Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:559
2020-04-03
Bestuursrecht; Belastingrecht
19/01912
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2797 Centrale Raad van Beroep 28-02-2019
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:GHARL:2023:2007 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-03-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.106 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 19/01912
Datum 3 april 2020
ARREST
in de zaak van
1. [X1] LTD te [Z] , Cyprus,
2. [X2] ,
3. [X3] ,
4. [X4] ,
5. [X5] ,
6. [X6] ,
7. [X7] ,
8. [X8] EN
9. [X9] (hierna: belanghebbenden)
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 28 februari 2019, betreffende ten aanzien van de hiervoor genoemde personen genomen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) als bedoeld in artikel 16 van de Verordening (EG) 987/2009 van 16 september 2009.
1Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2020.
ECLI:NL:CRVB:2019:2797.
BELASTINGKAMER
Nummer 19/01912
Datum 3 april 2020
ARREST
in de zaak van
1. [X1] LTD te [Z] , Cyprus,
2. [X2] ,
3. [X3] ,
4. [X4] ,
5. [X5] ,
6. [X6] ,
7. [X7] ,
8. [X8] EN
9. [X9] (hierna: belanghebbenden)
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 28 februari 2019, betreffende ten aanzien van de hiervoor genoemde personen genomen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) als bedoeld in artikel 16 van de Verordening (EG) 987/2009 van 16 september 2009.
1Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2020.
ECLI:NL:CRVB:2019:2797.