Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3327
2015-11-20
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/05214
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wraking niet mogelijk nadat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Niet-ontvankelijk
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3694 Gerechtshof Den Haag 16-12-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (1.781 tekens)
20 november 2015
Nr. 15/05214
Beslissing
van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van het verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door [X] te [Z], verder te noemen verzoeker.
1De procedure
1.1
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de Hoge Raad is ingeschreven onder het nummer 15/02759.
1.2
Bij brief van 22 oktober 2015 is aan verzoeker meegedeeld dat op 30 oktober 2015 de beslissing in die zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat het arrest zal worden gewezen door de leden C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.
1.3
Bij op 10 november 2015 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker de wraking verzocht van, naar de Hoge Raad verstaat, de hiervoor in 1.2 vermelde leden van de Hoge Raad.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1
Het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de desbetreffende zaak uitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat reeds uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, dient verzoeker in zijn verzoek met betrekking tot die zaak niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren C.A. Streefkerk en V. van den Brink, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 november 2015.
Nr. 15/05214
Beslissing
van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van het verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door [X] te [Z], verder te noemen verzoeker.
1De procedure
1.1
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de Hoge Raad is ingeschreven onder het nummer 15/02759.
1.2
Bij brief van 22 oktober 2015 is aan verzoeker meegedeeld dat op 30 oktober 2015 de beslissing in die zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat het arrest zal worden gewezen door de leden C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.
1.3
Bij op 10 november 2015 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker de wraking verzocht van, naar de Hoge Raad verstaat, de hiervoor in 1.2 vermelde leden van de Hoge Raad.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1
Het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de desbetreffende zaak uitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat reeds uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, dient verzoeker in zijn verzoek met betrekking tot die zaak niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren C.A. Streefkerk en V. van den Brink, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 november 2015.