Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AR6509

2004-11-26 Bestuursrecht; Belastingrecht 39480
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-11-26
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
39480
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | BNB 2005/68 | FED 2004/682 | WFR 2004/1848, 1 | V-N 2004/63.5 met annotatie van Redactie | NTFR 2004/1765 met annotatie van mr. C.J.M. van Hassel

Inhoudsindicatie

Awb 8:75a: Proceskostenveroordeling bij intrekking beroep door Staatssecretaris omvat niet de kosten die gemaakt zijn voor het verzoek daartoe.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.266 tekens)
Nr. 39.480
26 november 2004
whk


gewezen op na te melden verzoek van X te Z.

1. Verzoek


Na de intrekking door de Staatssecretaris van Financiën van het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 maart 2003, nr. 01/01899, betreffende een aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting heeft belanghebbende het verzoek gedaan de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het geding in cassatie en de behandeling van het geding voor het Hof, totaal tot een bedrag van € 966.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend waarin hij concludeert tot toekenning van een vergoeding van proceskosten aan belanghebbende tot een bedrag van € 644.


2. Beoordeling van het verzoek

De Hoge Raad acht, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, termen aanwezig om ten aanzien van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het geding in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken, te beslissen als hierna zal worden vermeld. Voor het overige komt het verzoek niet voor inwilliging in aanmerking. Voor de kosten van de behandeling van het geding voor het Hof is belanghebbende reeds door het Hof een vergoeding toegekend, en de kosten die zijn gemaakt voor het onderhavige verzoek vallen buiten het bereik van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, zodat, gelet op de tekst van artikel 29f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, laatstgenoemd artikel op die kosten niet van toepassing is.

3. Beslissing


De Hoge Raad:
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten, indien nog niet vergoed, moet vergoeden.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2004.