Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGEABES:2026:196

2026-08-12 Civiel recht; Personen- en familierecht BON202600221
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-08-12
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BON202600221
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie voor op Bonaire wonende minderjarige. Vader woont in Nederland

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.573 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire


registratienummer: BON202600221
datum beslissing: 12 augustus 2026




BESCHIKKING




op het verzoek van




VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,



met betrekking tot de minderjarige:




[de minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
hierna: [de minderjarige].



Als belanghebbenden worden aangemerkt:




[de moeder],

wonend op Bonaire,
hierna: de moeder,



en




[de vader],

wonend in Groningen (Nederland),
hierna: de vader.






1Het procesverloop


1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 29 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2026. De moeder en de vader zijn verschenen (de vader heeft via beeldbellen deelgenomen aan de zitting). Namens de Voogdijraad is [medewerker Voogdijraad] verschenen.



1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.







2De feiten


2.1.
Uit de relatie tussen de moeder en de vader is [de minderjarige] geboren.



2.2. [
de minderjarige] woont bij de moeder op Bonaire.



2.3.
Er is geen omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige].





3Het verzoek en de beoordeling



Het verzoek




3.1.
De Voogdijraad verzoekt het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige].



3.2.
Op basis van de door partijen ingeleverde inkomensgegevens heeft de Voogdijraad een berekening opgesteld. Uit deze berekening volgt dat een bedrag van USD 15,00 per maand, door de vader aan de moeder te betalen, als redelijk en in overeenstemming met de behoefte en draagkracht kan worden beschouwd. Op grond van de alimentatierichtlijn Caribisch [geboorteland] is de vast te stellen bijdrage aan kosten van verzorging en opvoeding minimaal USD 65,00 per maand.



De beoordeling





3.3.
In het verzoekschrift staat dat de vader heeft aangegeven dat hij recent uit detentie is ontslagen en momenteel verblijft in een vorm van begeleid wonen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader toegelicht dat hij verblijft bij Stichting [naam stichting], een instantie die woonbegeleiding aan ex-gedetineerden biedt. De vader heeft op dit moment geen werk en ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet voor dak- en thuislozen. Van deze uitkering ontvangt de vader van Stichting [naam stichting] een bedrag van € 45,00 per week.



3.4.
Op grond van artikel 1:404 BW BES zijn ouders verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Ook als de vader weinig inkomsten of een uitkering geniet, ontslaat hem dat niet van de wettelijke plicht om een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de draagkracht wordt bepaald door de financiële middelen waarover een ouder - na aftrek van de kosten van het eigen levensonderhoud - beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. In zijn algemeenheid mag worden aangenomen dat een ouder die in [geboorteland] woont ten minste moet kunnen beschikken over een inkomen gelijk aan de toepasselijke bijstandsnorm. In de situatie van de vader is dat echter nog anders, omdat in verband met het begeleid wonen een lagere bijstandsuitkering wordt betaald waarvan hij een beperkt leefgeld ontvangt. De vader heeft totaal vier kinderen, waarvan één kind meerderjarig is. Voor de andere twee minderjarige kinderen betaalt de vader € 25,00 per kind per maand. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij geen USD 65,00 per maand kan missen en dat hij bereid is, net als bij zijn andere twee minderjarige kinderen, € 25,00 per maand te betalen.



3.5.
De door de Voogdijraad gemaakte berekening komt het gerecht op zichzelf deugdelijk voor. Daarin is de draagkracht van de vader berekend op USD 43,00 per kind per maand en de door hem te betalen bijdrage voor [de minderjarige] (naar rato van de draagkracht van beide ouders) op USD 15,00 per maand. Het door de Voogdijraad geadviseerde minimumbedrag van USD 65,00 per maand is in dit geval niet passend, omdat dit ertoe zou leiden dat de vader niet meer in zijn eigen onderhoud kan voorzien. Het Gerecht acht in de gegeven omstandigheden het door de vader aangeboden bedrag redelijk en in overeenstemming met de wettelijke maatstaven voor het bepalen van kinderalimentatie. Het gerecht zal de verzochte kinderalimentatie daarom vaststellen op het equivalent van € 25,00 per maand, te weten USD 28,00 per maand. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 september 2026.


3.6.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daarop volgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.





4De beslissing


Het gerecht:



4.1.

bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), met ingang van 1 september 2026 op USD 28,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.




4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.