Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:1340

2025-04-10 Strafrecht 20-002464-21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-04-10
Publicatiedatum
2025-05-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
20-002464-21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, telkens meermalen gepleegd. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (101.927 tekens)
Parketnummer : 20-002464-21
Uitspraak : 10 april 2025

TEGENSPRAAK


Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch


gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 14 oktober 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-700020-17 tegen:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1990,
wonende te [adres 1] .





Hoger beroep




Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde (kort gezegd: deelname aan een criminele organisatie). De rechtbank heeft hetgeen overigens aan de verdachte is tenlastegelegd bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:

- ‘ ‘het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 1), en
- ‘ ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2),

de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met aftrek van voorarrest. Ten slotte heeft de rechtbank een onder de verdachte inbeslaggenomen notitieboekje verbeurd verklaard.



Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.





Onderzoek van de zaak




Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.



De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep – al dan niet onder aanvulling van gronden, de bewijsmiddelen – zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.



De verdediging heeft ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde partiële vrijspraak bepleit, te weten met betrekking tot de te bewezen verklaren periode en het onderdeel medeplegen. Aangaande de bewezenverklaring van het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Daarnaast heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd. Met betrekking tot het beslag heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.





Ontvankelijk van het hoger beroep




De verdachte is door rechtbank Zeeland-West-Brabant vrijgesproken van hetgeen aan hem onder feit 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is bij akte van 18 oktober 2021 door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder feit 3 tenlastegelegde.



Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.





Het vonnis waarvan beroep




Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank.





Tenlastelegging




Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep aan de orde – tenlastegelegd dat:


1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 19 januari 2017 te Hulst, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (telkens) buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende cocaïne, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk cocaïne verkocht aan (een) perso(o)n(en) met de Belgische nationaliteit en/of woonachtig in België, en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig gehad, (dealers) hoeveelheden cocaïne, in elk geval hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.hij op of omstreeks 19 januari 2017 te Hulst tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 46,55 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.


De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.





Bewezenverklaring




Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:


1.hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2016 tot en met 19 januari 2017 te Hulst, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk (telkens) buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk cocaïne verkocht aan personen met de Belgische nationaliteit en/of woonachtig in België, en hebben verdachte en zijn mededaders (telkens) verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig gehad, (dealers) hoeveelheden cocaïne, in elk geval hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.hij op 19 januari 2017 te Hulst opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 46,55 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.


Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.





Bewijsmiddelen




Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het proces-verbaal van de politie-eenheid Zeeland -West-Brabant, districtsrecherche Zeeland, onderzoek ZB1R061030 Egersund, op ambtseed opgesteld door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent-rechercheur van politie, met proces-verbaalnummer 07112016.0950.0479, gesloten d.d. 14 april 2017, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 3259.





Ten aanzien van het onder feit 1 bewezenverklaarde:



1. Het proces-verbaal van bevindingen notitieboekje [adres 2] d.d. 12 april 2017 (pg. 203-204), met bijlagen (pg. 205-209), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :


Op donderdag 19 januari 2017 werd in de woning [adres 2] , een notitieboekje aangetroffen. In dit boekje stond op een aantal bladzijden namen en telefoonnummers genoteerd.
Dit boekje werd in beslag genomen.



Bij het onderzoeken van het boekje met BVH-goednummer 1664107 werden op meerdere bladzijden namen aangetroffen met daarachter een telefoonnummer.
Van deze bladzijden werden fotokopieën gemaakt welke als bijlage hierbij gaan.



Bij nader onderzoek van deze namen bleek dat een groot deel van de genoemde namen en telefoonnummers overeenkwamen met namen en telefoonnummers uit het lopende onderzoek Egersund.
Bijlage 1 en 2 vormen de voor- en achterzijde van een los briefje in het boekje.
Bijlage 3 t/m 5 zijn vaste bladzijden uit het boekje.



Van de op bijlage 1 en 2 genoemde namen en telefoonnummers komen er van de 32 namen en nummers 21 overeen met namen en nummers van contacten van de door ons getapte
telefoonnummer [telefoonnummer 1] , de zogenaamde ‘dealtelefoon’.



Van de op bijlage 3 t/m 5 genoemde namen en telefoonnummers komen er van de 50 namen en nummers 49 overeen met namen en nummers van contacten van de door ons getapte telefoonnummer [telefoonnummer 1] , de zogenaamde ‘dealtelefoon’.



De 21 corresponderende namen van bijlage 1 en 2 komen ook voor in de bijlagen 3 t/m 5.
Deze namen en telefoonnummers waren contacten van de door ons getapte telefoonnummer [telefoonnummer 1] , de zogenaamde ‘dealtelefoon’.



Als bijlage gaan hierbij de fotokopieën van de bladzijden uit het boekje en de lijst met contacten van het tapnummer [telefoonnummer 1] .


2 . Het proces-verbaal van bevindingen USB-stick d.d. 4 april 2017 (pg. 213), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :


Op maandag 20 februari 2017 werden in de auto van de verdachte [medeverdachte 1] , welke in beslag was genomen, meerdere gegevensdragers aangetroffen. Ook deze werden in beslag genomen. Deze gegevensdragers werden aangeboden bij de Digitale Recherche Zeeland welke de gegevensdragers heeft onderzocht en uitgelezen.



Van deze onderzoeken zijn afzonderlijke processen-verbaal opgemaakt.
Bij het onderzoeken van de USB-stick met BVH-goednummer 1678798 werd op de stick een bestand aangetroffen met daarop een lijst met namen en telefoonnummers.
Zie hiervoor proces-verbaal digitaal onderzoek 17-5038-010-RJK-01.



Bij nader onderzoek van het bestand bleek dat een groot deel van de genoemde namen en telefoonnummers overeenkwamen met namen en telefoonnummers uit het lopende onderzoek Egersund.



Deze namen en telefoonnummers waren contacten van de door ons getapte telefoonnummer [telefoonnummer 1] , de zogenaamde ‘dealtelefoon’.
Als bijlage gaan hierbij de lijst van het bestand van de USB-stick en de lijst met contacten van het tapnummer [telefoonnummer 1] .


3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2017 (pg. 371), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :


Op maandag 20 februari 2017, omstreeks 06:01 uur werd een persoon aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwetgeving. Deze persoon is [medeverdachte 1] genaamd.



Van de aanhouding is afzonderlijk proces- verbaal opgemaakt.
Op verzoek van het onderzoeksteam is de personenauto waarvan [medeverdachte 1] gebruik maakte, merk Opel, type Insignia, kleur zwart, met het kenteken [kenteken 1] , overgebracht naar het bureau van politie te Terneuzen. Daar heb ik, [verbalisant 2] , de desbetreffende auto doorzocht.
In de personenauto werden de volgende goederen aangetroffen:
-een(1) USB stick, merk Integral, 8GB, kleur blauw;
-een(1) USB stick, merk Lexar, 8GB, kleur groen/ wit;
-een(1) USB stick, onbekend merk, kleur zwart;



Beslagene: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 1990 te [geboorteplaats 2]



Goed(eren):
PL2000-2017012475-1678798, computer/bijz.electr.app.,
randapparatuur (Usb Stick), kleur zwart, Nederland,
bijzonderheden aangetroffen in auto [kenteken 1]


4. Het proces-verbaal d.d. 20 maart 2017 (pg. 389-391), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :



BEVINDING:
Naar aanleiding van de telecommunicatie van en naar de zogenaamde deal-telefoon welke gebruikt werd in het onderzoek EGERSUND werd op donderdag 8 december 2016 observatie uitgevoerd op [verdachte] .



