Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2026:125
2026-05-27
Civiel recht; Personen- en familierecht
BON202600248
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gezamenlijk verzoek echtscheiding.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.275 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600248
Datum uitspraak: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[verzoeker 1], wonend te Bonaire,
2. [verzoeker 2], wonend te [woonplaats] (Nederland)
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1Het procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 12 mei 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 1996 te Bladel en Netersel (Nederland) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit dit huwelijk zijn geen thans minderjarige kinderen geboren.
2.3.
Verzoekers hebben op 11 mei 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.
3De beoordeling
3.1.
Het verzoek betreft het uitspreken van de echtscheiding tussen verzoekers en tot opneming van het echtscheidingsconvenant door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond worden toegewezen (artikel 1:154 BW BES).
3.3.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv BES).
3.4.
De vrouw en de man verzoeken tot slot het gerecht om in de beslissing op te nemen dat zij over en weer afstand doen van hun recht op hoger beroep. Kennelijk beogen zij daarmee dat de griffier meteen een griffiersverklaring op kan maken. Het gerecht zal dat in de beslissing opnemen.
3.5.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 1996 te Bladel en Netersel (Nederland);
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 11 mei 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 27 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Registratienummer: BON202600248
Datum uitspraak: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[verzoeker 1], wonend te Bonaire,
2. [verzoeker 2], wonend te [woonplaats] (Nederland)
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1Het procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 12 mei 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 1996 te Bladel en Netersel (Nederland) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit dit huwelijk zijn geen thans minderjarige kinderen geboren.
2.3.
Verzoekers hebben op 11 mei 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.
3De beoordeling
3.1.
Het verzoek betreft het uitspreken van de echtscheiding tussen verzoekers en tot opneming van het echtscheidingsconvenant door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond worden toegewezen (artikel 1:154 BW BES).
3.3.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv BES).
3.4.
De vrouw en de man verzoeken tot slot het gerecht om in de beslissing op te nemen dat zij over en weer afstand doen van hun recht op hoger beroep. Kennelijk beogen zij daarmee dat de griffier meteen een griffiersverklaring op kan maken. Het gerecht zal dat in de beslissing opnemen.
3.5.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 1996 te Bladel en Netersel (Nederland);
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 11 mei 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 27 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.