Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2005:AT4468
2005-04-22
Bestuursrecht; Belastingrecht
38257
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Artikel 1 meststoffenwet. Tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. Mondelinge pachtovereenkomst.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (65)
- ECLI:NL:GHARL:2026:2714 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-04-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3391 Gerechtshof Amsterdam 19-11-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1712 Gerechtshof Amsterdam 14-05-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1457 Gerechtshof Amsterdam 30-04-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2023:13501 Rechtbank Noord-Holland 13-12-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:7069 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-08-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:3281 Rechtbank Noord-Holland 05-04-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:737 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-02-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:1373 Rechtbank Noord-Holland 31-01-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2022:12517 Rechtbank Noord-Holland 06-10-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:5712 Rechtbank Noord-Holland 03-06-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:5490 Rechtbank Noord-Holland 02-06-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:1856 Rechtbank Gelderland 11-04-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:888 Rechtbank Noord-Nederland 23-03-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:804 Gerechtshof Amsterdam 15-03-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:322 Rechtbank Noord-Nederland 09-02-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:214 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-01-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3896 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30-12-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:4374 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-08-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3392 Rechtbank Noord-Nederland 06-08-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3358 Rechtbank Noord-Nederland 04-08-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3065 Rechtbank Noord-Nederland 21-07-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:606 Rechtbank Noord-Nederland 12-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:158 Gerechtshof Den Haag 26-01-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:160 Gerechtshof Den Haag 26-01-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:157 Gerechtshof Den Haag 26-01-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2020:4055 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9098 Rechtbank Noord-Holland 30-10-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2019:5771 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-12-2019
- ECLI:NL:OGHACMB:2019:223 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 05-11-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2018:5299 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:5163 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-12-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:5164 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-12-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:5162 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-12-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:3699 Gerechtshof Amsterdam 06-09-2018
- ECLI:NL:OGHACMB:2018:130 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 25-07-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:3059 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-07-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2635 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-06-2018
- ECLI:NL:RBNHO:2017:7655 Rechtbank Noord-Holland 15-09-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:7654 Rechtbank Noord-Holland 15-09-2017
- ECLI:NL:RBNNE:2017:5292 Rechtbank Noord-Nederland 08-09-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:4915 Rechtbank Noord-Holland 07-06-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1917 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-05-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1912 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-05-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1916 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-05-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2016:9564 Rechtbank Noord-Holland 24-11-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1596 Gerechtshof Den Haag 31-05-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1598 Gerechtshof Den Haag 31-05-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1597 Gerechtshof Den Haag 31-05-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:689 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-02-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:685 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-02-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:697 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-02-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2016:693 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-02-2016
- ECLI:NL:GHAMS:2015:977 Gerechtshof Amsterdam 19-02-2015
- ECLI:NL:GHSHE:2014:5411 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-12-2014
- ECLI:NL:HR:2014:3327 Hoge Raad 21-11-2014
- ECLI:NL:GHSHE:2013:6032 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-12-2013
- ECLI:NL:RVS:2013:1586 Raad van State 23-10-2013
- ECLI:NL:RVS:2013:1586 Raad van State 23-10-2013
- ECLI:NL:RVS:2013:1586 Raad van State 23-10-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (3.171 tekens)
Nr. 38.257
22 april 2005
BK
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 maart 2002, nr. BK-01/00415, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de overschotheffing.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1988 een naheffingsaanslag in de overschotheffing op grond van de Meststoffenwet opgelegd ten bedrage van ƒ 996,10, welke naheffingsaanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de inspecteur van het Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de Inspecteur) is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de Minister) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Minister heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
Belanghebbende klaagt in cassatie dat het Hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd bij de beoordeling van de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag overschotheffing en betoogt dat bij de berekening van de verschuldigde overschotheffing mede in aanmerking moeten worden genomen de percelen die belanghebbende, bij mondelinge en niet door de grondkamer goedgekeurde overeenkomsten, heeft gepacht.
De klacht faalt. Onder de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor de toepassing van artikel 13, lid 4, van de Meststoffenwet (in de voor het jaar 1988 geldende tekst) bij de berekening van de overschotheffing in aanmerking moet worden genomen, dient te worden verstaan de in artikel 1 van die wet aangewezen grond. Aldaar wordt aangewezen, voorzover in deze van belang, landbouwgrond die tot het bedrijf behoort ingevolge een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst. De door belanghebbende gehuldigde opvatting dat doel en strekking van deze bepaling meebrengen dat de eis van de goedkeuring door de grondkamer in het geval van belanghebbende niet geldt, is onjuist. Terecht heeft het Hof dan ook geoordeeld dat de door belanghebbende gepachte grond bij de berekening van de overschotheffing niet kan worden aangemerkt als tot het bedrijf van belanghebbende behorende landbouwgrond.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en J.C. van Oven, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2005.
22 april 2005
BK
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 maart 2002, nr. BK-01/00415, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de overschotheffing.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1988 een naheffingsaanslag in de overschotheffing op grond van de Meststoffenwet opgelegd ten bedrage van ƒ 996,10, welke naheffingsaanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de inspecteur van het Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de Inspecteur) is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de Minister) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Minister heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
Belanghebbende klaagt in cassatie dat het Hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd bij de beoordeling van de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag overschotheffing en betoogt dat bij de berekening van de verschuldigde overschotheffing mede in aanmerking moeten worden genomen de percelen die belanghebbende, bij mondelinge en niet door de grondkamer goedgekeurde overeenkomsten, heeft gepacht.
De klacht faalt. Onder de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor de toepassing van artikel 13, lid 4, van de Meststoffenwet (in de voor het jaar 1988 geldende tekst) bij de berekening van de overschotheffing in aanmerking moet worden genomen, dient te worden verstaan de in artikel 1 van die wet aangewezen grond. Aldaar wordt aangewezen, voorzover in deze van belang, landbouwgrond die tot het bedrijf behoort ingevolge een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst. De door belanghebbende gehuldigde opvatting dat doel en strekking van deze bepaling meebrengen dat de eis van de goedkeuring door de grondkamer in het geval van belanghebbende niet geldt, is onjuist. Terecht heeft het Hof dan ook geoordeeld dat de door belanghebbende gepachte grond bij de berekening van de overschotheffing niet kan worden aangemerkt als tot het bedrijf van belanghebbende behorende landbouwgrond.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en J.C. van Oven, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2005.