Telefonie:

Op 8 december 2016 tussen 16.46 uur en 17.02 uur was er een aantal malen contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , igb (het hof begrijpt hier en hierna: in gebruik bij) [medeverdachte 2] en de zogenaamde deal-telefoon. Uit de telecommunicatie blijkt dat ze elkaar bij de [bedrijf 1] in Hulst zouden ontmoeten.




Observatie:

Uit de observatie is gebleken dat [verdachte] op 8 december 2016 omstreeks 17.01 uur ter hoogte van de [bedrijf 1] te Hulst als passagier instapte in een zwarte Suzuki, kenteken [kenteken 2] , op naam van [medeverdachte 2] .




Telefonie:

Op donderdag 8 december 2016 tussen 17.05 uur en 17.38 uur was er een aantal malen contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 3] , igb [medeverdachte 3] en de zogenaamde deal-telefoon. Uit de telecommunicatie blijkt dat [medeverdachte 3] op de fiets naar dezelfde plek als vorige keer komt.




Observatie:

Uit de observatie is gebleken dat [verdachte] op 8 december 2016 omstreeks 17.41 uur in het [straatnaam 1] te Hulst contact had met [medeverdachte 3] en dat iets overgegeven werd.




Telefonie:

Op donderdag 8 december 2016 om 17.46 uur was er telefonisch contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , igb [medeverdachte 4] en de zogenaamde dealtelefoon. Uit de telecommunicatie bleek dat ze elkaar zo ontmoeten bij [bedrijf 2] in Hulst.




Observatie:

Uit de observatie is gebleken dat [verdachte] op 8 december 2016 omstreeks 17.48 uur, ter hoogte van [bedrijf 2] te Hulst, als passagier instapt in een personenauto, merk Suzuki, kenteken [kenteken 3] , onv (het hof begrijpt hier en hierna: op naam van) [medeverdachte 4] en om 18.50 uur weer uitstapt.




Observatie:
Uit de observatie is gebleken dat [verdachte] om:
- 17.55 uur het pand [adres 2] binnengaat,
- 18.10 uur bezig was aan/nabij de dakgoot van het perceel,
- 18.15 uur bezoek krijgt van [medeverdachte 1] en een onbekende man,
- 18.28 uur weer bezig was aan/nabij de dakgoot van het perceel,
- 19.00 uur het pand weer verlaat.



Telefonie:

Op donderdag 8 december 2016 om 18.55 uur was er telefonisch contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , igb [medeverdachte 5] en de zogenaamde dealtelefoon. Uit de telecommunicatie bleek dat ze elkaar zo ontmoeten bij café [café 1] in Hulst.




Observatie:

Uit de observatie is gebleken dat [verdachte] om 19.02 uur café [café 1] in Hulst binnengaat.




Telefonie:

Op donderdag 8 december 2016 tussen 19.43 uur en 20.13 uur was er een aantal malen contact tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 6] , igb een onbekend persoon en de zogenaamde deal-telefoon. Uit de telecommunicatie blijkt dat ze elkaar zullen ontmoeten op de [straatnaam 2] te Hulst.




Observatie:
Uit de observatie is gebleken dat omstreeks:
20.12 uur een personenauto, merk Ford, kenteken [kenteken 4] onv [medeverdachte 6] de [straatnaam 2] in Hulst opreed.


[medeverdachte 6] is de vriendin van [verdachte] .

20.14 uur twee onbekenden in die auto stapten en vervolgens wegreed,
20.19 uur twee onbekenden uit die auto stapten waarna de auto doorreed.


Op donderdag 19 januari 2017 werd een soortgelijke actie gevoerd als hierboven omschreven.



Op grond van deze actie werd op donderdag 19 januari 2017 te omstreeks 20:00 uur in Hulst ter zake handel in verdovende middelen [verdachte]
op heterdaad aangehouden.



5. Het proces-verbaal d.d. 23 januari 2017 (pg. 405-406), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :


Uit het onderzoek Egersund, een opsporingsonderzoek naar de handel in harddrugs door een niet nader te noemen persoon, blijkt dat er gebruik wordt gemaakt van een zogenaamde “dealtelefoon” met het nummer [telefoonnummer 1] .
Onderzoek wees uit dat de dealtelefoon ten minste vanaf 10 januari 2017 vermoedelijk in gebruik is bij:




[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 1990 te [geboorteplaats 1]
ingeschreven op het adres [adres 3]
doch verblijvende op de adressen [adres 2] en/of [adres 4] .



Vanaf 10 januari 2017 vindt er telecommunicatie plaats van of naar de zogenaamde dealtelefoon waarbij de inhoud van die gesprekken of berichten zeer kort is.



Er wordt in die gesprekken of berichten vaak uitsluitend een plaats of een locatie genoemd waar het contact/de ontmoeting plaats gaat vinden.



Uit de gesprekken en berichten alsmede de geïdentificeerde afnemers blijkt dat er vermoedelijk harddrugs worden geleverd door [verdachte] .
Op grond van bovenstaande werd op donderdag 19 januari 2017 een actie gepland uitgevoerd.
Hierbij werden, nadat er eerst telefonisch contact was gelegd zoals hierboven omschreven een aantal personen die kort daarvoor een ontmoeting hadden gehad met [verdachte] aangehouden.
Nader onderzoek en verhoor wees uit dat deze personen cocaïne hadden gekocht van [verdachte] .



De aangehouden personen (afnemers)zijn onder andere:




[medeverdachte 7] , welke gebruik maakt van het Belgische telefoonnummer [telefoonnummer 7] ,
en

[medeverdachte 8] , welke gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] .
Onderzoek wees uit dat beide telefoonnummers vanaf 10 januari 2017 diverse malen telefonisch contact hebben gehad of gezocht met de zogenaamde dealtelefoon van [verdachte] .


6. Het proces-verbaal van observatie d.d. 30 januari 2017 (pg. 441-443), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] , K109, K123, K130, K115, K133, K122, K135 en K112:


Op donderdag, 19 januari 2017, tussen 17:30 uur en 20:30 uur werden de volgende waarnemingen gedaan:




17.30

uur zag ik in de Barbershop, genaamd [bedrijf 3] , gelegen aan [adres 4] , een manspersoon, welke ik herkende aan de hand van een door het tactisch team aan mij getoonde foto als zijnde [verdachte]




18.20

uur zag ik dat [verdachte] de woning gelegen aan [adres 2] via de voordeur naar binnen ging.




18.31

uur zag ik een personenauto, BMW Station, licht van kleur en voorzien van het Belgisch kenteken [kenteken 5] , verder te noemen BMW [kenteken 5] stilstond aan
de [straatnaam 3] (het hof begrijpt: [straatnaam 3]) te Hulst. Ik zag dat er een man en een vrouw in dit voertuig zaten.




18.39

uur zag ik dat [verdachte] uit de woning, [adres 2] , kwam. Ik zag dat hij achter in de BMW [kenteken 5] stapte. Vervolgens zag ik dat het voertuig vertrok.




