Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2026:1790
2026-07-08
Bestuursrecht; Belastingrecht
24/1808 e.a.
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. ‘Massale uitspraak’. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2021:506 Hoge Raad 09-04-2021
- ECLI:NL:HR:2024:1176 Hoge Raad 13-09-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (29.316 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: zie bijlage
Uitspraak op het hoger beroep van
iedere belanghebbende genoemd in de bijlage,
hierna gezamenlijk: belanghebbenden,
tegen de in de bijlage genoemde uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank), in de gedingen tussen belanghebbenden en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
Belanghebbenden hebben verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting ingediend.
1.2.
De inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen.
1.3.
Belanghebbenden hebben telkens bezwaar gemaakt. De inspecteur is niet tegemoetgekomen aan de bezwaren tegen de afwijzingen.
1.4.
Belanghebbenden hebben vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
1.5.
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraken van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft verweerschriften ingediend.
1.6.
In een enkele zaak zijn door belanghebbenden nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij.
1.7.
Het hof heeft in al deze zaken bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten. Gemachtigde is namens belanghebbenden akkoord met het doen van één uitspraak met een bijlage waarin de belanghebbenden worden genoemd. De inspecteur is hiermee ook akkoord.
2Feiten
2.1.
Belanghebbenden zijn gevestigd in Duitsland dan wel Luxemburg. In nagenoeg alle gevallen betreft het beleggingsfondsen met meerdere participanten. In een enkel geval is er sprake van een fonds met participanten die zijn vrijgesteld van belastingheffing.
2.2.
Tot de bezittingen van belanghebbenden behoorden in de betreffende jaren aandelen in vennootschappen die in Nederland gevestigd zijn. Op de dividenden die door deze vennootschappen zijn uitgekeerd is – per saldo – 15 procent Nederlandse dividendbelasting ingehouden.
2.3.
Belanghebbenden hebben geen vaste inrichting in Nederland voor de vennootschapsbelasting. Belanghebbenden zijn in Nederland niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting.
3Geschil en conclusies van partijen
3.1.
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbenden recht hebben op teruggaaf van de onder 2.2 genoemde dividendbelasting.
3.2.
Belanghebbenden concluderen tot teruggaaf van dividendbelasting. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de rechtbank.
4Gronden
Ten aanzien van het geschil
Afdrachtvermindering
4.1.
Belanghebbenden hebben – voor de jaren waarin de regeling van de afdrachtvermindering geldt – verzocht om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting op dividenden die zijn ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen. Die teruggaaf is door de inspecteur niet verleend. Belanghebbenden stellen wederom dat sprake is van schending van de vrijheid van kapitaalverkeer.
4.2.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 april 2021 geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door de omstandigheid dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, in verband met het gegeven dat zij in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting, niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling van de afdrachtvermindering. De Hoge Raad heeft dit oordeel – in navolging van de Advocaat-Generaal – uitdrukkelijk bevestigd in het arrest van 13 september 2024.
Het hof ziet geen reden – gelet op deze beslissingen van de Hoge Raad – om thans anders te oordelen.
Situatie van vrijgestelde participanten
4.3.
In het geval er sprake is van vrijgestelde participanten stellen belanghebbenden voorts dat zij recht hebben op teruggaaf van dividendbelasting, omdat de aandeelhouders/participanten vrijgesteld zijn van belastingheffing en dat deze aandeelhouders/participanten bij rechtstreekse belegging op grond van artikel 10, lid 2, Wet op de dividendbelasting 1965 recht op teruggaaf zouden hebben.
4.4.
Het hof is van oordeel dat – zelfs al zou de conclusie moeten worden getrokken dat ten aanzien van deze aandeelhouders/participanten sprake is van schending van het Unierecht – belanghebbenden niet zelf enig recht jegens Nederland hebben op een teruggaaf van dividendbelasting.
4.5.
Gelet op het voorgaande hebben belanghebbenden geen recht op teruggaaf van dividendbelasting, en dus ook geen recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting.
4.6.
