Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:763
2024-05-28
Strafrecht
24/00661
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herziening. Medeplegen ontucht (art. 247 Sr), medeplegen vervaardigen van kinderporno, meermalen gepleegd (art. 240b.1 (oud) Sr) en diefstal (d.m.v. valse sleutels) (art. 310 en 311.1.5 Sr). HR heeft eerdere aanvraag tot herziening van vonnis Rb n-o verklaard (zie HR:2023:1521). Omdat huidige aanvraag steunt op dezelfde gronden die in dat arrest ontoereikend zijn geoordeeld, kan HR aanvraag niet in behandeling nemen. Aanvraag n-o.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2023:1521 Hoge Raad 07-11-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.127 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00661 H
Datum 28 mei 2024
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Alkmaar van 8 september 2003, nummer 14-010005-03, ingediend door J.W.H. Peters, advocaat te Roermond,
namens
[aanvrager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de aanvrager.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De rechtbank heeft de aanvrager voor 1. medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, 2. medeplegen van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, vervaardigen, meermalen gepleegd, en 3. diefstal en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren en een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3Beoordeling van de aanvraag
De Hoge Raad heeft een eerdere aanvraag tot herziening van het vonnis van de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard (zie het arrest van de Hoge Raad van 7 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1521). Omdat de huidige aanvraag steunt op dezelfde gronden die in dat arrest ontoereikend zijn geoordeeld, kan de Hoge Raad die aanvraag niet in behandeling nemen.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.
STRAFKAMER
Nummer 24/00661 H
Datum 28 mei 2024
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Alkmaar van 8 september 2003, nummer 14-010005-03, ingediend door J.W.H. Peters, advocaat te Roermond,
namens
[aanvrager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de aanvrager.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De rechtbank heeft de aanvrager voor 1. medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, 2. medeplegen van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, vervaardigen, meermalen gepleegd, en 3. diefstal en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren en een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3Beoordeling van de aanvraag
De Hoge Raad heeft een eerdere aanvraag tot herziening van het vonnis van de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard (zie het arrest van de Hoge Raad van 7 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1521). Omdat de huidige aanvraag steunt op dezelfde gronden die in dat arrest ontoereikend zijn geoordeeld, kan de Hoge Raad die aanvraag niet in behandeling nemen.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.