18.41

uur zag ik dat de BMW [kenteken 5] stopte op de [straatnaam 4] ter hoogte van de [straatnaam 5] te Hulst en dat [verdachte] uit het voertuig stapte.
Meteen hierop zag ik dat de BMW [kenteken 5] wegreed.




19.45

uur zag ik dat de personenauto, van het merk Opel, type Insignia in de kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken 1] rijden over de [straatnaam 6] te Hulst. Ik
herkende daarbij de bestuurder aan de hand van een door het tactisch team aan mij getoonde foto als zijnde [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 1990 te

[geboorteplaats 2] . Ik zag dat er als bijrijder een voor mij onbekend persoon in dit voertuig zat.




19.52

uur zag ik dat [verdachte] genoemde sexshop verliet. Ik zag dat hij een tweetal telefoons vast had en dat hij met een daarvan kennelijk aan het bellen was.




19.57

uur zag ik dat [verdachte] contact maakte met de bestuurder van een personenauto van het merk Mercedes in de kleur zilver en voorzien van het kenteken [kenteken 6] . Ik zag dat [verdachte] als bijrijder in dit voertuig stapte waarna deze wegreed.




19.59

uur zag ik dat de Mercedes [kenteken 6] stopte op de [straatnaam 7] te Hulst en dat [verdachte] uit het voertuig stapte. Meteen hierop reed de
Mercedes weg.




20.25

uur zag ik dat de personenauto, van het merk Opel, type Insignia in de kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken 1] , stopte tegenover de woning gelegen
aan [adres 2] . Kort hierop zag ik dat dit voertuig weer vertrok.


7. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2017 (pg. 196), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :


Op dinsdag 7 februari 2017, omstreeks 18.39 uur, hoorde ik, [verbalisant 5] , samen met collega [verbalisant 6] (ZLD03575) [medeverdachte 9] als verdachte op het politiebureau in Terneuzen.



Ik, [verbalisant 5] , hoorde dat de stem van [medeverdachte 9] overeenkwam met de stem die ik tijdens het verwerken van de tapgesprekken had gehoord. Ik, [verbalisant 5] , heb de tapgesprekken van de laatste week van 2016 verwerkt. Zodoende heb ik de stem van [medeverdachte 9] herkend.



8. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 15 december 2016 (pg. 790), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: NNman [telefoonnummer 1] [medeverdachte 9] (het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 9])



NNman [telefoonnummer 9] : Wat is jouw achternaam?
NNman [telefoonnummer 1] : [medeverdachte 9] (fon).


9. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 16 december 2016 (pg . 797), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 10]
Gebelde: [telefoonnummer 1]
Naam: [medeverdachte 9]




[medeverdachte 10] (NG) belt met [medeverdachte 9] .

[medeverdachte 10] vraagt of [medeverdachte 9] over 5 minuten achter de [bank] kan komen.
zegt dat dit goed is.

[medeverdachte 10] zegt dat hij zelf niet komt maar dat er iemand anders komt.
: Ja maar luister, hoe ga ik hem herkennen dan? Want als jijzelf niet komt wie wie is wie...

[medeverdachte 10] : Ja hij komt vanzelf naar jou toe. Hij kent jou! Jij bent [medeverdachte 11] toch gewoon!
: Nee man!

[medeverdachte 10] : Oh [medeverdachte 12] !
: Nee ook niet.

[medeverdachte 10] : Wie dan, wie dan?
: [medeverdachte 9] !

[medeverdachte 10] : [medeverdachte 9] ! Oh [medeverdachte 9] nee hij herkent jou zo wie zo wel!
: Ja?

[medeverdachte 10] : Ok komt goed. Achter [bank] he?
: Ja.


10. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 18 december 2016 (pg. 798), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
IGB [medeverdachte 1]
Gebelde: [telefoonnummer 12]
Naam: [medeverdachte 11]
IGB [medeverdachte 11]




[medeverdachte 1] belt met [medeverdachte 11] .
zit bij [naam 1] en was gisteren met [medeverdachte 9] .

[medeverdachte 9] ligt te slapen en [medeverdachte 11] zit even koffie te drinken.
vraagt of hij de auto van [medeverdachte 1] net heeft gezien in Hulst.
Dat klopt zegt [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 1] komt [medeverdachte 11] even oppikken.


11. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 2 januari 2017 (pg. 800), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 7]
Tnv: [medeverdachte 7] [adres 5] ( [plaats 1] )
Gebelde: [telefoonnummer 1]



Inhoud SMS:
Hey happy new year ... zeg zou je nog ies tot bij mij op [plaats 1] kunnen komen? X


12. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 13 december 2016 (pg. 803), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
Tnv: IGB [medeverdachte 1]
Gebelde: [telefoonnummer 13]
Naam: [verdachte]




[medeverdachte 1] belt met [verdachte] .
Terwijl zij aan het bellen zijn is [verdachte] ook op zijn andere telefoonnummer bezig.
vraagt of [medeverdachte 1] vannacht nog laat bereikbaar is want hij moet de key toch naar [medeverdachte 1] brengen.

[medeverdachte 1] vraagt waarom die naar hem moet hij kan die toch aan [medeverdachte 9] geven want die komt toch ook om de telefoon zegt [medeverdachte 1] !
: Ja maar luister.... er zijn twee keys!

[medeverdachte 1] : Jaaa!
: En eentje moet naar wat moet en eentje moet naar hem, snap je?

[medeverdachte 1] : Jaa!
: En als het goed is komt [medeverdachte 9] zo meteen en dan geef ik hem een sleutel maar ik heb zelf nog een sleutel nodig om vannacht de deur op slot te doen.

[medeverdachte 1] : Ahhhhh He
: Dus als ik wegga in de ochtend ....

[medeverdachte 1] : Gooi maar in mijn brievenbus!

[medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] de sleutel op nummer 22 in de brievenbus kan gooien.

[medeverdachte 1] is met [medeverdachte 11] naar de tandarts in België geweest.

[medeverdachte 11] is nog bij [medeverdachte 1] .
zegt dat hij het nummer van [medeverdachte 11] aan [medeverdachte 9] gaat geven voor als hij niet kan.


13. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 1 november 2016 (pg. 892), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 14]
Gebelde: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
Tnv: IGB [medeverdachte 1]



NNman belt met [medeverdachte 1] .
NN vraagt of [medeverdachte 1] nog telefoons met SIM kaart heeft liggen. Dat is het geval volgens [medeverdachte 1] .
NN vraagt of [medeverdachte 1] er eentje mee kan nemen.
zal er eentje meenemen.


14. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 18 november 2016 (pg. 905), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 14]
Naam: [medeverdachte 12]
Gebelde: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
IGB [medeverdachte 1]




[medeverdachte 12] (NG) belt met [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 12] zegt dat [medeverdachte 1] uit zijn nek lult.
zegt dat die ander helemaal in elkaar is geslagen in een parkje bij de [bedrijf 4] en dat er ook een ambulance bij is geweest.

[medeverdachte 12] snapt er niets van want hij was 10 minuten geleden nog met hem.

