Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2026:122
2026-05-27
Civiel recht; Personen- en familierecht
BON202600245
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gezamenlijk verzoek echtscheiding met nevenvoorzieningen en toepassing internationaal privaatrecht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.925 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600245
Datum uitspraak: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[verzoeker 1], wonende te Bonaire,
2. [verzoeker 2], wonende te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1Het procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 8 mei 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2019 te Floridablanca (Colombia) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit het huwelijk zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
Het door beide partijen ondertekende verzoekschrift betreft het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen, te bepalen dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen en vaststelling van een omgangsregeling.
3.2.
Het gerecht moet allereerst (ambtshalve) beoordelen of het bevoegd is te beslissen op het ingediende echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen. Dat is inderdaad het geval. Met betrekking tot het echtscheidingsverzoek komt het gerecht rechtsmacht toe omdat zowel de man als de vrouw op Bonaire verblijft (artikel 814 Rv BES). Ten aanzien van de gevraagde voorzieningen inzake gezag en omgang ontleent het gerecht zijn bevoegdheid aan art. 5 lid 1 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996), nu ook de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben op Bonaire. Om dezelfde redenen is het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing (wat betreft de verzoeken over gezag en omgang op grond van artikel 15 lid 1 van het genoemde verdrag).
3.3.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet (artikel 1:154 BW BES) gegrond worden toegewezen.
3.4.
Uitgangspunt is dat na een echtscheiding beide ouders belast blijven met het gezag. Het verzoek van partijen om na de echtscheiding het gezamenlijk gezag te blijven uitoefenen over de [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal dan ook worden toegewezen.
3.5.
Partijen hebben in het verzoekschrift onderlinge regelingen opgenomen waarin zij de gevolgen van de beëindiging van hun huwelijk regelen. Hierin is ook de omgangsregeling opgenomen die partijen zijn overeengekomen. Het gerecht verstaat dat dit een verzoek is op grond van art. 819 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering BES en zal het verzoekschrift aanhechten aan de beschikking.
3.6.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, omdat partijen (ex) echtgenoten zijn.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2019 te Floridablanca (Colombia);
4.2.
bepaalt dat partijen, na de inschrijving van de beschikking, gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarige kinderen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats];
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de in 4.2. opgenomen beslissing;
4.4.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 7 mei 2026 ondertekende verzoekschrift deel uitmaken van deze beschikking;
4.5.
compenseert de proceskosten tussen partijen.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en op 27 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Registratienummer: BON202600245
Datum uitspraak: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[verzoeker 1], wonende te Bonaire,
2. [verzoeker 2], wonende te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1Het procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 8 mei 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2019 te Floridablanca (Colombia) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit het huwelijk zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].
3Het verzoek en de beoordeling
3.1.
Het door beide partijen ondertekende verzoekschrift betreft het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen, te bepalen dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen en vaststelling van een omgangsregeling.
3.2.
Het gerecht moet allereerst (ambtshalve) beoordelen of het bevoegd is te beslissen op het ingediende echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen. Dat is inderdaad het geval. Met betrekking tot het echtscheidingsverzoek komt het gerecht rechtsmacht toe omdat zowel de man als de vrouw op Bonaire verblijft (artikel 814 Rv BES). Ten aanzien van de gevraagde voorzieningen inzake gezag en omgang ontleent het gerecht zijn bevoegdheid aan art. 5 lid 1 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996), nu ook de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben op Bonaire. Om dezelfde redenen is het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing (wat betreft de verzoeken over gezag en omgang op grond van artikel 15 lid 1 van het genoemde verdrag).
3.3.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet (artikel 1:154 BW BES) gegrond worden toegewezen.
3.4.
Uitgangspunt is dat na een echtscheiding beide ouders belast blijven met het gezag. Het verzoek van partijen om na de echtscheiding het gezamenlijk gezag te blijven uitoefenen over de [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal dan ook worden toegewezen.
3.5.
Partijen hebben in het verzoekschrift onderlinge regelingen opgenomen waarin zij de gevolgen van de beëindiging van hun huwelijk regelen. Hierin is ook de omgangsregeling opgenomen die partijen zijn overeengekomen. Het gerecht verstaat dat dit een verzoek is op grond van art. 819 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering BES en zal het verzoekschrift aanhechten aan de beschikking.
3.6.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, omdat partijen (ex) echtgenoten zijn.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2019 te Floridablanca (Colombia);
4.2.
bepaalt dat partijen, na de inschrijving van de beschikking, gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarige kinderen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats];
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de in 4.2. opgenomen beslissing;
4.4.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 7 mei 2026 ondertekende verzoekschrift deel uitmaken van deze beschikking;
4.5.
compenseert de proceskosten tussen partijen.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en op 27 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.