Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:153
2019-02-01
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/03783
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:2655 Hoge Raad 20-10-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.945 tekens)
1 februari 2019
Nr. 18/03783
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] Vof te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 juli 2018, nr. 17/00547, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/2851) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de loonheffingen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van HR 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2655, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nr. BK-15/01209), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2019.
Nr. 18/03783
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] Vof te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 juli 2018, nr. 17/00547, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/2851) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de loonheffingen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van HR 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2655, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nr. BK-15/01209), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2019.