Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:924

2014-04-15 Strafrecht 13/06401
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-04-15
Publicatiedatum
2014-04-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
13/06401
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/675

Inhoudsindicatie

Herziening. Afwijzing aanvraag.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.010 tekens)
15 april 2014
Strafkamer
nr. 13/06401 H

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Almelo van 17 augustus 2009, nummer 08/801776-08, ingediend door mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo, namens:




[aanvraagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.





1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd


De Politierechter heeft de aanvraagster ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.





2De aanvraag tot herziening


De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.





3Beoordeling van de aanvraag


3.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.



3.2.
In de aanvraag wordt aangevoerd dat de aanvraagster het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd als gevolg van een posttraumatische stressstoornis en een obsessieve compulsieve stoornis. Daarvan kan evenwel niet worden gezegd dat de Politierechter die de veroordeling heeft uitgesproken, daarmee niet bekend was. Immers, de door de verdediging ter terechtzitting van de Politierechter van 17 augustus 2009 overgelegde brief van sociaal psychiatrisch verpleegkundige L.W. Harens en psychiater A.J.E. Bosman van 31 maart 2009, houdt in dat de aanvraagster lijdt aan de in de aanvraag bedoelde stoornissen.



3.3.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.



3.4.
De Hoge Raad acht geen grond aanwezig tot inwilliging van het subsidiair gedane verzoek tot het benoemen van een deskundige.





4Beslissing


De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.



Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.