Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2002:AD9220

2002-02-12 Strafrecht 01792/01 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2002-02-12
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
01792/01 H
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.920 tekens)
12 februari 2002
Strafkamer
nr. 01792/01 H
AS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Breda van 7 november 2000, nummer 02/071744-00, ingediend door mr. R.M. van Breemen, advocaat te Oosterhout, namens:
[de aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.


1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Breda heeft de aanvrager ter zake van 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" en 2. "poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

2. De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvraag

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvraag tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.3. Het in de aanvraag gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. Als zodanig kan ook niet gelden het feit dat de strafzaak van de betrokkene ter terechtzitting bij verstek werd behandeld en afgedaan hoewel de Politierechter eerder met aanhouding van de zaak zou hebben ingestemd. Een dergelijke omstandigheid levert niet het ernstige vermoeden op dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot een der beslissingen als hiervoor bedoeld. De aanvraag kan daarom, gelet op het bepaalde in de artikelen 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 12 februari 2002.