Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:167
2013-07-12
Bestuursrecht; Belastingrecht
12/04577
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 lid 1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:644 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-02-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2017:1432 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-02-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.095 tekens)
12 juli 2013
nr. 12/04577
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 11 september 2012, nrs. 11/00528 en 11/00529, betreffende aanslagen in de reclamebelasting.
1Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2009 en 2010 aanslagen in de reclamebelasting van de gemeente Voorst opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Voorst zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Zutphen (nrs. 11/146 en 11/147) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.
nr. 12/04577
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 11 september 2012, nrs. 11/00528 en 11/00529, betreffende aanslagen in de reclamebelasting.
1Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2009 en 2010 aanslagen in de reclamebelasting van de gemeente Voorst opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Voorst zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Zutphen (nrs. 11/146 en 11/147) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.