Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1393
2020-09-11
Bestuursrecht; Belastingrecht
20/01946
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:1770 Hoge Raad 25-09-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.638 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 20/01946
Datum 11 september 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Rechtbank Limburg van 24 juni 2020, nr. C/03/278362 / HA RK 20-114, betreffende door belanghebbende ingediende verzoeken tot wraking.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
In artikel 8:18, lid 5, Awb is bepaald dat tegen de beslissing op een verzoek om wraking geen rechtsmiddel open staat. In hetgeen belanghebbende in cassatie aanvoert kan geen reden worden gevonden om aan dit wettelijk voorschrift voorbij te gaan. Anders dan belanghebbende kennelijk veronderstelt, heeft de wrakingskamer niet in strijd met het recht gehandeld door ook op een tegen die wrakingskamer zelf gericht wrakingsverzoek te beslissen.
Het beroep in cassatie dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2020.
(vgl. HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770).
BELASTINGKAMER
Nummer 20/01946
Datum 11 september 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Rechtbank Limburg van 24 juni 2020, nr. C/03/278362 / HA RK 20-114, betreffende door belanghebbende ingediende verzoeken tot wraking.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
In artikel 8:18, lid 5, Awb is bepaald dat tegen de beslissing op een verzoek om wraking geen rechtsmiddel open staat. In hetgeen belanghebbende in cassatie aanvoert kan geen reden worden gevonden om aan dit wettelijk voorschrift voorbij te gaan. Anders dan belanghebbende kennelijk veronderstelt, heeft de wrakingskamer niet in strijd met het recht gehandeld door ook op een tegen die wrakingskamer zelf gericht wrakingsverzoek te beslissen.
Het beroep in cassatie dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2020.
(vgl. HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770).