Het hof heeft kennisgenomen van het door de Europese Commissie op 17 juli 2025 aan Nederland uitgebracht met redenen omkleed advies (‘reasoned opinion’). Aangezien de uitkomst hiervan op dit moment ongewis is en nog lang op zich kan laten wachten, ziet het hof geen reden om hierop te wachten. Het hof zal de onderhavige zaken dan ook niet aanhouden.
Tussenconclusie
4.7.
De slotsom is dat de hoger beroepen ongegrond zijn.
Ten aanzien van het griffierecht
4.8.
Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.
Ten aanzien van de proceskosten
4.9.
Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.
5Beslissing
Het hof bevestigt de uitspraken van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door T.A. Gladpootjes, voorzitter, A.J. Kromhout en M.J.C. Pieterse, in tegenwoordigheid van E.A.D. Dockx, als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.
De griffier, De voorzitter,
E.A.D. Dockx T.A. Gladpootjes
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
Het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
e gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.
Bijlage:
Zaaknummer Hof
Naam fonds
Zaaknummer Rechtbank
BK-SHE 24/1808
[belanghebbende 1]
BRE 22/3932
BK-SHE 24/1809
[belanghebbende 1]
BRE 22/3933
BK-SHE 24/1810
[belanghebbende 1]
BRE 22/3934
BK-SHE 25/646
[belanghebbende 2]
BRE 24/2490
BK-SHE 25/647
[belanghebbende 2]
BRE 24/2491
BK-SHE 25/648
[belanghebbende 2]
BRE 24/2492
BK-SHE 25/649
[belanghebbende 2]
BRE 24/2493
BK-SHE 25/650
[belanghebbende 2]
BRE 24/2494
BK-SHE 25/651
[belanghebbende 2]
BRE 24/2495
BK-SHE 25/652
[belanghebbende 3]
BRE 24/2498
BK-SHE 25/653
[belanghebbende 3]
BRE 24/2499
BK-SHE 25/654
[belanghebbende 4]
BRE 24/2500
BK-SHE 25/655
[belanghebbende 4]
BRE 24/2501
BK-SHE 25/656
[belanghebbende 4]
BRE 24/2502
BK-SHE 25/657
[belanghebbende 5]
BRE 24/3402
BK-SHE 25/658
[belanghebbende 5]
BRE 24/3403
BK-SHE 25/659
[belanghebbende 6]
BRE 24/3102
BK-SHE 25/660
[belanghebbende 6]
BRE 24/3104
BK-SHE 25/669
[belanghebbende 7]
BRE 24/2596
BK-SHE 25/670
[belanghebbende 7]
BRE 24/2597
BK-SHE 25/671
[belanghebbende 7]
BRE 24/2598
BK-SHE 25/672
[belanghebbende 8]
BRE 24/2599
BK-SHE 25/673
[belanghebbende 8]
BRE 24/2600
BK-SHE 25/674
[belanghebbende 8]
BRE 24/2601
BK-SHE 25/675
[belanghebbende 9]
BRE 24/2602
BK-SHE 25/676
[belanghebbende 9]
BRE 24/2603
BK-SHE 25/677
[belanghebbende 9]
BRE 24/2604
BK-SHE 25/678
[belanghebbende 10]
BRE 24/4670
BK-SHE 25/679
[belanghebbende 10]
BRE 24/4671
BK-SHE 25/680
[belanghebbende 11]
BRE 24/4672
BK-SHE 25/681
[belanghebbende 11]
BRE 24/4673
BK-SHE 25/682
[belanghebbende 11]
BRE 24/4674
BK-SHE 25/683
[belanghebbende 12]
BRE 24/4675
BK-SHE 25/684
[belanghebbende 12]