[medeverdachte 12] zegt dat hij hem ook niet te pakken krijgt maar dat hij wel overgaat.
Volgens [medeverdachte 12] hadden ze afgesproken met een paar Belgen.
zegt dat er dan wel iets aan de hand zal zijn en dat die Belgen hem hebben afgepakt.
Volgens [medeverdachte 12] had die ander maar een paar “Barkie” bij zich.
zegt dat [medeverdachte 12] die ander ook te veel alleen laat.

[medeverdachte 12] verbreekt de verbinding.



15. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 19 november 2016 (pg . 906), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 14]
Naam: [medeverdachte 12]
Gebelde: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
IGB [medeverdachte 1]




[medeverdachte 12] belt met [medeverdachte 1]

[medeverdachte 12] mag er niet bij want de politie is met hem aan het praten.
Volgens [medeverdachte 12] zijn het twee negers uit België geweest die dit gedaan hebben
vraagt waar de “tellie” is.
Volgens [medeverdachte 12] is die gekept (phon) door de Wouten denkt hij.
zegt dat hij die terug moet halen.

[medeverdachte 12] is daar met [naam 2] en belt straks terug.


16. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 19 november 2016 (pg. 907), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
Tnv: IGB [medeverdachte 1]
Gebelde: [telefoonnummer 15]




[medeverdachte 1] belt met NNvrouw.

[medeverdachte 1] zegt dat hij het nummer net van [naam 3] heeft gekregen.
NN: Jaaaaaaaaaaaa Coollll!!!! Waar ben jij?

[medeverdachte 1] : Coo. Lan…….aan
NN: van Lansbe .... Kom je naar de [adres 6] ?

[medeverdachte 1] : Waar is da?
NN: [adres 6] !

[medeverdachte 1] : Oh waar je woon!
NN: Jeeeeeeeeeee

[medeverdachte 1] : Ja ikzelf ben d’r nog nie maar ik kan ehhhh wel iemand sturen denk ik!
NN: Denk je da?

[medeverdachte 1] : Ja.
NN: Je bent echt flex man!
NN zegt dat het niet voor haar zelf is maar voor haar vriendin die bij haar is en nog naar Breda moet
NN zegt dat die vriendin heel erg blij is.

[medeverdachte 1] zegt dat hij gaat bellen en het wel voor elkaar komt.


17. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 19 november 2016 (pg. 908), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 12]
Gebelde: [telefoonnummer 11]Naam: [medeverdachte 1]
IGB [medeverdachte 1]



NNman belt met [medeverdachte 1] .
vraagt welk nummer hij van NN moet geven want er zijn een aantal mensen die om hem vragen.
NN zal en SMS sturen.
vraagt of NN [naam 4] , de vriendin van [naam 5] (phon) kent die altijd met die hond voorbij loopt.
Ze woont volgens [medeverdachte 1] in de buurt van de [bedrijf 5] .
NN moet daar langs van [medeverdachte 1] en zal het adres sturen.


18. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 1 januari 2017 (pg. 923-924), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
Tnv: IGB [medeverdachte 1]
Gebelde: [telefoonnummer 12]
Naam: [medeverdachte 11]




[medeverdachte 1] : [medeverdachte 10] vraagt die nummer.
: Wie?

[medeverdachte 1] : [medeverdachte 10]
: uhh okay die nieuwe, heb je die?

[medeverdachte 1] : staat de telefoon aan gewoon?
: Jajaja staat aan maar niemand heb nog gebeld man. Niemand.

[medeverdachte 1] : jij heb die gewoon bij toch. Ik stuur die nummer wel.
: ja ja he luister dan. Moet ik sturen naar jou die nummer? sturen naar jou.

[medeverdachte 1] : ja als je kan.
: he luister dan, jij kan mij toevallig niet ophalen zeker?

[medeverdachte 1] : ja, anders pak je gewoon een taxi. Anders pak je gewoon van die geld Taxi toch?

[medeverdachte 1] : En die telefoon was die nog beetje goed?
: nee man, niks ook man, niks man, niks meer, na twaalf uur niks meer. Mensen kom nog een beetje in de stad, maar ik zeg vriend kom nie naar mij, ik ben nu uit op uuh snap je, ben uit nu, het is klaar snap je? ik ging gewoon drinke maar ik bleef veel te lang plakke eindstand snap je.

[medeverdachte 1] : ik zal [medeverdachte 10] die nummer geven okay?
: ja zeg maar nie bel, zeg maar ik bel hem wel straks

[medeverdachte 1] : ja hij gaat jouw belle, hij gaat jouw belle
: okay, ja is goed is goed

[medeverdachte 1] : Anders heb het geen nut, dan kon je beter die telefoon niet pakke man.
: Ja ja maar ik bel jouw wel vanavond als je wil breng je mij als je wil he

[medeverdachte 1] : ja okay maar ga wel die mensen helpen anders moest je niet pakke man dan kon je beter gewoon niet zeggen man.
: ja precies, maar kom wel goed. maak je niet druk, kom wel goed. geef maar, geef maar.


19. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 2 januari 2017 (pg. 925-926), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 12]
Naam: [medeverdachte 11]
Gebelde: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
IGB [medeverdachte 1]




[medeverdachte 11] : Het is toch niks het is nu maandag
: straks is die man geweest. Ik hoop het nie, maar straks is die geweest he?

[medeverdachte 11] : ja, maar daarom wilde ik ook bellen, maar ja. Ja joh, meen je dat? Kun je hem niet bellen dat hij iets later komt ofzo?
: Je vlucht veel man [medeverdachte 11] . Jo ik ga hem probere te bereiken.

[medeverdachte 11] : ja bereik hem, want ik ga niet heel tijd nutteloos zitten enzo snap je?
: ja maar je moet toch sowieso prikke daar? dan kan je toch gewoon prikke?

[medeverdachte 11] : Ja maar het is facking, het is facking maandag man, tot twee drie uur gaat de eerste echt niet bellen hoor.
: Nee, dat misschien niet.

[medeverdachte 11] : snap je? het is niet dat ik vlucht.

[medeverdachte 11] : jij denk ik ga hier nutteloos rondlopen en zo.
: nee, dan is het goed. ovs

[medeverdachte 11] : ben je gek ofzo?
: nou dan, is toch goed dan?

[medeverdachte 11] : ja toch ja toch, of als je wil, moet jij mij om 2 of 3 uur hier halen en dan rij ik mee naar daar weet je?
: kijk maar help eerst je pa een beetje. Oke?

[medeverdachte 11] : ja ja, ik heb heel de nacht gewacht en niemand gezien. Die man komt misschien vanmiddag of vanavond ofzo, snap je?
: Ja ja, ik ga [medeverdachte 12] bellen en dan moet tie (ovs)

[medeverdachte 11] : laat hem regelen, zeg laat die man vanavond komen.
: ja je kent [medeverdachte 12] zelf he hoe die is?

[medeverdachte 11] : ja maar ja, het is goed met hem. Want ik kan niet alles uhh. Je weet toch? Moet ie et maar een beetje indelen naar zijn manier snap je?
: ja okay

[medeverdachte 11] : toch ja? he? het is kleine moeite om te zeggen “kom iets later toch?” ja.
: Ja inderdaad anders kom je wat later.

[medeverdachte 11] : ja toch, ja toch


20. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 2 januari 2017 (pg . 927), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 12]
Naam: [medeverdachte 11]
Gebelde: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
IGB [medeverdachte 1]




[medeverdachte 11] belt met [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 11] vraagt of die ene gast hem ook niet op kan komen halen.
: Ik denk het niet hoor. Maar hun rijden ook met iets rond he! Moetje ook niet vergeten he!

