Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
ECLI:NL:OGEAA:2017:257
2017-04-11
Civiel recht
EJ nr. 44 van 2017
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
civiel-ej-verzoek tot het belasten van verzoekster met de voogdij over de minderjarige wordt afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.383 tekens)
Beschikking van 11 april 2017
behorend bij EJ nr. 44 van 2017.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[X],
wonende in Aruba, te [adres],
VERZOEKSTER,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[Y], de minderjarige, wonende in Aruba,
[Z], de moeder, wonende in Aruba.
1DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
het verzoekschrift, ingediend op 10 januari 2017,
de verzoekster en de moeder zijn niet verschenen, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2DE FEITEN
2.1
Van de op [datum] 2016 in Aruba geboren [Y] (hierna: de minderjarige), staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uitoefent.
2.2
Verzoekster is de grootmoeder moederszijde.
3HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het belasten van de grootmoeder m/z met over de minderjarige.
4DE BEOORDELING
4.1
Artikel 1:295 BW van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan, en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.
4.2
In deze staat vast dat de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uitoefent. Gesteld noch gebleken is dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, dan wel daartoe ongeschikt of onmachtig is. Dat de moeder de verblijfstatus van de minderjarige niet kan regelen zonder dat de grootmoeder tot voogdes is benoemd, is onvoldoende om aan te nemen dat zij het gezag niet kan uitoefenen.
4.3
Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is.
5DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven op 11 april 2017 door mr. P.A.H. Lemaire, rechter bij dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.
behorend bij EJ nr. 44 van 2017.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[X],
wonende in Aruba, te [adres],
VERZOEKSTER,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[Y], de minderjarige, wonende in Aruba,
[Z], de moeder, wonende in Aruba.
1DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
het verzoekschrift, ingediend op 10 januari 2017,
de verzoekster en de moeder zijn niet verschenen, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2DE FEITEN
2.1
Van de op [datum] 2016 in Aruba geboren [Y] (hierna: de minderjarige), staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uitoefent.
2.2
Verzoekster is de grootmoeder moederszijde.
3HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het belasten van de grootmoeder m/z met over de minderjarige.
4DE BEOORDELING
4.1
Artikel 1:295 BW van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan, en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.
4.2
In deze staat vast dat de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uitoefent. Gesteld noch gebleken is dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, dan wel daartoe ongeschikt of onmachtig is. Dat de moeder de verblijfstatus van de minderjarige niet kan regelen zonder dat de grootmoeder tot voogdes is benoemd, is onvoldoende om aan te nemen dat zij het gezag niet kan uitoefenen.
4.3
Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is.
5DE BESLISSING
Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven op 11 april 2017 door mr. P.A.H. Lemaire, rechter bij dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.