Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2008:BG4235
2008-11-14
Bestuursrecht; Belastingrecht
42096
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Artikel 4 Wet VB. Conservatoir beslag op banktegoed vormt geen waardeverminderende factor. Evenmin sprake van een schuld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (34)
- ECLI:NL:PHR:2026:411 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:421 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2115 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2118 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2118 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2116 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2116 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2117 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2115 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1619 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11-06-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2789 Gerechtshof Den Haag 04-06-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2789 Gerechtshof Den Haag 04-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8931 Rechtbank Den Haag 06-06-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:700 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-03-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:700 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-03-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:278 Gerechtshof Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:278 Gerechtshof Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6329 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 07-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4289 Rechtbank Den Haag 28-03-2023
- ECLI:NL:GHARL:2021:9557 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-10-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:9558 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-10-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2020:2097 Gerechtshof Den Haag 06-10-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:2821 Rechtbank Noord-Nederland 21-07-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:2814 Rechtbank Noord-Holland 15-04-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2020:435 Gerechtshof Amsterdam 18-02-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3009 Gerechtshof Den Haag 05-11-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3007 Gerechtshof Den Haag 05-11-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3009 Gerechtshof Den Haag 05-11-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3007 Gerechtshof Den Haag 05-11-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-09-2019
- ECLI:NL:RBDHA:2019:9725 Rechtbank Den Haag 13-06-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2019:665 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-02-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2017:4135 Gerechtshof Den Haag 12-12-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2014:56 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16-01-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (2.259 tekens)
Nr. 42.096
14 november 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 april 2005, nr. 03/00718, betreffende een aanslag in de vermogensbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het Hof heeft, na te hebben vastgesteld - in cassatie onbestreden - dat het onderhavige banktegoed een bezitting is als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de vermogensbelasting 1964, met juistheid geoordeeld dat de omstandigheid dat hierop conservatoir beslag is gelegd geen waardeverminderende factor vormt en evenmin in aanmerking kan worden genomen als een schuld. De tegen laatstvermeld oordeel gerichte klachten falen derhalve.
3.2. Ook de overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2008.
14 november 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 april 2005, nr. 03/00718, betreffende een aanslag in de vermogensbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het Hof heeft, na te hebben vastgesteld - in cassatie onbestreden - dat het onderhavige banktegoed een bezitting is als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de vermogensbelasting 1964, met juistheid geoordeeld dat de omstandigheid dat hierop conservatoir beslag is gelegd geen waardeverminderende factor vormt en evenmin in aanmerking kan worden genomen als een schuld. De tegen laatstvermeld oordeel gerichte klachten falen derhalve.
3.2. Ook de overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2008.