[medeverdachte 11] : .... ok ok ja ja ja Ja ik weet het nie man. Ik weet het echt niet man.
: Kijk hoe laat de bus kom dan! Dan je desnoods dat doen toch?

[medeverdachte 11] heeft geen zin om met de bus te komen. Desnoods kan [medeverdachte 11] volgens [medeverdachte 1] een taxi bestellen.

[medeverdachte 11] dacht dat [medeverdachte 9] nog terug zou komen vandaag maar [medeverdachte 1] zegt dat die niet terug komt.

[medeverdachte 11] vind het maar vreemd dat niemand het wilt komen halen.
zegt dat [medeverdachte 11] naar [medeverdachte 8] moet bellen.

[medeverdachte 11] zegt dat die eerst wel wilde maar nu niet meer.
gaat [medeverdachte 8] appen en belt dat terug naar [medeverdachte 11] .


21. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, weten een schriftelijke weergave van een tapgesprek d.d. 2 januari 2017 (pg. 928-930), voor zover inhoudende:


Beller: [telefoonnummer 12]
Naam: [medeverdachte 11]
Gebelde: [telefoonnummer 11]
Naam: [medeverdachte 1]
Tnv: IGB [medeverdachte 1]



: Jo

[medeverdachte 11] : hey broer gy luister dan
: ja

[medeverdachte 11] : ehmm, hoe laat ben je terug? anders haal me alsjeblieft op en
: laat man, dat ga nie, ik kan je toch niet hale?

[medeverdachte 11] : ben je zo laat? ben ben je zo laat
: pas om 21.00 uur of 20.00 uur ofzo, zo lang ken je toch nie wegblijve daar man?

[medeverdachte 11] : ja ik weet, ik weet, ik weet, ik weet nie, wie ik moet belle
: [medeverdachte 8] , [medeverdachte 8] moet je belle

[medeverdachte 11] : Ik heb hem net gesproke hij zeg nee
: okay dan moetje zeggen dan kom ik nie weetje vanavond

[medeverdachte 11] : Ja?
: ha ja als ze zeg dan ga, dan gaat tie wel komen hoor als je dat zeg

[medeverdachte 11] : nee, ik heb hem gezegd, ik heb gezegd van haal me alsjeblieft en ik geef dit maar hij zeg nee kan gewoon niet, dus ja
: okay, dan zou ik gewoon echt bus pakke man.

[medeverdachte 11] : en wanneer komen die mensen?
: Die zijn in Hulst nu. Aan het rondlopen want die zijn ook met de bus gekomen enzo heb ik gehoord.

[medeverdachte 11] : tjoe komen die helemaal naar ja joh? serieus? en hun wachten gewoon?
: ja omdat, ja die gaan niet zomaar terug.

[medeverdachte 11] : Ze zijn een beetje boos ofzo
: hun niet zo, maar ik weet niet uhh misschien tegen [naam 6] of, ik weet niet hoe ze tegen [naam 6] praten

[medeverdachte 11] : okay en als ik jou bel als ik daar ben gekomen gelijk wil je zeggen dan?
: ja [naam 6] ga hun dan bellen en dan zeggen dat je er nou zeker ben en dan moet je er zijn toch?

[medeverdachte 11] : snap je maar kijk ik moet al deze hoofdpijn dingen doen zelfs om daar te komen en zo maar ik ga
: je stel ook vet uit. Ik zei net bel taxi

[medeverdachte 11] : ik ben gewoon daar, maar ik ga niet uhh daar heel de tijd, blijf die ding is misschien vet heet daar, weet ik veel wat er allemaal aan de hand is.
: er is niks heet man, niks. Er is niks. Okay luister, fack it, van mij hoef je niet te komen. bel gewoon [medeverdachte 12] , ik ga hem wel voor jou bellen en zeggen dat je niet meer ga man.

[medeverdachte 11] : zeg gewoon. Is hoofdpijn. kan niet komen. zeg tegen die boys dat ze morgen komen. Morgen ben ik daar .
: Nee, ga gewoon zeggen dat je uhh je wil toch niet meer. Zeg gewoon dat je niet meer wil.

[medeverdachte 11] : hoe bedoel je niet meer wil? dat weet hij, dat weet iedereen dat ik die ding niet meer wil doen, maar ik wil niet vies achter mens de rug doen. [medeverdachte 9] zeg ook hij kom om uhh
: [medeverdachte 9] kom niet meer [medeverdachte 11] . [medeverdachte 12] heb gezegd dat jij gewoon daar blijft totdat hij terug is. [medeverdachte 12] zeg [medeverdachte 11] heeft gezegd ja. Ja ik weet ook niet waarom.

[medeverdachte 11] : Ja met Nieuwjaar heb ik gezegd ja, maar uhh dingen worden allemaal in hand geduwd en ik moest maar weer doen. Zie je ik heb geen auto, geen mensen komen effe halen, niemand. Wat moet ik doen? Heel tijd aan mijn ouders vragen of ze heen en weer gaan brengen. Kan toch niet? kan toch niet?
: eigenlijk niet nee, maar je moet toch gewoon daar blijven? dan hoef ook niet uhh ovs

[medeverdachte 11] : Maar jullie, jij zeg bijvoorbeeld gelijk ja, ik ga [medeverdachte 12] gelijk bellen, [medeverdachte 11] wil het niet meer doen. Wat niet doen?
: Als je niet wil, dan moet je daar toch niet gaan? Dit schiet toch helemaal niet op. Iedere keer kleine prik gelijk weer terug naar huis vlucht of ga je beter niet doen want dit schiet niet op. Denk je dat die telefoon nog draai als hij terug is? Hij is gewoon
dood.

[medeverdachte 11] : nee, nee, nee man
: die is gewoon dood. [medeverdachte 8] zit nou al te wachten en er zitten nog 2 clanny’s te wachten. Dat weet jij ook dat weet ik ook. En er hebben nog wel mensen gebeld.

[medeverdachte 11] : ja maar broer ik zeg je ik heb deze twee dagen uhh die ding draait niet, die ding draait gewoon weet je. Dat is gewoon bullshit. Het is maandag.
: Ja omdat [medeverdachte 9] die ding góed heb gedaan. [medeverdachte 9] heb die ding drie weken vet hard gedaan.

[medeverdachte 11] : Heel deze dag heb niemand gebeld: Niemand voor het zelfde geld zat ik
: [medeverdachte 8] heeft toch gebeld? Sowieso heb [medeverdachte 8] al gebeld.

[medeverdachte 11] : [medeverdachte 8] , Werner en die hoe heet die andere? uhhh ja drie mensen hebben gebeld.
: dat zijn drie clanny’s. Je kan daar gewoon heel de tijd tv kijken. Je moet effe snel 1 keer naar buiten en dan kan je heel de tijd tv kijken in wen z'n huis.

[medeverdachte 11] : okay, ik ga naar daar.
: En vanavond ga ik bij jou chille nog es daar dus

[medeverdachte 11] : Okay, ja okay maar vervoer is probleem dat zeg ik. Het is gewoon allemaal stress. Mensen begrijpen niet. Jullie denken ik wil niet maar dat is buil shit snap je?
: Vervoer je prik gewoon bij [bedrijf 6] , je gaat naar buiten en je gaat terug naar binnen?

