Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:141
2016-01-29
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03804
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2020:982 Parket bij de Hoge Raad 27-10-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.354 tekens)
29 januari 2016
Nr. 15/03804
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2015, nrs. 14/00626 t/m 14/00631, betreffende de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing van de gemeente Edam‑ Volendam voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [2] en [b-straat 1] te [Z] .
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.
Nr. 15/03804
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 juli 2015, nrs. 14/00626 t/m 14/00631, betreffende de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing van de gemeente Edam‑ Volendam voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [2] en [b-straat 1] te [Z] .
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.