Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:3693

2025-12-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht 200.308.064_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-12-23
Publicatiedatum
2025-12-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.308.064_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eenstemmig verzoek tot verbetering van het arrest toegewezen. Het hof ziet ambtshalve aanleiding nog een aantal andere fouten met betrekking tot de ingangsdata van de wettelijke rente te herstellen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.334 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht


zaaknummer 200.308.064/01




arrest van 23 december 2025 op het verzoek strekkende tot verbetering in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 30 september 2025




in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen




DK Trade Company B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als DK Trade,
advocaat: mr. R.R.E. Roosjen te Amsterdam,



tegen




Docmorris N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als DocMorris,
advocaat: mr. N.E. Kuijer te Amsterdam.




1.1.
Bij brief van 4 november 2025 heeft mr. Kuijer een eenstemmig verzoek tot verbetering van het arrest van 30 september 2025 gedaan. Volgens partijen bevat het eindarrest twee kennelijke rekenfouten, althans schrijffouten.



1.2.
Bij bericht van 21 november 2025 heeft het hof aan partijen laten weten dat naar aanleiding van het eerste verzoek gebleken is dat er nog een aantal andere fouten in het arrest zijn geslopen. Het tweede verzoek tot herstel van de proceskosten in hoger beroep komt het hof juist voor. Omdat het voornemen van het hof tot herstel niet overeenstemde met het verzoek van partijen heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 4 december 2025 op dit voornemen te reageren.



1.3.
Mr. Kuijer heeft bij bericht van 3 december 2025, onder gelijktijdig afschrift aan mr. Roosjen, laten weten dat DocMorris kan instemmen met het voornemen van het hof, zij het dat zij naar voren brengt dat het hof niet alleen rechtsoverweging 13.4 zal herstellen, maar ook rechtsoverweging 12.57 in lijn zal brengen met rechtsoverweging 13.4. Van mr. Roosjen is geen reactie ontvangen.



1.4.

Het hof wijst het eerste verzoek tot verbetering (deels) toe. Het hof ziet ambtshalve, zoals in het bericht van 21 november 2025 al is vermeld, aanleiding om de rechtsoverweging 12.57 aan te passen. In rechtsoverweging 12.57 is vermeld dat de wettelijke rente verschuldigd is over een bedrag van € 11.586,- met ingang van 7 december 2020. Dit moet zijn “over een bedrag van € 9.096,- met ingang van 7 december 2020”. Het hof heeft per abuis de eerstgenoemde [factuur] (productie 21 bij akte DocMorris) ter hoogte van € 2.490,- opgeteld bij het bedrag van € 9.096,- terwijl de wettelijke rente over deze factuur pas ingaat met ingang van 9 december 2020. Dit betekent dat over een bedrag van € 7.245,- de wettelijke rente dient in te gaan met ingang van 9 december 2020 (€ 4.755,- + € 2.490,-). Met ingang van 25 november 2022 is de wettelijke rente verschuldigd over een bedrag van
€ 74.292,91 (in plaats van € 193.789,21). Naast een onjuiste berekening heeft het hof in het arrest ten onrechte de wettelijke rente laten ingaan per datum 25 november 2022 over de vernietigingskosten van € 100.938,80. Dit terwijl deze kosten, zo is tussen partijen niet in discussie, ten tijde van het wijzen van het arrest nog niet door DK Trade waren gemaakt. Dat betekent dat over het bedrag van € 100.938,80 de wettelijke rente door DocMorris eerst verschuldigd is vanaf het moment van betaling door DK Trade. Het hof zal, in lijn met deze wijzigingen, het dictum in 13.4 verbeteren.




1.5.

In rechtsoverweging 12.61 heeft het hof 8 punten x Tarief VIII in aanmerking genomen, maar heeft daarbij ten onrechte vermeld dat dit zou leiden tot een bedrag van
€ 49.016,- aan salaris advocaat in hoger beroep. Dit dient een bedrag van € 49.736,- te zijn, waarmee de totale proceskosten op een bedrag van € 55.711,41 uitkomen. Rechtsoverweging 12.61 dient aldus verbeterd te worden gelezen. Het hof zal het bedrag aan proceskosten van hoger beroep in 13.8 verbeteren in € 55.711,41.





