Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AO3806

2004-02-17 Strafrecht 02827/03 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-02-17
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
02827/03 H
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2004, 104 | NJ 2004, 297 | VR 2004, 58

Inhoudsindicatie

Wet Mulder – herziening. Geen herziening mogelijk van ongegrondverklaring door de kantonrechter van een beroep ex art. 9 lid 1 WAHV tegen een beslissing van de OvJ; er is geen sprake van een einduitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457 lid 1 Sv.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.708 tekens)
17 februari 2004
Strafkamer
nr. 02827/03 H
SM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op een aanvrage tot herziening van een beslissing van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 22 oktober 2003, nummer 311407, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].


1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd betreft de ongegrondverklaring door de Kantonrechter van het door de aanvrager op grond van art. 9, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) ingediende beroep tegen een beslissing van de Officier van Justitie op het door de aanvrager ingediende beroep tegen een hem opgelegde administratieve sanctie als bedoeld in art. 2, eerste lid, WAHV ten bedrage van € 63,--.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

De aanvrage kan niet tot herziening leiden, omdat de onderhavige beslissing van de Kantonrechter niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv, terwijl de WAHV de mogelijkheid van herziening niet kent. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 februari 2004.