Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2025:187
2025-12-18
Civiel recht
BON202500607
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gezamenlijk verzoek echtscheiding, gezamenlijk ouderlijk gezag.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.906 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500607
datum beslissing: 18 december 2025
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[de man],
hierna ook: de man,
2[de vrouw],
hierna ook: de vrouw,
beiden wonend te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1De procedure
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 28 november 2025 op de griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
De man en de vrouw zijn op [datum] 2020 te [plaats] ([land]) met elkaar getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen.
2.2.
Uit dit huwelijk is het op dit moment nog minderjarige kind geboren:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ([geboorteland]).
2.3.
De man en de vrouw hebben in november 2025 een ouderschapsplan met elkaar gesloten dat zij op 13 respectievelijk 6 november 2025 hebben ondertekend.
3De beoordeling
3.1.
Het verzoek strekt tot het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen en tot opneming van het ouderschapsplan door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) worden toegewezen.
3.3.
Op grond van artikel 1:251 BW BES dient de rechter na echtscheiding te beslissen over het gezag over het minderjarige kind van verzoekers. Partijen verzoeken eensluidend (als bedoeld in artikel 1:251 lid 2 BW BES) om gezamenlijk belast te blijven met het gezag over hun minderjarige kind. Dat verzoek zal worden toegewezen omdat niet is gebleken van bezwaren hiertegen.
3.4.
Het ouderschapsplan zal aan deze beschikking worden gehecht en maakt daarvan deel uit (artikel 819 Rv BES).
3.5.
Partijen hebben in hun gezamenlijk verzoekschrift over en weer afstand gedaan van hun recht op (hoger) beroep.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen verzoekers, gehuwd op [datum] 2020 te [plaats] ([land]);
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door de man op 13 november 2025 en door de vrouw op 6 november 2025 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking;
4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.4.
bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ([geboorteland]);
4.5.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing in het gezagsregister;
4.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500607
datum beslissing: 18 december 2025
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1[de man],
hierna ook: de man,
2[de vrouw],
hierna ook: de vrouw,
beiden wonend te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1De procedure
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 28 november 2025 op de griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
De man en de vrouw zijn op [datum] 2020 te [plaats] ([land]) met elkaar getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen.
2.2.
Uit dit huwelijk is het op dit moment nog minderjarige kind geboren:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ([geboorteland]).
2.3.
De man en de vrouw hebben in november 2025 een ouderschapsplan met elkaar gesloten dat zij op 13 respectievelijk 6 november 2025 hebben ondertekend.
3De beoordeling
3.1.
Het verzoek strekt tot het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen en tot opneming van het ouderschapsplan door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
De man en de vrouw zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) worden toegewezen.
3.3.
Op grond van artikel 1:251 BW BES dient de rechter na echtscheiding te beslissen over het gezag over het minderjarige kind van verzoekers. Partijen verzoeken eensluidend (als bedoeld in artikel 1:251 lid 2 BW BES) om gezamenlijk belast te blijven met het gezag over hun minderjarige kind. Dat verzoek zal worden toegewezen omdat niet is gebleken van bezwaren hiertegen.
3.4.
Het ouderschapsplan zal aan deze beschikking worden gehecht en maakt daarvan deel uit (artikel 819 Rv BES).
3.5.
Partijen hebben in hun gezamenlijk verzoekschrift over en weer afstand gedaan van hun recht op (hoger) beroep.
4De beslissing
Het gerecht:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen verzoekers, gehuwd op [datum] 2020 te [plaats] ([land]);
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door de man op 13 november 2025 en door de vrouw op 6 november 2025 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking;
4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.4.
bepaalt dat verzoekers, na de echtscheiding, gezamenlijk belast zullen blijven met het gezag over:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ([geboorteland]);
4.5.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing in het gezagsregister;
4.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.