Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:2207

2018-11-30 Bestuursrecht; Belastingrecht 18/00999
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-11-30
Publicatiedatum
2018-11-29
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
18/00999
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | FutD 2018-3157 | Viditax (FutD) 2018113015

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.621 tekens)
30 november 2018
Nr. 18/00999

Arrest


gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) inzake een brief van de griffier van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 januari 2018, met kenmerk BK-SHE 16/3648, die betrekking heeft op het intrekken van het hoger beroep van belanghebbende betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.





1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

1.1.1.
Bij uitspraak van 7 juli 2016 (nr. BRE 16/130) heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een door belanghebbende ingediend beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.


1.1.2.
Belanghebbende heeft bij brief van 21 augustus 2016 tegen de onder 1.1.1 vermelde uitspraak hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch.


1.1.3.
Bij brief van 1 september 2017 heeft belanghebbende het onder 1.1.2 vermelde hoger beroep ingetrokken.


1.1.4.
De griffier van het Hof heeft bij brief van 8 september 2017 de intrekking aan belanghebbende bevestigd.


1.1.5.
Bij brief van 8 december 2017 heeft belanghebbende bij het Hof een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens het uitblijven van een uitspraak.


1.1.6.
Bij brief van 31 januari 2018 heeft de griffier van het Hof aan belanghebbende meegedeeld dat het Hof geen uitspraak meer doet, omdat het onder 1.1.2 vermelde hoger beroep is ingetrokken en daarmee de procedure bij het Hof ten einde is gekomen.


1.2.1.
Behoudens een uitzonderlijk geval (vgl. Hoge Raad 23 maart 2018, nrs. 17/02826 en 17/02827, ECLI:NL:HR:2018:411) dat zich in deze zaak niet voordoet, staat tegen een dergelijke mededeling geen beroep in cassatie open.


1.2.2.
Daarom moet het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk worden verklaard.





2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2018.