Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGEABES:2026:106

2026-03-20 Strafrecht 420.00070/26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-03-20
Publicatiedatum
2026-07-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
420.00070/26
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Strafvorderlijk kort geding ex artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering BES. Verzoek teruggave ingevorderd rijbewijs. Verzoeker is ontvankelijk, nu de Wegenverkeersverordening Bonaire niet voorziet in een klachtmogelijkheid over de beslissing tot invordering van de officier van justitie. De gevraagde voorziening wordt geweigerd, omdat de persoonlijke belangen van verzoeker niet opwegen tegen belang van de verkeersveiligheid.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.631 tekens)
Parketnummer: 420.00070/26
Uitspraak: 20 maart 2026



BESCHIKKING




gegeven op het verzoek ex artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering BES
van:




[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteland],
wonende op Bonaire, [adres],
hierna te noemen: verzoeker.






1Het verloop van de procedure en wat daaraan is voorafgegaan


1.1

Verzoeker is op 21 februari 2026 aangehouden wegens verdenking van het rijden onder invloed van alcohol. Verbalisanten kregen op 21 februari 2026 omstreeks 01:47 uur een melding in verband met een eenzijdige aanrijding. Na aankomst zagen de verbalisanten dat een auto tegen een rotonde aan was gereden. De verbalisanten namen een indicatieve ademanalyse bij verzoeker af, waarbij verzoeker 1.000 ug/l blies. Op het politiebureau te Playa, Kralendijk werd verzoeker onderworpen aan ademanalyse. Het onderzoeksresultaat van voornoemde ademanalyse bedroeg 750 ug/l. Naar aanleiding van het onderzoeksresultaat is het rijbewijs van verzoeker ingevorderd.
Op 6 maart 2026 heeft verzoeker een verzoek bij het Openbaar Ministerie ingediend strekkende tot het terugkrijgen van het ingevorderde rijbewijs. Het Openbaar Ministerie heeft dit verzoek op 13 maart 2026 per brief afgewezen.



Na ontvangst van de beslissing van het Openbaar Ministerie heeft verzoeker in een e-mail aan de griffie van het Gerecht verzocht de beslissing van het Openbaar Ministerie te vernietigen. Hoewel niet expliciet benoemd in het verzoek, heeft het Gerecht het verzoek aangemerkt als een verzoek in de zin van artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering BES (hierna: Sv BES).



1.2
De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in raadkamer van het Gerecht op 17 maart 2026 op Bonaire. Verschenen en gehoord zijn verzoeker en de (hoofd)officier van justitie, mr. W.E. Kupers. Tijdens de behandeling heeft verzoeker het verzoek aan de hand van pleitaantekeningen, met producties, toegelicht.


1.3

Het Gerecht heeft een beschikking aangezegd die vandaag wordt gegeven.

2 De standpunten





2.1
Verzoeker heeft in raadkamer aangevoerd dat de inhouding van zijn rijbewijs onrechtmatig is. Allereerst stelt verzoeker zich op het standpunt dat de officier van justitie op grond van artikel 121 leden 4 en 5 van de Wegenverkeersverordening Bonaire binnen tien dagen een beslissing had moeten nemen over het al dan niet onder zich houden van het rijbewijs. Hetgeen de officier van justitie volgens verzoeker heeft nagelaten. Daarnaast voert verzoeker aan dat de officier van justitie onbevoegd is om te beslissen over het ingehouden rijbewijs nu de officier van justitie niet op de juiste wijze is benoemd, daarbij beroept verzoeker zich op de Bekendmakingswet BES en artikel 46 van de Rijkswet Openbaar Ministerie.



2.2
De officier van justitie heeft primair geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van verzoeker. Daartoe heeft hij aangevoerd dat artikel 125, tweede lid van de Wegenverkeersverordening Bonaire de officier van justitie de bevoegdheid verleent om een ingevorderd rijbewijs onder zich te houden. Het wetboek voorziet daarmee, volgens hem, zelf in een regeling, zodat een beroep op artikel 43 Sv BES niet ontvankelijk is. Voor toepassing van dat artikel is immers vereist dat sprake is van een dringende noodzaak én dat het wetboek niet reeds in een regeling voorziet. De officier van justitie heeft subsidiair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Daartoe heeft de officier van justitie – kort samengevat – het volgende aangevoerd. De bestreden beslissing is op goede grond genomen. Verzoeker heeft een enorm hoge uitslag van de ademanalyse geblazen, te weten: 1000 ug/l op straat en 750 ug/l op het bureau. Daarnaast heeft verzoeker een aanrijding veroorzaakt. Op basis van voorgaande feiten volgt uit de richtlijnen een onvoorwaardelijke rijontzegging van zeven maanden. Verzoeker heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding geven een uitzondering te maken en om af te wijken van de richtlijnen.





