Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:152
2023-02-03
Bestuursrecht; Belastingrecht
22/02547
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3678 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3685 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3677 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3694 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-06-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3695 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-06-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.122 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/02547
Datum 3 februari 2023
ARREST
op het door A. Aerts te Amsterdam ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 27 mei 2022, nr. SGR 21/7065 V.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] B.V. te [Z]. Bij het beroepschrift is een machtiging gevoegd die is ondertekend door [A].Aangezien de onderhavige procedure een rechtspersoon betreft, heeft de griffier de indiener van het beroepschrift verzocht binnen een termijn van zes weken een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel over te leggen waaruit genoegzaam blijkt dat degene die de volmacht heeft ondertekend, gerechtigd was die volmacht te verstrekken. Dat verzoek is bij aangetekende brief van 5 oktober 2022 aan de indiener van het beroepschrift verzonden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief op 6 oktober 2022 afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft het gevraagde uittreksel echter niet overgelegd, zodat niet kan worden vastgesteld dat degene die de volmacht heeft ondertekend, gerechtigd was de volmacht te verstrekken.
Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om beroep in cassatie in te stellen namens [X] B.V. en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.
BELASTINGKAMER
Nummer 22/02547
Datum 3 februari 2023
ARREST
op het door A. Aerts te Amsterdam ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 27 mei 2022, nr. SGR 21/7065 V.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] B.V. te [Z]. Bij het beroepschrift is een machtiging gevoegd die is ondertekend door [A].Aangezien de onderhavige procedure een rechtspersoon betreft, heeft de griffier de indiener van het beroepschrift verzocht binnen een termijn van zes weken een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel over te leggen waaruit genoegzaam blijkt dat degene die de volmacht heeft ondertekend, gerechtigd was die volmacht te verstrekken. Dat verzoek is bij aangetekende brief van 5 oktober 2022 aan de indiener van het beroepschrift verzonden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief op 6 oktober 2022 afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft het gevraagde uittreksel echter niet overgelegd, zodat niet kan worden vastgesteld dat degene die de volmacht heeft ondertekend, gerechtigd was de volmacht te verstrekken.
Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om beroep in cassatie in te stellen namens [X] B.V. en zal de Hoge Raad om die reden het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023.