Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGEABES:2025:182
2025-12-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
BON202500297
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Tussenbeschikking. Kinderalimentatie. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat de man de biologische vader is van het minderjarige kind. De man heeft geen financiële gegevens aan de Voogdijraad verstrekt. De man krijgt nogmaals de gelegenheid gegevens te verstrekken. Als de man wederom niet meewerkt, zal de hoogte van de kinderalimentatie worden berekend op basis van de (geschatte) behoefte van de kinderen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.783 tekens)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500297
datum beslissing: 30 december 2025
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[de minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige 1],
en
[de minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige 2],
tegen:
[de man],
wonende te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
wonende te Curaçao,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. S. Larmonie.
1Het procesverloop
1.1.
Voor het verloop van de procedure tot 29 augustus 2025 wordt verwezen naar de beschikking van die datum. In die beschikking is de zaak naar de rol verwezen van 1 oktober 2025 voor overlegging van een DNA-rapport door de man.
1.2.
Op 1 oktober 2025 heeft de man geen DNA-rapport overgelegd. Daarna is de zaak naar de rol van 29 oktober 2025 verwezen en is de man opgedragen het DNA-rapport alsnog te overleggen. Dat heeft de man gedaan.
1.3.
Daarna is de zaak naar de rol verwezen van 26 november 2025 voor overlegging van een herberekening door de Voogdijraad ten behoeve van de hoogte van de kinderalimentatie. Omdat partijen op 26 november 2025 geen financiële gegevens aan de Voogdijraad hadden verstrekt, is de zaak verwezen naar de rolzitting van 10 december 2025.
1.4.
Op de rolzitting van 10 december 2025 is de vrouw verschenen, bijgestaan door mr. Larmonie. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig. Op de rolzitting is bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.
2De beoordeling
2.1.
In de beschikking van 29 augustus 2025 is beslist dat de man de gelegenheid krijgt om DNA-onderzoek uit te laten voeren door het ziekenhuis Mariadal om te onderzoeken of hij de biologische vader is van (een van de) minderjarige kinderen.
2.2.
De man heeft een DNA-rapport van het DNA Diagnostics Center overgelegd. De man heeft ervoor gekozen om het DNA te vergelijken van hemzelf en [de minderjarige 1]. Uit de resultaten van het DNA-onderzoek blijkt dat nagenoeg met zekerheid vast staat dat de vader de biologische vader is van [de minderjarige 1].
2.3.
Voor zover de vader betwist dat hij de biologische vader van [de minderjarige 2] is, heeft hij zijn betwisting onvoldoende gemotiveerd. Voor deze procedure is het vast komen te staan dat de vader de biologische vader is van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. Daarom is aan de Voogdijraad opdracht gegeven om een berekening te maken voor de hoogte van de te betalen kinderalimentatie.
2.4.
Op 10 december 2025 heeft de Voogdijraad een akte in het geding gebracht. Daaruit volgt onder meer dat de vader geen financiële gegevens aan de Voogdijraad heeft verstrekt. De Voogdijraad is in zijn herberekening bij het berekenen van de draagkracht van de vader uitgegaan van het in Bonaire geldende minimum inkomen, terwijl gebleken is dat de man directeur is van een bedrijf in het verhuren van zwaar materieel.
2.5.
Het gerecht overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:404 BW BES zijn ouders verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Nu de man geen financiële gegevens heeft overgedragen, heeft de Voogdijraad geen draagkrachtberekening kunnen maken. Bij de alimentatieberekening is de Voogdijraad uitgegaan van een minimuminkomen van de man. Overeenkomstig de in Bonaire geldende belastingwetgeving, dient de man als DGA zichzelf een netto-inkomen uit te keren van USD 3.402,00 per maand. Daardoor is het toepassen van het minimuminkomen voor de berekening van de draagkracht van de man niet volgens de in Bonaire geldende regelgeving. Dit zou tot een onredelijke en onbillijke uitkomst kunnen leiden voor de minderjarige kinderen.
2.6.
Daarom zal het gerecht de Voogdijraad opnieuw in de gelegenheid stellen om de werkelijke draagkracht van de man vast te stellen en het van de man gevorderde bedrag aan te passen aan de wettelijke norm. Dit betekent dat de Voogdijraad:
- de man bij aangetekend schrijven nogmaals ertoe beweegt zijn financiële gegevens te laten overleggen, zodat de Voogdijraad zijn werkelijke draagkracht alsnog kan berekenen en door het gerecht kan laten vaststellen;
- de man er daarbij uitdrukkelijk op wijst dat mocht hij opnieuw weigeren om zijn financiële gegevens te overleggen, dat dan bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal worden berekend op basis van de (geschatte) behoefte van deze kinderen.
2.7.
Het gerecht zal de beslissing op grond hiervan aanhouden tot de rolzitting van 28 januari 2026 waarop de Voogdijraad een nieuwe herberekening moet overleggen. Op de rolzitting hoeven partijen niet te verschijnen. Een nieuwe mondelinge behandeling zal worden bepaald op 11 februari 2026 om 14:00 uur. Op de mondelinge behandeling zal de nieuwe herberekening van de Voogdijraad met partijen besproken worden en krijgt de vrouw de gelegenheid om te reageren op de stelling van de man dat de bovenverdieping van de woning waar zij woont is verhuurd (geweest).