3De beoordeling



De ontvankelijkheid




3.1
Ingevolge artikel 43, eerste lid, Sv BES kan in alle gevallen, waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en het wetboek zelf daaromtrent geen regeling bevat, een verzoek om zodanige voorziening worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft.



3.2
Artikel 125 tweede lid, van de Wegenverkeersverordening Bonaire geeft de officier van justitie de bevoegdheid om het ingevorderde rijbewijs onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Deze bepaling ziet uitsluitend op die bevoegdheid en biedt geen mogelijkheid om over die beslissing te klagen. Het wetboek voorziet derhalve niet in een regeling voor een voorziening als verzocht, te weten een teruggave van het rijbewijs vóór de door de officier van justitie bepaalde datum. Het belang van een goede strafrechtspleging brengt mee dat dit dan in het kader van artikel 43 Sv moet kunnen worden verzocht. Verzoeker is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.



De inhoudelijke beoordeling





3.3
Het rijbewijs van verzoeker is op goede gronden ingevorderd. Verzoeker wordt er immers van verdacht onder invloed van alcohol een verkeersongeval te hebben veroorzaakt. Op grond van artikel 125 lid 1 juncto artikel 28 van de Wegenverkeersverordening Bonaire kon het rijbewijs daarom worden ingevorderd.



3.4
De invordering is een maatregel die dient ter verzekering van de verkeersveiligheid. De duur van de invordering is over het algemeen gerelateerd aan de duur van een mogelijk door de strafrechter op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid. Bij een promillage als dat van verzoeker geldt volgens de richtlijnen een ontzegging voor de duur van 7 maanden.



3.5
Als verzoeker het rijbewijs nu, na 1 maand, al terug wil hebben moeten er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat zijn persoonlijk belang bij het rijbewijs groter is dan het belang van de verkeersveiligheid.



3.6
De rechter-commissaris merkt in de eerste plaats op dat verzoeker zijn verzoek deels baseert op een aantal apert onjuiste stellingen waarbij hij verwijst naar niet bestaande wetsartikelen en wettelijke regelingen. Zo stelt hij ten onrechte dat voor de officier van justitie een wettelijke beslistermijn geldt van 10 dagen; hij haalt daarbij de tekst aan van de leden 4 en 5 van artikel 121 van de Wegenverkeersverordening Bonaire. Die artikelleden bestaan echter niet. Ook verwijst hij naar artikel 46 van de Rijkswet Openbaar Ministerie; deze Rijkswet heeft echter slechts 43 artikelen. Tenslotte beroept hij zich op de Bekendmakingswet BES, een wet waarvan het bestaan de rechter-commissaris onbekend is. Kennelijk heeft verzoeker een en ander gebaseerd op een zoektocht via Google of een AI-applicatie. Nog daargelaten dat daarmee zijn stellingen onjuist, onbegrijpelijk en oncontroleerbaar zijn, is het kwalijk dat hij op grond daarvan de officier van justitie beschuldigt van misleiding, leugens en onbevoegdheid. Dat verzoeker, zoals hij stelt, zijn verantwoordelijkheid voor zijn verkeersgedrag neemt, komt hiermee in een ander daglicht te staan.



3.7
Wat betreft het persoonlijk belang van verzoeker overweegt de rechter-commissaris als volgt. Vanzelfsprekend is het ontbreken van een rijbewijs een grote last op een eiland als Bonaire. Het zal logistieke problemen en extra kosten opleveren. Maar de echtgenote van verzoeker heeft kennelijk ook een rijbewijs en kan dus de kinderen naar school brengen. Dat zijn baan in gevaar komt door het ontbreken van een rijbewijs, is onvoldoende onderbouwd. Ook hier geldt: het zal problemen veroorzaken, maar die zijn op te lossen door iemand anders in te schakelen als chauffeur of een ander (tijdelijk) de 24/7 service te laten uitoefenen. De werkgever van verzoeker is zijn broer; dit brengt normaal gesproken mee dat er extra flexibiliteit mogelijk is en dat verzoeker niet snel het risico loopt ontslagen te worden.



3.8
Dat verzoeker al 25 dagen geen alcohol heeft gebruikt, siert hem. Maar het neemt de ernst van zijn verkeersgedrag niet weg en is onvoldoende om te concluderen dat er geen gevaar voor de verkeersveiligheid (meer) is.



3.9
Al met al luidt de conclusie dat het persoonlijk belang van verzoeker niet opweegt tegen het belang van de verkeersveiligheid. De officier van justitie mag het rijbewijs dus langer ingevorderd houden; in ieder geval tot de zitting van 28 mei 2026 waarop de strafrechter zal beslissen over de (duur van de) ontzegging van de rijbevoegdheid.





4De beslissing


de rechter-commissaris:



- weigert de gevraagde voorziening.




Deze beslissing is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter-commissaris in voornoemd Gerecht, bijgestaan door mr. J.J. Scholte ter Horst, zittingsgriffier.