Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:80

2013-06-28 Bestuursrecht; Belastingrecht 12/02582
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-06-28
Publicatiedatum
2013-07-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
12/02582
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.725 tekens)
28 juni 2013
nr. 12/02582

Arrest


gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden van 26 maart 2009, nr. AWB 08/866, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2004 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting en in de premie ingevolge de Ziekenfondswet.





1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie




De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 9 juli 2012, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 23 april 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 2, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.





2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.




3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2013.