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
Het gerecht:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 januari 2026 voor het overleggen van een nieuwe herberekening van de Voogdijraad;
3.2.
bepaalt dat de zaak besproken wordt tijdens de mondelinge behandeling op 11 februari 2026 om 14:00 uur in het gerechtsgebouw te Bonaire (Fort Oranje);
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500297
datum beslissing: 30 december 2025
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[de minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige 1],
en
[de minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige 2],
tegen:
[de man],
wonende te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
wonende te Curaçao,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. S. Larmonie.
1Het procesverloop
1.1.
Voor het verloop van de procedure tot 29 augustus 2025 wordt verwezen naar de beschikking van die datum. In die beschikking is de zaak naar de rol verwezen van 1 oktober 2025 voor overlegging van een DNA-rapport door de man.
1.2.
Op 1 oktober 2025 heeft de man geen DNA-rapport overgelegd. Daarna is de zaak naar de rol van 29 oktober 2025 verwezen en is de man opgedragen het DNA-rapport alsnog te overleggen. Dat heeft de man gedaan.
1.3.
Daarna is de zaak naar de rol verwezen van 26 november 2025 voor overlegging van een herberekening door de Voogdijraad ten behoeve van de hoogte van de kinderalimentatie. Omdat partijen op 26 november 2025 geen financiële gegevens aan de Voogdijraad hadden verstrekt, is de zaak verwezen naar de rolzitting van 10 december 2025.
1.4.
Op de rolzitting van 10 december 2025 is de vrouw verschenen, bijgestaan door mr. Larmonie. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig. Op de rolzitting is bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.
2De beoordeling
2.1.
In de beschikking van 29 augustus 2025 is beslist dat de man de gelegenheid krijgt om DNA-onderzoek uit te laten voeren door het ziekenhuis Mariadal om te onderzoeken of hij de biologische vader is van (een van de) minderjarige kinderen.
2.2.
De man heeft een DNA-rapport van het DNA Diagnostics Center overgelegd. De man heeft ervoor gekozen om het DNA te vergelijken van hemzelf en [de minderjarige 1]. Uit de resultaten van het DNA-onderzoek blijkt dat nagenoeg met zekerheid vast staat dat de vader de biologische vader is van [de minderjarige 1].
2.3.
Voor zover de vader betwist dat hij de biologische vader van [de minderjarige 2] is, heeft hij zijn betwisting onvoldoende gemotiveerd. Voor deze procedure is het vast komen te staan dat de vader de biologische vader is van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. Daarom is aan de Voogdijraad opdracht gegeven om een berekening te maken voor de hoogte van de te betalen kinderalimentatie.
2.4.
Op 10 december 2025 heeft de Voogdijraad een akte in het geding gebracht. Daaruit volgt onder meer dat de vader geen financiële gegevens aan de Voogdijraad heeft verstrekt. De Voogdijraad is in zijn herberekening bij het berekenen van de draagkracht van de vader uitgegaan van het in Bonaire geldende minimum inkomen, terwijl gebleken is dat de man directeur is van een bedrijf in het verhuren van zwaar materieel.
2.5.
Het gerecht overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:404 BW BES zijn ouders verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Nu de man geen financiële gegevens heeft overgedragen, heeft de Voogdijraad geen draagkrachtberekening kunnen maken. Bij de alimentatieberekening is de Voogdijraad uitgegaan van een minimuminkomen van de man. Overeenkomstig de in Bonaire geldende belastingwetgeving, dient de man als DGA zichzelf een netto-inkomen uit te keren van USD 3.402,00 per maand. Daardoor is het toepassen van het minimuminkomen voor de berekening van de draagkracht van de man niet volgens de in Bonaire geldende regelgeving. Dit zou tot een onredelijke en onbillijke uitkomst kunnen leiden voor de minderjarige kinderen.
2.6.
Daarom zal het gerecht de Voogdijraad opnieuw in de gelegenheid stellen om de werkelijke draagkracht van de man vast te stellen en het van de man gevorderde bedrag aan te passen aan de wettelijke norm. Dit betekent dat de Voogdijraad:
- de man bij aangetekend schrijven nogmaals ertoe beweegt zijn financiële gegevens te laten overleggen, zodat de Voogdijraad zijn werkelijke draagkracht alsnog kan berekenen en door het gerecht kan laten vaststellen;
- de man er daarbij uitdrukkelijk op wijst dat mocht hij opnieuw weigeren om zijn financiële gegevens te overleggen, dat dan bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal worden berekend op basis van de (geschatte) behoefte van deze kinderen.
2.7.
Het gerecht zal de beslissing op grond hiervan aanhouden tot de rolzitting van 28 januari 2026 waarop de Voogdijraad een nieuwe herberekening moet overleggen. Op de rolzitting hoeven partijen niet te verschijnen. Een nieuwe mondelinge behandeling zal worden bepaald op 11 februari 2026 om 14:00 uur. Op de mondelinge behandeling zal de nieuwe herberekening van de Voogdijraad met partijen besproken worden en krijgt de vrouw de gelegenheid om te reageren op de stelling van de man dat de bovenverdieping van de woning waar zij woont is verhuurd (geweest).
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3De beslissing
Het gerecht:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 januari 2026 voor het overleggen van een nieuwe herberekening van de Voogdijraad;
3.2.
bepaalt dat de zaak besproken wordt tijdens de mondelinge behandeling op 11 februari 2026 om 14:00 uur in het gerechtsgebouw te Bonaire (Fort Oranje);
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.