BRE 24/4676
BK-SHE 25/685
[belanghebbende 12]
BRE 24/4677
BK-SHE 25/686
[belanghebbende 13]
BRE 24/4678
BK-SHE 25/687
[belanghebbende 13]
BRE 24/4679
BK-SHE 25/688
[belanghebbende 13]
BRE 24/4680
BK-SHE 25/689
[belanghebbende 14]
BRE 24/4681
Zaaknummer Hof
Naam fonds
Zaaknummer Rechtbank
BK-SHE 25/690
[belanghebbende 14]
BRE 24/4682
BK-SHE 25/691
[belanghebbende 14]
BRE 24/4683
BK-SHE 25/692
[belanghebbende 15]
BRE 24/4684
BK-SHE 25/693
[belanghebbende 15]
BRE 24/4685
BK-SHE 25/694
[belanghebbende 15]
BRE 24/4686
BK-SHE 25/695
[belanghebbende 16]
BRE 24/4687
BK-SHE 25/696
[belanghebbende 16]
BRE 24/4688
BK-SHE 25/697
[belanghebbende 16]
BRE 24/4689
BK-SHE 25/698
[belanghebbende 17]
BRE 24/4690
BK-SHE 25/699
[belanghebbende 17]
BRE 24/4691
BK-SHE 25/700
[belanghebbende 17]
BRE 24/4692
BK-SHE 25/701
[belanghebbende 18]
BRE 24/4693
BK-SHE 25/702
[belanghebbende 18]
BRE 24/4694
BK-SHE 25/703
[belanghebbende 18]
BRE 24/4695
BK-SHE 25/704
[belanghebbende 19]
BRE 24/4696
BK-SHE 25/705
[belanghebbende 19]
BRE 24/4697
BK-SHE 25/706
[belanghebbende 19]
BRE 24/4698
BK-SHE 25/707
[belanghebbende 20]
BRE 24/4699
BK-SHE 25/708
[belanghebbende 20]
BRE 24/4700
BK-SHE 25/1199
[belanghebbende 21]
BRE 24/4782
BK-SHE 25/1200
[belanghebbende 21]
BRE 24/4783
BK-SHE 25/1201
[belanghebbende 21]
BRE 24/4784
BK-SHE 25/1202
[belanghebbende 22]
BRE 24/4195
BK-SHE 25/1203
[belanghebbende 23]
BRE 24/4173
BK-SHE 25/1204
[belanghebbende 24]
BRE 24/4196
BK-SHE 25/1205
[belanghebbende 25]
BRE 24/6743
BK-SHE 25/1206
[belanghebbende 25]
BRE 24/6744
BK-SHE 25/1207
[belanghebbende 25]
BRE 24/6745
BK-SHE 25/1208
[belanghebbende 26]
BRE 24/6892
BK-SHE 25/1209
[belanghebbende 26]
BRE 24/6893
BK-SHE 25/1210
[belanghebbende 26]
BRE 24/6894
BK-SHE 25/1211
[belanghebbende 27]
BRE 24/6746
BK-SHE 25/1212
[belanghebbende 1]
BRE 24/6954
BK-SHE 25/1213
[belanghebbende 1]
BRE 24/6955
BK-SHE 25/1214
[belanghebbende 1]
BRE 24/6956
BK-SHE 25/1215
[belanghebbende 1]
BRE 24/6957
BK-SHE 25/1216
[belanghebbende 28]
BRE 24/7734
BK-SHE 25/1217
[belanghebbende 28]
BRE 24/7735
BK-SHE 25/1218
[belanghebbende 28]
BRE 24/7736
BK-SHE 25/1219
[belanghebbende 29]
BRE 24/4813
BK-SHE 25/1220
[belanghebbende 29]
BRE 24/4814
Zaaknummer Hof
Naam fonds
Zaaknummer Rechtbank
BK-SHE 25/1221
[belanghebbende 29]
BRE 24/4815
BK-SHE 25/1222
[belanghebbende 30]
BRE 24/4810
BK-SHE 25/1223
[belanghebbende 30]
BRE 24/4811
BK-SHE 25/1224
[belanghebbende 30]
BRE 24/4812
BK-SHE 25/1225
[belanghebbende 30]
BRE 24/5364
BK-SHE 25/1226
[belanghebbende 30]
BRE 24/5365
BK-SHE 25/1408
[belanghebbende 31]
BRE 25/522
BK-SHE 25/1409
[belanghebbende 31]
BRE 25/523
Hoge Raad 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:506.
