Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:2575
2014-09-02
Strafrecht
14/03140
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herziening gericht tegen ontnemingsuitspraak. Aanvraag niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.743 tekens)
2 september 2014
Strafkamer
nr. 14/03140 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 februari 2011, nummer 23/002787-09, ingediend door mr. W.H. Boomstra, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 8 mei 2009 - de aanvrager de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 278.276,-.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3Beoordeling van de aanvraag
De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2014.
Mrs. Balkema en Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Strafkamer
nr. 14/03140 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 februari 2011, nummer 23/002787-09, ingediend door mr. W.H. Boomstra, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 8 mei 2009 - de aanvrager de verplichting opgelegd om ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 278.276,-.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3Beoordeling van de aanvraag
De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de oplegging van een ontnemingsmaatregel niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2014.
Mrs. Balkema en Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.