Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGEABES:2026:169

2026-07-03 Civiel recht; Personen- en familierecht BON202600184
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-07-03
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BON202600184
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en verstrekking griffiersverklaring.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.571 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire


registratienummer: BON202600184
datum beslissing: 3 juli 2026



BESCHIKKING



op het verzoek van




[de vrouw] ,
wonende te Bonaire,
verzoekster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.M.A van Lieshout,



tegen




[de man],
wonende te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man,
procederend in persoon.



In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).






1De procedure


1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 10 april 2026 op de griffie van het gerecht ingediend.



1.2.
Op 30 juni 2026 heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met het minderjarige kind [de minderjarige].



1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. De man is in persoon verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen.



1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.








2De feiten


2.1.
Op [datum] 2016 zijn de man en de vrouw op Bonaire met elkaar getrouwd.



2.2.

Voorafgaand aan het huwelijk is tijdens de affectieve relatie tussen partijen het volgende nu nog minderjarig kind geboren:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].







3De verzoeken en de beoordeling



Het verzoek




3.1.
De vrouw verzoekt:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- te bepalen dat partijen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] blijven uitoefenen;
- te bepalen dat partijen in onderling overleg een zorg – en contactregeling voor [de minderjarige] zullen vaststellen
- partijen te veroordelen over te gaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap.



De beoordeling





3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard zich niet te verzetten tegen het verzoek van de vrouw om van elkaar te scheiden. Het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken zal als op de wet gegrond (art. 1:151 BW BES) worden toegewezen.



3.3.
Partijen hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige]. Uitgangspunt is dat dit gezamenlijk gezag ook na echtscheiding behouden blijft. Nu beide partijen het hier ook over eens zijn zal het gerecht beslissen dat partijen na de echtscheiding het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] zullen blijven uitoefenen.



3.4.
Het verzoek met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen met ingang van datum inschrijving echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.



3.5.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er op dit moment geen rechtstreekse communicatie tussen partijen mogelijk is. Het gerecht overweegt daarom dat het voor partijen nu nog te vroeg is om concrete afspraken te maken over een duurzame omgangsregeling. Wel is omgang tussen [de minderjarige] en de man van belang, nu ook [de minderjarige] heeft gezegd dat ze dit wenst. Het gerecht gaat er van uit dat partijen op een later moment – als de emoties zijn gezakt - in staat zullen zijn hierover goede afspraken te maken. Overigens geeft het gerecht in overweging dat het voor partijen, en zeker voor [de minderjarige], heel belangrijk is dat de communicatie, met of zonder professionele hulp, wordt hersteld. Niet alleen voor de totstandkoming van een omgangsregeling en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, maar ook voor het kunnen uitoefenen van het gezamenlijk gezag over [de minderjarige].



3.6.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Dit betekent dat ook de met de echtscheiding samenhangende overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad zullen worden verklaard. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen verklaard te berusten in de beslissing van het gerecht met betrekking tot de echtscheiding. De griffier zal daarom een zogenaamde griffiersverklaring aan partijen afgeven waaruit blijkt dat partijen afzien van een hoger beroep tegen de beslissing tot echtscheiding.



3.7.
Vanwege het familierechtelijke karakter is voor een proceskostenveroordeling geen plaats en zal iedere partij de eigen kosten dragen.






4De beslissing


Het gerecht:



4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 14 juni 2016 te Bonaire;



4.2.
bepaalt dat partijen, na de echtscheiding, gezamenlijk belast blijven met het gezag over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats];



4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing, genoemd onder 4.2., in het gezagsregister;



4.4.
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers, met elkaar over te gaan tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;



4.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



4.6.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat partijen berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;



4.7.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.