] in deze procedure wordt betrokken. Dat verzoek wordt afgewezen, omdat een grondslag daarvoor ontbreekt.
3.17.
Omdat [bestuurder Barbas] geen procespartij is in deze procedure, wordt LAI niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tegen [bestuurder Barbas].
De vordering in verband met het gebruik van de kamer van Eden Beach Resort
3.18.
LAI stelt dat [bestuurder Barbas] meerdere jaren gebruik heeft gemaakt van een kamer in Eden Beach Resort en dat LAI voor dat gebruik nooit een tegenprestatie ontvangen heeft. LAI eist een bedrag van USD 243.000 als vergoeding voor het gebruik van de kamer. LAI vordert dat bedrag primair op grond van een huurovereenkomst, subsidiair op grond van een gebruiksovereenkomst en ongerechtvaardigde verrijking en meer subsidiair op grond van een onrechtmatige daad.
3.19.
LAI stelt zich op het standpunt dat de verplichtingen en gedragingen van [bestuurder Barbas] moeten worden toegerekend aan Barbas (‘vereenzelviging’). Daarin wordt LAI niet gevolgd. Een vereiste voor een beroep op vereenzelviging van twee (rechts)personen is dat misbruik is gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze (rechts)personen. LAI heeft niet gesteld waaruit het misbruik van het identiteitsverschil tussen LAI en Barbas zou bestaan. Het enkele feit dat op facturen van Barbas [bestuurder Barbas] als referentie staat vermeld of dat een vergoeding voor het gebruik van de kamer in schikkingsonderhandelingen tussen partijen is meegenomen is daarvoor onvoldoende.
3.20.
Niet gesteld of gebleken is dat tussen Barbas en LAI een contractuele verhouding bestaat voor het gebruik van de kamer van Eden Beach Resort door [bestuurder Barbas]. De vordering van LAI op grond van een huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst is daarom niet toewijsbaar. LAI heeft ook niet gesteld op welke manier Barbas verrijkt is door het gebruik van de kamer door [bestuurder Barbas]. Van ongerechtvaardigde verrijking door Barbas is daarom niet gebleken. Evenmin is gesteld of gebleken dat Barbas tegenover LAI onrechtmatig heeft gehandeld doordat [bestuurder Barbas] in de kamer is verbleven.
3.21.
Geen van de gestelde grondslagen kan de vordering tot betaling van een bedrag van USD 243.000 dragen. Daarom wordt de vordering afgewezen.
De vorderingen in verband met ontruimings- en opslagkosten en herstelkosten
3.22.
LAI stelt dat [bestuurder Barbas] na beëindiging van het gebruik de hotelkamer in Eden Beach Resort niet leeg, schoon en in behoorlijke staat heeft opgeleverd. LAI heeft kosten moeten maken voor ontruiming, schoonmaak en herstel. De kosten voor ontruiming en schoonmaak bedragen USD 435,00. Die kosten heeft [bestuurder Barbas] volgens LAI erkend. De herstelkosten bedragen volgens LAI USD 18.500. LAI vordert dat Barbas wordt veroordeeld deze kosten aan haar te betalen.
3.23.
LAI heeft een op 10 december 2025 gedateerd document overgelegd dat is ondertekend door [bestuurder Barbas] en waarin staat dat [bestuurder Barbas] een bedrag van USD 415,00 zal betalen voor de ontruiming van de kamer. Daaruit volgt echter niet dat Barbas dit bedrag verschuldigd is. Niet gesteld of gebleken is immers dat [bestuurder Barbas] dit document getekend heeft namens Barbas. Deze vordering is daarom niet toewijsbaar. Voor zover LAI de kosten van ontruiming- en opslagkosten en de herstelkosten als schadevergoeding van Barbas vordert, wordt die vordering afgewezen omdat niet vast is komen te staan dat Barbas tegenover LAI onrechtmatig heeft gehandeld (zie rechtsoverweging 3.20).
De overige vorderingen van LAI
3.24.
De vordering van LAI tot zekerheidstelling, het toestaan van conservatoire maatregelen en het opleggen van een dwangsom delen het lot van de afgewezen hoofdvorderingen. Daarom worden die vorderingen afgewezen.
LAI moet de proceskosten in reconventie betalen
3.25.
LAI krijgt ongelijk in reconventie en wordt daarom in de proceskosten en de nakosten veroordeeld. De proceskosten van Barbas worden begroot op:
- salaris gemachtigde
USD
3.073,00
(2 punten x 50%× liquidatietarief 8)
- nakosten
USD
140,00
(plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
USD
3.213,00
3.26.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en nakosten wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld.
4De beslissing
Het Gerecht:
4.1.
laat LAI toe om tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van Barbas dat LAI voor de door Barbas verrichte bouw- en onderhoudswerkzaamheden nog een bedrag van USD 90.000 aan Barbas verschuldigd is;
4.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 september 2026 voor uitlaten door LAI of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
4.3.
bepaalt dat, als LAI uitsluitend bewijs wil leveren door middel van het overleggen van bewijsstukken, zij die stukken op de rolzitting van 30 september 2026 in het geding moet brengen;
4.4.
bepaalt dat, als LAI hierover getuigen wil horen, zij de namen en woonplaatsen van de getuigen en de verhinderdata van de getuigen en partijen zal opgeven bij akte op de rolzitting van 30 september 2026 direct peremptoir (P1), waarna de dag en het uur van het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;
4.5.
bepaalt dat, als een partij zich bij de zitting voor het getuigenverhoor op niet eerder overgelegde producties wil beroepen of een akte wil indienen, zij uiterlijk op de derde werkdag voor de dag van de zitting deze stukken aan de rechter en de wederpartij dient te sturen;
4.6.
wijst LAI erop dat zij zelf moet zorgdragen voor rechtsgeldige oproeping van de getuigen;
4.7.
houdt iedere verdere beslissing aan;
in reconventie
4.8.
verklaart LAI niet-ontvankelijk voor zover zij vorderingen heeft ingesteld tegen [bestuurder Barbas];
4.9.
wijst de vorderingen van LAI voor het overige af;
4.10.
veroordeelt LAI tot betaling van de proceskosten en nakosten aan Barbas, begroot op USD 3.213,00, verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening indien nakoming door LAI uitblijft binnen veertien dagen nadat LAI schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
4.11.
veroordeelt LAI tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en over het bedrag van de verhoging vanaf veertien dagen na de betekening;
4.12.
verklaart de proceskosten- en nakostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Door het Gerecht uit het Spaans vertaald als “Schuld Hotel”.
Zie het arrest van de Hoge Raad van 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480.