Hoge Raad 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1176.
https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/inf_25_1628.
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: zie bijlage
Uitspraak op het hoger beroep van
iedere belanghebbende genoemd in de bijlage,
hierna gezamenlijk: belanghebbenden,
tegen de in de bijlage genoemde uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank), in de gedingen tussen belanghebbenden en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
Belanghebbenden hebben verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting ingediend.
1.2.
De inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen.
1.3.
Belanghebbenden hebben telkens bezwaar gemaakt. De inspecteur is niet tegemoetgekomen aan de bezwaren tegen de afwijzingen.
1.4.
Belanghebbenden hebben vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
1.5.
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraken van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft verweerschriften ingediend.
1.6.
In een enkele zaak zijn door belanghebbenden nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij.
1.7.
Het hof heeft in al deze zaken bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten. Gemachtigde is namens belanghebbenden akkoord met het doen van één uitspraak met een bijlage waarin de belanghebbenden worden genoemd. De inspecteur is hiermee ook akkoord.
2Feiten
2.1.
Belanghebbenden zijn gevestigd in Duitsland dan wel Luxemburg. In nagenoeg alle gevallen betreft het beleggingsfondsen met meerdere participanten. In een enkel geval is er sprake van een fonds met participanten die zijn vrijgesteld van belastingheffing.
2.2.
Tot de bezittingen van belanghebbenden behoorden in de betreffende jaren aandelen in vennootschappen die in Nederland gevestigd zijn. Op de dividenden die door deze vennootschappen zijn uitgekeerd is – per saldo – 15 procent Nederlandse dividendbelasting ingehouden.
2.3.
Belanghebbenden hebben geen vaste inrichting in Nederland voor de vennootschapsbelasting. Belanghebbenden zijn in Nederland niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting.
3Geschil en conclusies van partijen
3.1.
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbenden recht hebben op teruggaaf van de onder 2.2 genoemde dividendbelasting.
3.2.
Belanghebbenden concluderen tot teruggaaf van dividendbelasting. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de rechtbank.
4Gronden
Ten aanzien van het geschil
Afdrachtvermindering
4.1.
Belanghebbenden hebben – voor de jaren waarin de regeling van de afdrachtvermindering geldt – verzocht om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting op dividenden die zijn ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen. Die teruggaaf is door de inspecteur niet verleend. Belanghebbenden stellen wederom dat sprake is van schending van de vrijheid van kapitaalverkeer.
4.2.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 april 2021 geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door de omstandigheid dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, in verband met het gegeven dat zij in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting, niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling van de afdrachtvermindering. De Hoge Raad heeft dit oordeel – in navolging van de Advocaat-Generaal – uitdrukkelijk bevestigd in het arrest van 13 september 2024.
Het hof ziet geen reden – gelet op deze beslissingen van de Hoge Raad – om thans anders te oordelen.
Situatie van vrijgestelde participanten
4.3.
In het geval er sprake is van vrijgestelde participanten stellen belanghebbenden voorts dat zij recht hebben op teruggaaf van dividendbelasting, omdat de aandeelhouders/participanten vrijgesteld zijn van belastingheffing en dat deze aandeelhouders/participanten bij rechtstreekse belegging op grond van artikel 10, lid 2, Wet op de dividendbelasting 1965 recht op teruggaaf zouden hebben.
4.4.
Het hof is van oordeel dat – zelfs al zou de conclusie moeten worden getrokken dat ten aanzien van deze aandeelhouders/participanten sprake is van schending van het Unierecht – belanghebbenden niet zelf enig recht jegens Nederland hebben op een teruggaaf van dividendbelasting.
4.5.
Gelet op het voorgaande hebben belanghebbenden geen recht op teruggaaf van dividendbelasting, en dus ook geen recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting.
4.6.
