Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1853
2015-07-10
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/00966
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (2)
- ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9392 Gerechtshof Amsterdam 25-04-2013
- ECLI:NL:HR:2014:781 Hoge Raad 04-04-2014
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.360 tekens)
10 juli 2015
Nr. 15/00966
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 januari 2015, nr. BK-14/00391, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen en de daarbij gegeven boetebeschikking.
1Het eerste geding in cassatie
De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 25 april 2013 (nr. 12/00473, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9392) is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014, nr. 13/02935, ECLI:NL:HR:2014:781, BNB 2014/109, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het tweede beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 1 april 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 mei 2015 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 26 mei 2015 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 248 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.
Nr. 15/00966
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 januari 2015, nr. BK-14/00391, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen en de daarbij gegeven boetebeschikking.
1Het eerste geding in cassatie
De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 25 april 2013 (nr. 12/00473, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9392) is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014, nr. 13/02935, ECLI:NL:HR:2014:781, BNB 2014/109, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het tweede beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 1 april 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 mei 2015 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 26 mei 2015 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 248 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.