Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:925
2014-04-15
Strafrecht
14/01527
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herziening. Aanvraag n-o. Beslissing op bezwaarschrift ex art. 22g.3 Sr is geen uitspraak houdende een veroordeling a.b.i. art. 457.1 Sv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.672 tekens)
15 april 2014
Strafkamer
nr. 14/01527 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 maart 2014, nummer 22/003087-09, ingediend door mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[aanvrager]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft het bezwaarschrift als bedoeld in art. 22g, derde lid, Sr tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie tot toepassing van vervangende hechtenis ongegrond verklaard.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3Beoordeling van de aanvraag
De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de beslissing van het Hof van 20 maart 2014 niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Strafkamer
nr. 14/01527 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 maart 2014, nummer 22/003087-09, ingediend door mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[aanvrager]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft het bezwaarschrift als bedoeld in art. 22g, derde lid, Sr tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie tot toepassing van vervangende hechtenis ongegrond verklaard.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3Beoordeling van de aanvraag
De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de beslissing van het Hof van 20 maart 2014 niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.