[medeverdachte 11] : ja ja toch? ja toch okay maar kom wel goed. Ik kom daar nog wel. Ik kom daar zo. Het is nog vroeg.
: Echt waar, bel gewoon de taxi. Je hebt een taxibedrijf [bedrijf 7] . Je bel ze die komen je geef die geld en ze brengen
jou tot aan de deur.

[medeverdachte 11] : ja?
: hun zijn chili. 50 euro ofzo. Pak gewoon. Dan heeft tie pech weet je. Dan moet je wel doen.

[medeverdachte 11] : Okay ja toch. Komt goed. komt goed. Maar kom vanavond naar mij dan he.
: Ik kom Sowiezo vanavond zeker.

[medeverdachte 11] : ovs komt goed, komt goed. Bel [medeverdachte 12] , bel [medeverdachte 12] en zeg dat tie normaal moet doen. Zeg dat allemaal hoofdpijn is. Zeg dat ik daar ga. Maar zeg is allemaal hoofdpijn.
: Ja maar kijk. Hij bel al om 17.00 uur. Het is nou al 18.30 uur. En je zou daar al weg kunnen. Ik heb net tegen de clanny's gezegd een half uur een uur ben je daar tegen die jongens. Het is nou al een half uur terug en je bent er nog niet.

[medeverdachte 11] : Ik ga je zo bellen. Dan ben ik daar en laat die boys komen, want ik wordt ook paranoia. Je zeg gister nog mensen gaan komen. Ik zit heel tijd te denken mensen gaan zo komen. Dingen brengen en zo.
: Zijn gewoon normale mensen. Vrienden van ons. Die gaan niks geks doen ofzo hoor. Moet je niet bang voor zijn.

[medeverdachte 11] : Ja snap je, maar ik weet uhh heel de systeem niet daarom ik wordt helemaal psycho vriend. Ik wordt helemaal gek man. Ik kan niks doen man. Ik bel je zo als ik daar ben en stuur die mensen dat ik die ding kan pakken en zo, okay?
: Ja, okay help eerst die mensen en dan komme die jongens wel langs.

[medeverdachte 11] : Ik ga zo terug bellen
: Okay jo.


22. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 januari 2017 (pg. 598-601), met bijlagen (pg . 602-605), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 13] :


Uit het onderzoek is gebleken dat jij contact op hebt genomen met een telefoonnummer met het doel om verdovende middelen te kopen. Wat kun jij daarover
zeggen?



Ik bel altijd naar hetzelfde nummer omdat ik dan cocaïne nodig heb.



Van wie is dat nummer?
Dat weet ik niet. Het is meestal dezelfde gozer die dan komt.
Ik denk dat ik al ruim twee jaar op deze manier aan mijn cocaïne kom. Het is dus niet altijd dezelfde gast en ook niet hetzelfde nummer.



Is dat altijd hetzelfde nummer?
Het is dus in het verleden al eens eerder gewijzigd. De afgelopen 14 dagen kreeg ik niemand te pakken en ben ik een van de jongens tegengekomen in Hulst. Hij vertelde dat een andere jongen was aangehouden en dat die zijn telefoon had weggegooid. Ik kreeg van die jongen en papiertje met daarop een telefoonnummer. Hij vertelde dat ik dat nummer kon bellen als ik cocaïne wilde hebben.



Wat werd in de telefoongesprekken afgesproken?
Er werd alleen maar gevraagd of hij langs kon komen of dat we ergens af konden spreken. Meestal verscheen er dan wel iemand die mij de cocaïne verkocht. Ook kwam het wel eens voor dat er niemand verscheen.



Waar waren die ontmoetingen?
Die waren op verschillende plekken. Meestal liep ik naar de achterzijde van de [bank] , bij [bedrijf 2] en achter de [bedrijf 6] in Hulst.
Als je gebeld had en een afspraak was gemaakt wie kwam er dan naar die afspraak?
Helemaal in het begin was het en jongen die [medeverdachte 1] genoemd werd.
Tot drie maanden geleden was het een jongen die toen volgens mij een paar maanden geleden beroofd werd. Daarna werd het een andere jongen en mogelijk daarna weer een ander.



In denk dat het er in totaal dus en stuk of vier zijn gewest die mij op deze manier van cocaïne voorzagen.
We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over die personen zeggen?
De man op de 1e foto is de man die heel in het begin cocaïne aan mij verkocht. Ik noem deze [medeverdachte 1] .
De man op de 2e foto is de man die afgelopen vrijdag mij en briefje gaf met het nieuwe telefoonnummer.
De man op de derde foto is de man die een paar maanden geleden beroofd werd.
De man op de 4e foto is de man die het laatst cocaïne aan mij verkocht.



Hoe lang koop je al van deze persoon of personen?
Dat is dus ruim twee jaar zoals ik al verklaarde.



Aan de verdachte werden foto’s getoond van:
foto 1: [medeverdachte 1] , die [medeverdachte 1] wordt genoemd
foto 2: [medeverdachte 9] , de man die het briefje aan hem afgaf.
foto 3: [medeverdachte 11] , de man die overvallen werd.
foto 4: [verdachte] , de man die de laatste tijd cocaïne aan hem verkocht.


23. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 februari 2017 (pg. 560-562), met bijlagen (pg. 563-566), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 14] :


Uit het onderzoek is gebleken dat jij contact op hebt genomen met een telefoonnummer met het doel om verdovende middelen te kopen. Wat kun jij daarover
zeggen?
Dat klopt. Ik ben op een bepaald moment met iemand in Hulst in contact gekomen en die vertelde mij dat ik naar een telefoonnummer moest bellen als ik cocaïne nodig had.



Welk nummer belde jij?
Dat nummer is [telefoonnummer 1] .



Van wie is dat nummer?
Dat weet ik niet. Er kwam niet altijd dezelfde personen de cocaïne leveren.



Wat werd in de telefoongesprekken afgesproken?
Ik stuurde wel eens een sms-bericht of in en kort telefoongesprek werd afgesproken waar we elkaar konden ontmoeten. Ook vroeg ik dan wel eens om “eentje”. Daarmee
bedoelde ik dat ik 1 gram cocaïne wilde kopen. Ik betaalde voor een gram cocaïne 50 euro. Het is ook wel eens voorgekomen dat ik twee gram cocaïne afnam.



Als je gebeld had en een afspraak was gemaakt wie kwam er dan naar die afspraak?
Dat waren verschillende mensen.
Hoeveel verschillende personen leverden jou op deze manier verdovende middelen?
Ik weet dat niet precies. Ze kwamen vaak met de auto en daar zaten dan meer gasten in. Ze waren vaak met en zwarte Opel Insignia met Nederlandse nummerplaten. Er zaten soms wel drie of vier gasten in die auto.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto I zeggen? (opmerking hof: betreft een foto van [medeverdachte 1] ).
Dit is de man die ik in Hulst leerde kennen en van hem kreeg ik de eerste keer dat telefoonnummer. Hij is ook de man die altijd met die Opel Insignia reed. Hij is toen bij het [locatie] geweest en heeft mij toen cocaïne verkocht.
Volgens mij kreeg ik ook dat laatste nummer van deze man. Ik kreeg van hem dus het
nummer en hij zei dat hij me [medeverdachte 1] kon noemen.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto II zeggen? (opmerking hof: betreft een foto van [verdachte] ).
Ook van deze man heb ik cocaïne afgenomen, althans hij was er altijd wel bij.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto III zeggen? (opmerking hof: betreft een foto van [medeverdachte 11] ).



