Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3470
2015-12-04
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03693
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2015:354 Hoge Raad 20-02-2015
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:HR:2016:272 Hoge Raad 19-02-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.195 tekens)
4 december 2015
Nr. 15/03693
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 juli 2015, nr. BK‑13/01751, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 12 september 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postbusadres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 oktober 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL eveneens is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postbusadres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.
Bij brief van 22 oktober 2015 heeft belanghebbende onder meer een beroep op betalingsonmacht gedaan. Nu dit beroep bij de Hoge Raad na afloop van de in de brief van 12 september 2015 gestelde betalingstermijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht (vgl. HR 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:NL:HR:2015:354, BNB 2015/197). Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 22 oktober 2015 voor het overige aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2015.
Nr. 15/03693
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 juli 2015, nr. BK‑13/01751, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 12 september 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postbusadres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 oktober 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL eveneens is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postbusadres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.
Bij brief van 22 oktober 2015 heeft belanghebbende onder meer een beroep op betalingsonmacht gedaan. Nu dit beroep bij de Hoge Raad na afloop van de in de brief van 12 september 2015 gestelde betalingstermijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht (vgl. HR 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:NL:HR:2015:354, BNB 2015/197). Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 22 oktober 2015 voor het overige aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2015.