Het hof heeft kennisgenomen van het door de Europese Commissie op 17 juli 2025 aan Nederland uitgebracht met redenen omkleed advies (‘reasoned opinion’). Aangezien de uitkomst hiervan op dit moment ongewis is en nog lang op zich kan laten wachten, ziet het hof geen reden om hierop te wachten. Het hof zal de onderhavige zaken dan ook niet aanhouden.
Tussenconclusie
4.7.
De slotsom is dat de hoger beroepen ongegrond zijn.
Ten aanzien van het griffierecht
4.8.
Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.
Ten aanzien van de proceskosten
4.9.
Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.
5Beslissing
Het hof bevestigt de uitspraken van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door T.A. Gladpootjes, voorzitter, A.J. Kromhout en M.J.C. Pieterse, in tegenwoordigheid van E.A.D. Dockx, als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.
De griffier, De voorzitter,
E.A.D. Dockx T.A. Gladpootjes
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
Het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
e gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.
Bijlage:
Zaaknummer Hof
Naam fonds
Zaaknummer Rechtbank
BK-SHE 24/1808
[belanghebbende 1]
BRE 22/3932
BK-SHE 24/1809
[belanghebbende 1]
BRE 22/3933
BK-SHE 24/1810
[belanghebbende 1]
BRE 22/3934
BK-SHE 25/646
[belanghebbende 2]
BRE 24/2490
BK-SHE 25/647
[belanghebbende 2]
BRE 24/2491
BK-SHE 25/648
[belanghebbende 2]
BRE 24/2492
BK-SHE 25/649
[belanghebbende 2]
BRE 24/2493
BK-SHE 25/650
[belanghebbende 2]
BRE 24/2494
BK-SHE 25/651
[belanghebbende 2]
BRE 24/2495
BK-SHE 25/652
[belanghebbende 3]
BRE 24/2498
BK-SHE 25/653
[belanghebbende 3]
BRE 24/2499
BK-SHE 25/654
[belanghebbende 4]
BRE 24/2500
BK-SHE 25/655
[belanghebbende 4]
BRE 24/2501
BK-SHE 25/656
[belanghebbende 4]
BRE 24/2502
BK-SHE 25/657
[belanghebbende 5]
BRE 24/3402
BK-SHE 25/658
[belanghebbende 5]
BRE 24/3403
BK-SHE 25/659
[belanghebbende 6]
BRE 24/3102
BK-SHE 25/660
[belanghebbende 6]
BRE 24/3104
BK-SHE 25/669
[belanghebbende 7]
BRE 24/2596
BK-SHE 25/670
[belanghebbende 7]
BRE 24/2597
BK-SHE 25/671
[belanghebbende 7]
BRE 24/2598
BK-SHE 25/672
[belanghebbende 8]
BRE 24/2599
BK-SHE 25/673
[belanghebbende 8]
BRE 24/2600
BK-SHE 25/674
[belanghebbende 8]
BRE 24/2601
BK-SHE 25/675
[belanghebbende 9]
BRE 24/2602
BK-SHE 25/676
[belanghebbende 9]
BRE 24/2603
BK-SHE 25/677
[belanghebbende 9]
BRE 24/2604
BK-SHE 25/678
[belanghebbende 10]
BRE 24/4670
BK-SHE 25/679
[belanghebbende 10]
BRE 24/4671
BK-SHE 25/680
[belanghebbende 11]
BRE 24/4672
BK-SHE 25/681
[belanghebbende 11]
BRE 24/4673
BK-SHE 25/682
[belanghebbende 11]
BRE 24/4674
BK-SHE 25/683
[belanghebbende 12]
BRE 24/4675
BK-SHE 25/684
[belanghebbende 12]
BRE 24/4676
BK-SHE 25/685
[belanghebbende 12]
BRE 24/4677
BK-SHE 25/686