Dat is de man van wie ik vaak cocaïne afnam.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto IV zeggen? (opmerking hof: betreft een foto van [medeverdachte 9] ).



Dat is de man die met een klein autootje en van hem nam ik ook cocaïne af, onder andere bij de [bedrijf 1] in Hulst. Volgens mij reed hij in een zwarte Polo.



Hoe lang koop je al van deze persoon of personen?
Ik denk dat ik zeker al en jaar lang op deze manier aan mijn cocaïne kom.



Hoe vaak koop of kocht je verdovende middelen bij die personen?



Dat was de ene keer met mijn auto, maar het gebeurde ook dat ik met de auto van een ander naar die afspraken ging.
Die auto’s waren voorzien van Belgische nummerplaten (…).


24. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 februari 2017 (pg. 567-570), met bijlagen (pg . 571-574), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 15] :


V: Wil je zelf voordat we vragen stellen iets verklaren in verband met dit verhoor?
A: Ik begrijp dat dit verhoor gaat over de verkoop van verdovende middelen. Met name cocaïne. Ik weet dat het gaat over een zekere [medeverdachte 11] . Die kon je altijd bereiken op
het nummer [telefoonnummer 16] . Ik ken dat nummer uit mijn hoofd. Het was een soort hotline.



Ik heb ongeveer 2 jaar cocaïne gekocht bij [medeverdachte 11] .
Daarvoor heb ik nog bij een Marokkaan gekocht die veel in het Casino in Hulst kwam. Daar nog voor heb ik cocaïne gekocht bij ene [medeverdachte 1] .



Het is gestart met [medeverdachte 1] . Ik kocht 5 jaar geleden al bij [medeverdachte 1] . Dit was toen ik nog in [plaats 2] woonde. Ik kocht het dan in Nederland en reed terug om de
cocaïne in België te gebruiken. [medeverdachte 1] wist dat ik een Belg was.
V: Uit het onderzoek is gebleken dat jij contact op hebt genomen met een telefoonnummer met het doel om verdovende middelen te kopen.
V: Ja dat klopt.
V: Welk nummer belde jij?
A: eerst [telefoonnummer 16] en daarna [telefoonnummer 1] .



Het nummer [telefoonnummer 1] heb ik gekregen van [medeverdachte 1] .



V: Waar waren die ontmoetingen?
A: Bij de bibliotheek bij sporthal [sporthal] , bij de [bedrijf 5] in Hulst, bij de [bedrijf 1] ,
Veel bij de [straatnaam 2] in Hulst, bij [bedrijf 8] , Bij de [café 2] boven, bij de [bedrijf 2] en achter de [bank] .



De laatste dealer waar ik cocaïne bij gekocht heb is een kleine Marokkaan die perfect Nederlands praat. Dat werd afgewisseld met die andere Marokkaan die vaak in het Casino zat. Ik ken geen namen van die jongens. Ze kwamen vaak met een donkere golf of een Opel Insignia met Nederlands kenteken.



V: Hoeveel verschillende personen leverden jou op deze manier verdovende middelen?
A: 4 personen.
V: We tonen je ’foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over die personen zeggen?
A: De persoon op foto 1: Dat is die kleine Marokkaan. Hij reed in een donkere VW Golf.
Ook heb ik hem zien rijden in een Opel Insignia, sedan model. Die heb ik ook al bij de [naam gelegenheid] zien staan.
De persoon op foto 2: Dat is [medeverdachte 11] . Ik ken hem als [medeverdachte 11] . Ze noemen hem ook wel [bijnaam 1] . Zijn maten noemen hem [bijnaam 1] . Hij vroeg altijd om hem ergens te brengen. Hij had zelf geen auto.
De persoon op foto 3: Dit is die bolle Marokkaan. Die zat vaak in het Casino in Hulst. Die verbleef soms in Hotel Hulst.
De personen op foto 4: Dat is [medeverdachte 1] . Ik ken hem als [medeverdachte 1] . Zoals ik gezegd heb kocht ik 5 jaar geleden al bij [medeverdachte 1] .



V: Hoe lang koop je al van deze persoon of personen?
A: Dat heb ik eigenlijk al verklaard. Ongeveer 5 jaar.



O: Verdachte [medeverdachte 15] herkende op de foto als zijnde een van de dealers [medeverdachte 11] , [verdachte] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 1] .


25. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 februari 2017 (pg. 575-578), met bijlagen (pg. 579-583), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 16] :


O= opmerking verbalisant
V= vraag verbalisant
A= antwoord verdachte



V: Wil je zelf voordat we vragen stellen iets verklaren in verband met betrekking tot dit verhoor?
A: Het is nu ongeveer 2,5 a 3 jaar dat wij vriendinnen cocaïne kopen bij dealers in Hulst. Het begon met ene [medeverdachte 1] . Ik ken hem alleen als [medeverdachte 1] .



V: Uit het onderzoek is gebleken dat jij contact op hebt genomen met een telefoonnummer met het doel om verdovende middelen te kopen.
V: Wat kun jij daarover zeggen?
A: Ja dat klopt. Ik heb zojuist al verklaart dat ik in het weekend in Hulst cocaïne gebruikte. Dit was dan voor een halfje of een hele gram.



V: Welk nummer belde jij?
A: [telefoonnummer 1] is het laatste nummer geweest.



V: Van wie is dat nummer?
A: Het eerste nummer was van [medeverdachte 1] . Het nummer is toen niet veranderd en het bleef wel hetzelfde nummer. Volgens mij heeft een Marokkaan gekomen die cocaïne verkocht. Als laatste was er ook een Marokkaan die was kleiner en ook mager.
V: Is dat altijd hetzelfde nummer?
A: Het laatste nummer was [telefoonnummer 1] .



V: Waar waren die ontmoetingen?
A: Achter de [bank] in Hulst, op de [straatnaam 2] in Hulst, bij [locatie naam] bij het kapelletje. Bij de [bank] in de stad Hulst (dat was bij [medeverdachte 1] ). We zijn een paar keer naar een huis geweest in Hulst en achter de sportschool [sportschool 1] in Hulst. Ook gingen we naar een woning in Hulst.



V: Als je gebeld had en een afspraak was gemaakt wie kwam er dan naar die afspraak?
A: Dat was eerst [medeverdachte 1] , dan die twee Marokkanen.



