Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2026:138
2026-07-01
Civiel recht; Personen- en familierecht
BON202600318
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor een jaar.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.983 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600318
datum beslissing: 1 juli 2026
Op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna ook: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige]),
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
en
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder.
1Het procesverloop
1.1.
Op 17 juni 2026 heeft het gerecht een verzoekschrift met bijlagen ontvangen van de Voogdijraad.
1.2.
Op 30 juni 2026 heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met [de minderjarige].
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn de vader en de moeder verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen en namens Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) zijn mevrouw [medewerker ZJCN 1] en mevrouw [medewerker ZJCN 2] verschenen.
1.4.
Daarna heeft de rechter direct mondeling uitspraak gedaan.
2De feiten
2.1.
De moeder heeft eenhoofdig gezag over [de minderjarige]. De vader heeft [de minderjarige] erkend. De vader en de moeder wonen niet samen.
2.2.
Sinds april 2026 verblijft [de minderjarige] op vrijwillige basis bij Stichting Project.
2.3.
De Voogdijraad heeft een kinderbeschermingsonderzoek gedaan naar de vraag of een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in het belang van [de minderjarige] is. Op 17 juni 2026 heeft de Voogdijraad een rapport uitgebracht.
3De beoordeling
3.1.
Het verzoek van de Voogdijraad betreft de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en de uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.2.
Op grond van artikel 1:254 juncto 1:258, eerste lid BW BES kan de rechter in eerste aanleg een kind voor een termijn van ten hoogste één jaar onder toezicht stellen als het zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.
3.3.
De rechter kan op grond van artikel 1:263 BW BES, indien dat in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is, het kind voorts doen opnemen in een inrichting of elders dan een inrichting voor de duur van ten hoogste één jaar.
3.4.
Uit het verzoekschrift en uit wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig wordt bedreigd. Ouders hebben geen grip op [de minderjarige] in de thuissituatie en [de minderjarige] is meerdere keren weggelopen. Er zijn zorgen over foute vrienden en criminele activiteiten. [de minderjarige] is zeer zelfbepalend en lijkt niet gevoelig voor gezag en regels. Ouders zitten niet op één lijn voor wat betreft de opvoeding en nemen soms toevlucht tot fysieke straffen. Ouders zijn niet in staat de zorgen rond [de minderjarige] weg te nemen met vrijwillige hulpverlening, ook omdat moeder onvoldoende openstaat voor opvoedondersteuning. Vrijwillige hulpverlening heeft in ieder geval tot op heden onvoldoende resultaat gehad. Gelet op het voorgaande is het gerecht van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. Nu ouders daarmee ook instemmen, zal de ondertoezichtstelling worden toegewezen voor de duur van een jaar, dat betekent tot 1 juli 2027. Een gezinsvoogd van ZJCN zal worden belast met het toezicht.
3.5. [
de minderjarige] verblijft sinds enige tijd in een vrijwillig kader bij Stichting Project. ZJCN is tevreden met de voortgang en merkt op dat [de minderjarige] baat heeft bij structuur, duidelijkheid en positieve beloning. Het gerecht overweegt dat het beter gaat met [de minderjarige] sinds hij bij Stichting Project verblijft. Het is in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] noodzakelijk dat deze plaatsing wordt gecontinueerd en geformaliseerd. Het gerecht zal daarom bepalen dat [de minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis, bij Stichting Project, wordt geplaatst.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], onder toezicht voor de duur van één jaar, te weten tot 1 juli 2027;
4.2.
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) wordt belast met het toezicht op [de minderjarige];
4.3.
bepaalt dat [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], wordt opgenomen bij Stichting Project te Bonaire voor de duur van (maximaal) één jaar, te weten tot 1 juli 2027;
4.4.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissingen onder 4.1 en 4.2;
4.5.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, op 1 juli 2026 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier en op 14 juli 2026 op schrift gesteld.
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600318
datum beslissing: 1 juli 2026
Op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna ook: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige]),
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,
en
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder.
1Het procesverloop
1.1.
Op 17 juni 2026 heeft het gerecht een verzoekschrift met bijlagen ontvangen van de Voogdijraad.
1.2.
Op 30 juni 2026 heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met [de minderjarige].
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn de vader en de moeder verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen en namens Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) zijn mevrouw [medewerker ZJCN 1] en mevrouw [medewerker ZJCN 2] verschenen.
1.4.
Daarna heeft de rechter direct mondeling uitspraak gedaan.
2De feiten
2.1.
De moeder heeft eenhoofdig gezag over [de minderjarige]. De vader heeft [de minderjarige] erkend. De vader en de moeder wonen niet samen.
2.2.
Sinds april 2026 verblijft [de minderjarige] op vrijwillige basis bij Stichting Project.
2.3.
De Voogdijraad heeft een kinderbeschermingsonderzoek gedaan naar de vraag of een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in het belang van [de minderjarige] is. Op 17 juni 2026 heeft de Voogdijraad een rapport uitgebracht.
3De beoordeling
3.1.
Het verzoek van de Voogdijraad betreft de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en de uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.2.
Op grond van artikel 1:254 juncto 1:258, eerste lid BW BES kan de rechter in eerste aanleg een kind voor een termijn van ten hoogste één jaar onder toezicht stellen als het zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.
3.3.
De rechter kan op grond van artikel 1:263 BW BES, indien dat in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is, het kind voorts doen opnemen in een inrichting of elders dan een inrichting voor de duur van ten hoogste één jaar.
3.4.
Uit het verzoekschrift en uit wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig wordt bedreigd. Ouders hebben geen grip op [de minderjarige] in de thuissituatie en [de minderjarige] is meerdere keren weggelopen. Er zijn zorgen over foute vrienden en criminele activiteiten. [de minderjarige] is zeer zelfbepalend en lijkt niet gevoelig voor gezag en regels. Ouders zitten niet op één lijn voor wat betreft de opvoeding en nemen soms toevlucht tot fysieke straffen. Ouders zijn niet in staat de zorgen rond [de minderjarige] weg te nemen met vrijwillige hulpverlening, ook omdat moeder onvoldoende openstaat voor opvoedondersteuning. Vrijwillige hulpverlening heeft in ieder geval tot op heden onvoldoende resultaat gehad. Gelet op het voorgaande is het gerecht van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. Nu ouders daarmee ook instemmen, zal de ondertoezichtstelling worden toegewezen voor de duur van een jaar, dat betekent tot 1 juli 2027. Een gezinsvoogd van ZJCN zal worden belast met het toezicht.
3.5. [
de minderjarige] verblijft sinds enige tijd in een vrijwillig kader bij Stichting Project. ZJCN is tevreden met de voortgang en merkt op dat [de minderjarige] baat heeft bij structuur, duidelijkheid en positieve beloning. Het gerecht overweegt dat het beter gaat met [de minderjarige] sinds hij bij Stichting Project verblijft. Het is in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] noodzakelijk dat deze plaatsing wordt gecontinueerd en geformaliseerd. Het gerecht zal daarom bepalen dat [de minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis, bij Stichting Project, wordt geplaatst.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], onder toezicht voor de duur van één jaar, te weten tot 1 juli 2027;
4.2.
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) wordt belast met het toezicht op [de minderjarige];
4.3.
bepaalt dat [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], wordt opgenomen bij Stichting Project te Bonaire voor de duur van (maximaal) één jaar, te weten tot 1 juli 2027;
4.4.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissingen onder 4.1 en 4.2;
4.5.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, op 1 juli 2026 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier en op 14 juli 2026 op schrift gesteld.