Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGEABES:2026:201

2026-08-12 Civiel recht; Personen- en familierecht BON202600222
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-08-12
Publicatiedatum
2026-08-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BON202600222
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie voor op Bonaire wonende minderjarige. Vader woont in Nederland

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.170 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire


registratienummer: BON202600222
datum beslissing: 12 augustus 2026




BESCHIKKING




op het verzoek van




VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,



met betrekking tot de minderjarige:




[de minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
hierna: [de minderjarige].



Als belanghebbenden worden aangemerkt:




[de moeder],

wonend op Bonaire,
hierna: de moeder,



en




[de vader],

wonend te [woonplaats] (Nederland),
hierna: de vader.






1Het procesverloop


1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 29 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2026. De moeder en de vader zijn verschenen (de vader heeft via beeldbellen deelgenomen aan de zitting). Namens de Voogdijraad is [medewerker Voogdijraad] verschenen.



1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.







2De feiten


2.1.
Uit de relatie tussen de moeder en de vader is [de minderjarige] geboren.



2.2. [
de minderjarige] woont bij haar moeder op Bonaire.



2.3.
Er is geen omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige].





3Het verzoek en de beoordeling



Het verzoek




3.1.
De Voogdijraad verzoekt het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige].



3.2.
Op basis van de door partijen ingeleverde inkomensgegevens heeft de Voogdijraad een berekening opgesteld. Uit deze berekening volgt dat een bedrag van USD 34,00 per maand, door de vader aan de moeder te betalen, als redelijk en in overeenstemming met de behoefte en draagkracht kan worden beschouwd. Op grond van de alimentatierichtlijn Caribisch Nederland is de vast te stellen bijdrage aan kosten van verzorging en opvoeding minimaal USD 65,00 per maand.



De beoordeling





3.3.
Op grond van artikel 1:404 BW BES zijn ouders verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Ook als de vader weinig inkomsten of een uitkering geniet, ontslaat hem dat niet van de wettelijke plicht om een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige].



3.4.
In het verzoekschrift staat dat de vader heeft aangegeven dat hij sinds november 2025 niet meer werkzaam is en geen inkomsten heeft gehad. Daarom is de Voogdijraad voor de berekening uitgegaan van het gemiddeld saldo van zijn bankrekening van de maanden december 2025 tot en met februari 2026. Uit de overgelegde bankafschriften blijkt dat het beginsaldo in die periode € 4.113,21 was en het eindsaldo - € 2,40. Daarbij is alleen in december 2025 een teruggave van een energieleverancier en een beperkte salarisbetaling ontvangen. Naar het oordeel van het Gerecht bieden deze gegevens onvoldoende basis om de draagkracht van de vader te berekenen. De draagkracht wordt echter niet alleen bepaald door de financiële middelen waarover de vader beschikt, maar ook die waarover hij redelijkerwijs kan beschikken. Aangenomen mag worden dat de vader, die in Nederland woont, ten minste moet kunnen beschikken over een inkomen gelijk aan de toepasselijke bijstandsnorm. De verklaring van de vader dat hij geen uitkering heeft aangevraagd omdat hij als zelfstandige wil gaan werken, is geen reden om daarover anders te oordelen. Bij het hanteren van deze bijstandsnorm in het rekenmodel is de uitkomst ook het minimumbedrag van USD 65,00 per maand.



3.5.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader verklaard dat hij het niet eens is met het geadviseerde alimentatiebedrag omdat de moeder destijds met [de minderjarige] uit Nederland is vertrokken zonder overleg met hem. Ook als dat laatste het geval is, neemt dat echter niet weg dat de vader een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] moet leveren.



3.6.
De door de Voogdijraad gemaakte berekening komt het Gerecht verder deugdelijk voor. Naar het oordeel van het Gerecht is het bedrag van USD 65,00 per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven voor het bepalen van kinderalimentatie. Het Gerecht zal de verzochte kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De datum waarop de door het Gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat, zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 september 2026.


3.7.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daarop volgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.





4De beslissing


Het Gerecht:



4.1.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), met ingang van 1 september 2026 op USD 65,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;



4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.