Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:521
2019-04-05
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/01432
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:OGHACMB:2021:64 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10-02-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2019:128 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 26-06-2019
- ECLI:NL:OGEAC:2019:128 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 26-06-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.974 tekens)
5 april 2019
Nr. 18/01432
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 januari 2018, nrs. CUR2017H00025 t/m CUR2017H00028, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR201500065, CUR201500069, CUR201500070 en CUR201500287), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting, premie algemene ouderdomsverzekering en premie algemene verzekering bijzondere ziektekosten en betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de basisverzekering ziektekosten.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Minister van Financiën van Curaçao heeft een verweerschrift ingediend. Aangezien dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2019.
Nr. 18/01432
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 januari 2018, nrs. CUR2017H00025 t/m CUR2017H00028, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR201500065, CUR201500069, CUR201500070 en CUR201500287), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting, premie algemene ouderdomsverzekering en premie algemene verzekering bijzondere ziektekosten en betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de basisverzekering ziektekosten.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Minister van Financiën van Curaçao heeft een verweerschrift ingediend. Aangezien dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2019.