Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ECLI:NL:OGEABES:2026:102

2026-05-06 Civiel recht; Personen- en familierecht BON202600016
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Uitspraakdatum
2026-05-06
Publicatiedatum
2026-07-03
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BON202600016
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eenzijdig verzoek echtscheiding, verdeling huwelijksgoederengemeenschap en voortgezet gebruik woning.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.418 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire


registratienummer: BON202600016
datum beslissing: 6 mei 2026




BESCHIKKING




op het verzoek van




[de vrouw],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,



tegen




[de man],
wonende te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man.






1De procedure


1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 15 januari 2026 op de griffie van het gerecht ingediend. De man heeft geen schriftelijk verweer gevoerd.



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De man is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen.



1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.
Op [huwelijksdatum] 2014 zijn de man en de vrouw op Bonaire met elkaar getrouwd.



2.2.
Tijdens het huwelijk zijn geen thans nog minderjarige kinderen geboren.








3Het verzoek en de beoordeling



Het verzoek




3.1.
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;


een bevel tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap uit te spreken met benoeming van notaris mr. [notaris] en een onzijdig persoon;


voortgezet gebruik voor de duur van tenminste 6 maanden van de (voormalig) echtelijke woning gelegen aan [adres] te Bonaire met het bevel dat de man de woning niet mag betreden.





De beoordeling





3.2.
Omdat het verzoek niet door de man is weersproken, zal het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken als op de wet gegrond (art. 1:151 BW BES) worden toegewezen.



3.3.
Ook het verzoek met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen met ingang van datum inschrijving echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.



3.4.
Met betrekking tot het verzoek om notaris mr. [notaris] te benoemen ten overstaan van wie de scheiding en deling zal plaatsvinden overweegt het gerecht als volgt. Art. 677 Rv BES bepaalt dat de rechter de notaris benoemt als partijen het over de keuze van de notaris niet eens zijn. Gelet op de achtergrond van de zaak en het feit dat de man niet heeft gereageerd op de oproeping, is aannemelijk dat deze situatie zich zal voordoen. Het gerecht zal daarom notaris mr. [notaris] benoemen ten overstaan van wie de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zal plaatsvinden. Het gerecht ziet in deze omstandigheden ook aanleiding om een onzijdig persoon te benoemen voor het geval de man niet meewerkt aan de verdeling, zoals de vrouw heeft gevraagd. Het gerecht zal op grond van art. 3:181 BW BES mevrouw [gerechtsdeurwaarder], gerechtsdeurwaarder te Bonaire, benoemen tot onzijdig persoon



3.5.
De vrouw heeft ook het verzoek gedaan tot voortgezet gebruik van de woning gelegen aan de [adres] te Bonaire. Op grond van art. 827 Rv BES jo. art. 1:165 lid 1 BW BES kan de vrouw verzoeken het gebruik van de woning gedurende zes maanden na de inschrijving van de beschikking te mogen voortzetten. De man heeft dit verzoek niet weersproken. Het gerecht wijst het verzoek over het voortgezet gebruik van de woning daarom toe.



3.6.
Voor zover het verzoek ertoe strekt te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning met bevel dat de man de echtelijke woning niet mag betreden, geldt dat dit een voorlopige voorziening voor de duur van het geding betreft als bedoeld in art. 822 lid 1 onder a Rv BES, die bij afzonderlijk verzoekschrift moet worden gevraagd (zie art. 81 van het procesreglement). In deze procedure is dat verzoek niet toewijsbaar.



3.7.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. De inschrijving van de echtscheidingsbeschikking kan pas geschieden nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (art. 1:20 lid 1 BW BES). Dit betekent dat ook de met de echtscheiding samenhangende overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad zullen worden verklaard.



3.8.
Vanwege het familierechtelijke karakter van deze zaak zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.






4De beslissing


Het gerecht:



4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 2014 te Bonaire;



4.2.
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtsscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers, ten overstaan van notaris mr. [notaris] met elkaar over te gaan tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;



4.3.
benoemt mevrouw [gerechtsdeurwaarder], gerechtsdeurwaarder te Bonaire, tot onzijdig persoon voor het geval de man geen medewerking verleent aan de verdeling van de gemeenschap;



4.4.
bepaalt dat de vrouw het gebruik van de woning gelegen aan [adres] te Bonaire gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking mag voortzetten;



4.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



4.6.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.