[belanghebbende 13]
BRE 24/4678
BK-SHE 25/687
[belanghebbende 13]
BRE 24/4679
BK-SHE 25/688
[belanghebbende 13]
BRE 24/4680
BK-SHE 25/689
[belanghebbende 14]
BRE 24/4681
Zaaknummer Hof
Naam fonds
Zaaknummer Rechtbank
BK-SHE 25/690
[belanghebbende 14]
BRE 24/4682
BK-SHE 25/691
[belanghebbende 14]
BRE 24/4683
BK-SHE 25/692
[belanghebbende 15]
BRE 24/4684
BK-SHE 25/693
[belanghebbende 15]
BRE 24/4685
BK-SHE 25/694
[belanghebbende 15]
BRE 24/4686
BK-SHE 25/695
[belanghebbende 16]
BRE 24/4687
BK-SHE 25/696
[belanghebbende 16]
BRE 24/4688
BK-SHE 25/697
[belanghebbende 16]
BRE 24/4689
BK-SHE 25/698
[belanghebbende 17]
BRE 24/4690
BK-SHE 25/699
[belanghebbende 17]
BRE 24/4691
BK-SHE 25/700
[belanghebbende 17]
BRE 24/4692
BK-SHE 25/701
[belanghebbende 18]
BRE 24/4693
BK-SHE 25/702
[belanghebbende 18]
BRE 24/4694
BK-SHE 25/703
[belanghebbende 18]
BRE 24/4695
BK-SHE 25/704
[belanghebbende 19]
BRE 24/4696
BK-SHE 25/705
[belanghebbende 19]
BRE 24/4697
BK-SHE 25/706
[belanghebbende 19]
BRE 24/4698
BK-SHE 25/707
[belanghebbende 20]
BRE 24/4699
BK-SHE 25/708
[belanghebbende 20]
BRE 24/4700
BK-SHE 25/1199
[belanghebbende 21]
BRE 24/4782
BK-SHE 25/1200
[belanghebbende 21]
BRE 24/4783
BK-SHE 25/1201
[belanghebbende 21]
BRE 24/4784
BK-SHE 25/1202
[belanghebbende 22]
BRE 24/4195
BK-SHE 25/1203
[belanghebbende 23]
BRE 24/4173
BK-SHE 25/1204
[belanghebbende 24]
BRE 24/4196
BK-SHE 25/1205
[belanghebbende 25]
BRE 24/6743
BK-SHE 25/1206
[belanghebbende 25]
BRE 24/6744
BK-SHE 25/1207
[belanghebbende 25]
BRE 24/6745
BK-SHE 25/1208
[belanghebbende 26]
BRE 24/6892
BK-SHE 25/1209
[belanghebbende 26]
BRE 24/6893
BK-SHE 25/1210
[belanghebbende 26]
BRE 24/6894
BK-SHE 25/1211
[belanghebbende 27]
BRE 24/6746
BK-SHE 25/1212
[belanghebbende 1]
BRE 24/6954
BK-SHE 25/1213
[belanghebbende 1]
BRE 24/6955
BK-SHE 25/1214
[belanghebbende 1]
BRE 24/6956
BK-SHE 25/1215
[belanghebbende 1]
BRE 24/6957
BK-SHE 25/1216
[belanghebbende 28]
BRE 24/7734
BK-SHE 25/1217
[belanghebbende 28]
BRE 24/7735
BK-SHE 25/1218
[belanghebbende 28]
BRE 24/7736
BK-SHE 25/1219
[belanghebbende 29]
BRE 24/4813
BK-SHE 25/1220
[belanghebbende 29]
BRE 24/4814
Zaaknummer Hof
Naam fonds
Zaaknummer Rechtbank
BK-SHE 25/1221
[belanghebbende 29]
BRE 24/4815
BK-SHE 25/1222
[belanghebbende 30]
BRE 24/4810
BK-SHE 25/1223
[belanghebbende 30]
BRE 24/4811
BK-SHE 25/1224
[belanghebbende 30]
BRE 24/4812
BK-SHE 25/1225
[belanghebbende 30]
BRE 24/5364
BK-SHE 25/1226
[belanghebbende 30]
BRE 24/5365
BK-SHE 25/1408
[belanghebbende 31]
BRE 25/522
BK-SHE 25/1409
[belanghebbende 31]
BRE 25/523
Hoge Raad 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:506.
Hoge Raad 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1176.
https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/inf_25_1628.