Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:2819
2015-09-25
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03940
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2016:859 Parket bij de Hoge Raad 12-08-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.358 tekens)
25 september 2015
Nr. 15/03940
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 23 juni 2015, nr. C2014.397, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven van 21 augustus 2014, nr. 1419.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2015.
Nr. 15/03940
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 23 juni 2015, nr. C2014.397, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven van 21 augustus 2014, nr. 1419.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2015.