Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1673

2023-12-01 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/04998
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-12-01
Publicatiedatum
2023-11-30
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/04998
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | CFN 2023/112 met annotatie van - | NLF 2023/2851 | NTFR 2024/179

Inhoudsindicatie

Algemene bestedingsbelasting (abb); art. 6.1, letter b, art. 6.2, letter a, art. 6.4, lid 1, letter g en art. 6.8 van de Belastingwet BES; ondernemer; producent. ECLI:NL:OGHACMB:2021:348

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.680 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 21/04998

Datum 1 december 2023



ARREST



in de zaak van




[X] N.V. (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 13 september 2021, nrs. BON2019H00121 en BON2019H00136, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BBZ nrs. BON201800372 en BON201800373) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de algemene bestedingsbelasting over het jaar 2015 en over het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 maart 2017.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.P. Ruiter, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van de middelen

2.1
De middelen ten dele falen op de gronden die zijn vermeld in rechtsoverwegingen 4.1 tot en met 4.5 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/02320, ECLI:NL:HR:2023:1566.


2.2
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra, E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2023.



ECLI:NL:OGHACMB:2021:348.