Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:299

2021-02-26 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/02933
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-02-26
Publicatiedatum
2021-02-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/02933
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.610 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER




Nummer 20/02933

Datum 26 februari 2021



ARREST



in de zaak van



[X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden)


tegen


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


op het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 18 september 2020, nr. 20/00366, ECLI:NL:HR:2020:1435.




1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

Belanghebbenden hebben ter zake van de betaling van het voor het herzieningsverzoek verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 3 november 2020 in de gelegenheid gesteld de daarbij gevoegde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen, binnen twee weken na dagtekening van die brief, volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad terug te zenden. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres. Belanghebbenden hebben de hiervoor vermelde verklaring niet aan de Hoge Raad geretourneerd.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 24 november 2020 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij brief van 12 januari 2021 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbenden in hun brief van 16 januari 2021 aanvoeren, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbenden niet in verzuim zijn geweest.
Het verzoek tot herziening moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.




2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening nietontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021.