2. Het hof:





2.1.
bepaalt dat in rechtsoverweging 12.57 de zinnen:


“Voor wat betreft de schade die is ontstaan als gevolg van de wanprestatie van DocMorris is de wettelijke rente
over een bedrag van € 11.586,- met ingang van 7 december 2020 verschuldigd,
over een bedrag van € 854,20 met ingang van 8 december 2020 verschuldigd,
over een bedrag van € 4.755,- met ingang van 9 december 2020 verschuldigd, en
over een bedrag van € 193.789,21 met ingang van 25 november 2022 verschuldigd.
Deze bedragen zijn immers pas met ingang van de hiervoor genoemde data door DK Trade voldaan. Vanaf dat moment is de wettelijke rente toewijsbaar en kan DocMorris worden veroordeeld tot betaling van die wettelijke rente.
Over de bedragen € 3.213,-, € 420,-, € 8.803,20, € 6.1.71,-, € 420,-, € 36.000,- en
€ 1.022,50 is de wettelijke rente door DocMorris eerst verschuldigd vanaf het moment van betaling door DK Trade van het bedrag aan haar respectievelijke schuldeisers.”



moeten worden verbeterd en gewijzigd zodat deze zinnen komen te luiden:



“Voor wat betreft de schade die is ontstaan als gevolg van de wanprestatie van DocMorris is de wettelijke rente
over een bedrag van € 9.096,- met ingang van 7 december 2020 verschuldigd,
over een bedrag van € 854,20 met ingang van 8 december 2020 verschuldigd,
over een bedrag van € 7.245,- met ingang van 9 december 2020 verschuldigd, en
over een bedrag van € 74.292,91 met ingang van 25 november 2022 verschuldigd.
Deze bedragen zijn immers pas met ingang van de hiervoor genoemde data door DK Trade voldaan. Vanaf dat moment is de wettelijke rente toewijsbaar en kan DocMorris worden veroordeeld tot betaling van die wettelijke rente.
Over de bedragen € 3.213,-, € 420,-, € 8.803,20, € 6.171,-, € 420,-, € 36.000,-, € 1.022,50 en € 100.938,80 is de wettelijke rente door DocMorris eerst verschuldigd vanaf het moment van betaling door DK Trade van het bedrag aan haar respectievelijke schuldeisers.”




2.2.
bepaalt dat in rechtsoverweging 12.61 de zin:


“In hoger beroep woren de proceskosten begroot op

- aan dagvaardingskosten € 108,41
- aan griffierecht € 5.689,-
- aan salaris advocaat € 49.016,- (8 punten x Tarief VIII)

- aan nakosten € 178,- (plus de verhoging in de beslissing)

Totaal € 54.991,41.”


moet worden verbeterd en gewijzigd zodat deze zin komt te luiden:



“In hoger beroep woren de proceskosten begroot op

- aan dagvaardingskosten € 108,41
- aan griffierecht € 5.689,-
- aan salaris advocaat € 49.736,- (8 punten x Tarief VIII)

- aan nakosten € 178,- (plus de verhoging in de beslissing)

Totaal € 55.711,41.”.



2.3.
bepaalt dat het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 30 september 2025 moet worden verbeterd en gewijzigd, doch uitsluitend ten aanzien van hetgeen vermeld staat in 13.4 en 13.8 zodat deze komen te luiden:


“13.4. veroordeelt DocMorris aan DK Trade, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de door DK Trade geleden en te lijden schade, welke tot op heden is begroot op
€ 1.315.711,81, te vermeerderen met de wettelijke rente
over een bedrag van € 982.800,- en € 84.435,20 met ingang van 8 augustus 2020,
over een bedrag van € 9.096,- met ingang van 7 december 2020,
over een bedrag van € 854,20 met ingang van 8 december 2020,
over een bedrag van € 7.245,- met ingang van 9 december 2020,
over een bedrag van € 74.292,91 met ingang van 25 november 2022,
over de bedragen van € 3.213,-, € 420,-, € 8.803,20, € 6.171,-, € 420,-, € 36.000,-, € 1.022,50 en € 100.938,80 (telkens) met ingang van de datum waarop DK Trade het bedrag aan haar respectievelijke schuldeisers heeft betaald;”



en



“13.8. veroordeelt DocMorris aan DK Trade, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de proceskosten van eerste aanleg, tot op heden begroot op € 12.216,99, en de proceskosten van hoger beroep, tot op heden begroot op € 55.711,41,
te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en, als DocMorris niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, te vermeerderen met € 92,- en de kosten van betekening;
veroordeelt DocMorris tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest zijn voldaan;”.







Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten, B.E.L.J.C. Verbunt en C.B.M. Scholten van Aschat en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2025.




griffier rolraadsheer