V: Hoeveel verschillende personen leverden jou op deze manier verdovende middelen?
A: 4 verschillende personen.
V: We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over die personen zeggen?
A: De persoon op foto 1: Dat is die kleine Marokkaan met dat petje. Dat was de laatste die cocaïne verkocht. Dat heb ik een paar keer van gekocht.
De persoon op foto 2: Daar hebben we ook van gekocht. Met hem hebben we ook afgesproken bij [locatie naam] . Hij stonk altijd naar wiet. We hebben van hem het meeste
gekocht.
De persoon op foto 3: Daar heb ik 1 keer cocaïne van gekocht. Hij droeg toen een donkergroene jas. We hadden toen afgesproken achter de [bank] in Hulst. Hij vertelde toen dat [medeverdachte 1] zijn nummer had gebruikt en dat hij nu weer gebruik maakte van dit nummer.
De personen op foto 4: Dat is [medeverdachte 1] . Dat was de persoon die ermee begonnen is. We hebben hem een keer gezien in een Opel Insignia. Er zat toen ook kinderstoeltje in de auto. Ik weet dat hij een kind heeft. Zijn vriendin heeft op de voetbal gezeten in [plaats 3] . Ik denk dat hij de grote man is. Hij heeft toen volgens mij mensen geregeld die voor hem aan het dealen waren. Dit denk ik omdat hij niet meer langs kwam om te dealen.
V: Hoe lang koop je al van deze persoon of personen?
A: 2,5 a 3 jaar.



O: Verdachte [medeverdachte 16] herkende op de foto als zijnde een van de dealers [medeverdachte 11] , [verdachte]
, [medeverdachte 9] en [medeverdachte 1] .


26. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 18 januari 2018, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [medeverdachte 14] :


U zegt mij dat op pagina 562 van het dossier staat dat ik heb verklaard dat de persoon op foto nummer 1 de man is die ik in Hulst leerde kennen en van hem het telefoonnummer kreeg. Dat moet geweest zijn in de loop van het jaar voorafgaand aan 1 februari 2017, de dag waarop ik verhoord ben. Ik had daarvoor sporadisch ook al eens cocaïne gebruikt.
Ik weet niet meer exact wanneer ik die man heb leren kennen. Het zal in de loop van 2016 geweest zijn.



Als ik cocaïne wilde kopen dan stuurde ik een berichtje door met ‘tijd?’ of ik belde en dan kreeg ik reactie terug met een plaats in de regio. Daar ging ik dan naar toe en daar kwam dan een auto. De man op foto 1 zat er niet altijd bij maar wel vaak. Er zaten meerdere personen in de auto, verschillende mannen. Ook van allochtone afkomst. Soms was het een Opel Insignia, soms een VW Polo. Ik geloof dat de man op foto 1 vaak de bestuurder was. Ik kan me wel herinneren dat ik het geld aan hem gaf en van hem de cocaïne kreeg. We stonden dan met een auto naast een auto en het geld en de cocaïne werden door de raampjes overhandigd. Afhankelijk van hoe we stonden was dat de bestuurder of een ander.
Als ik belde weet ik niet wie ik aan de telefoon had. De persoon aan de andere kant stelde zich dan niet voor. Het ging vaak ook heel snel, er werd niet veel gezegd.



U toont mij de foto op de pagina 566 van het dossier. Die man kwam met een VW Polo. Die Polo heb ik 1 à 2 keer gezien. Ik dacht dat dat een van de laatste keren is geweest. Ik vermoed wel dat die mannen samenwerkten. Als ik het nummer belde kwam soms de een, soms een ander.


27. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 18 januari 2018, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [medeverdachte 15] :


U houdt mij een gedeelte voor van mijn verklaring op pagina 568 van het dossier, daar staat dat ik vijf jaar geleden al kocht bij [medeverdachte 1] . Dat klopt.
Het wisselde bij wie ik kocht, in het begin was het voornamelijk [medeverdachte 1] . Daarna de andere personen, die wisselden nog al eens. De eerste twee jaar van de vijf was het voornamelijk [medeverdachte 1] . [medeverdachte 11] was de laatste. Bij de barbershop in Hulst. Daar heb ik [medeverdachte 1] samen gezien met een van de twee Marrokkanen. De grote. De rechter -commissaris toont mij foto 3 op pagina 573 van het dossier. (opmerking hof: foto van [medeverdachte 9]) Ja, met hem. Dat was in het laatste jaar denk ik. Zij waren daar samen.



De eerste twee jaren kocht ik denk ik wekelijks bij [medeverdachte 1] . Dat varieerde wel. Na die twee jaar kwam er een nieuw nummer, [medeverdachte 1] had geregeld een nieuw nummer. Ik kreeg een berichtje ‘dit is [medeverdachte 1] ’, maar dan kwam [medeverdachte 11] , dacht ik.




[medeverdachte 11] had periodes waarin hij niet verkocht, ik weet niet waarom. De lange Marokkaan van de foto van pagina 573 van het dossier zat daar tussen. Dat waren twee periodes waarin hij verkocht. De tweede periode moet geweest zijn rond de tijd dat [medeverdachte 11] eens overvallen is geweest. De eerste periode was daarvoor maar ik weet niet meer specifiek wanneer dat was. Ik kocht toen vrij regelmatig, het varieerde een beetje maar het kwam ook voor dat ik
dagelijks kocht, soms zelfs meerdere malen dagelijks. Voornamelijk bij deze jongens.


28. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 januari 2017 (pg. 606-609), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 17] :


Uit het onderzoek is gebleken dat jij contact op hebt genomen met een telefoonnummer met het doel om verdovende middelen te kopen. Wat kun jij daarover
zeggen?
(…) dat nummer heb ik via via bij het stappen gekregen.



Van wie is dat nummer?
Zijn naam weet ik niet maar ik weet wel hoe hij eruit zag.
Ik heb van twee jongens afgenomen een kleinere getinte jongen en een langere magere.
De magere was een blanke jongen.



Is dat altijd hetzelfde nummer?
Ja, een keer denk ik heb ik een ander nummer gekregen.



Wat werd in de telefoongesprekken afgesproken?
Meestal werd er dan door mij gevraagd aan degene die ik opbelde om een halfje of een hele. Ik bedoelde dan een halve of een hele gram Cocaïne.



Waar waren die ontmoetingen?
Meestal in Hulst werd er afgesproken op diverse plaatsen. De dealer kwam ook wel tot bij mij thuis. Ik kwam dan naar buiten om het aan te pakken en af te rekenen. We spraken ook bij de [bedrijf 1] en bij [bedrijf 2] op het Bolwerk af.
Als je gebeld had en een afspraak was gemaakt wie kwam er dan naar die afspraak?
Meestal die getinte jongen of ook wel die blanke jongen.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over die personen zeggen?



Ik heb afgenomen van twee personen die u mij toonde.
De blanke langere persoon herken ik en de kleinere getinte persoon herken ik maar ik weet geen namen van hen.



Nog een andere foto die u mij toont van een blanke man met smal gezicht bij deze heb ik de magere jongen van de eerst foto wel gezien. Deze zat dan naast de man in de auto.



Hoe lang koop je al van deze persoon of personen?
Ik denk wel ongeveer al een jaar vanaf de zomer heb ik wel meer gekocht.



Opmerking verbalisant
Verdachte [medeverdachte 17] herkende op de foto als zijnde een van de dealers de magere blanke man de getoonde foto van [medeverdachte 11] .
Verdachte herkende op de foto van de kleinere getinte persoon [verdachte] .
Verder herkende hij [medeverdachte 1] op de foto als de persoon welk hij gezien had tezamen met [medeverdachte 11] in de auto. Dit was een Opel Insignia waarin deze reed.


29. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 februari 2017 (pg. 627-630), met bijlagen (pg. 631-634), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 18] :


Uit het onderzoek is gebleken dat jij contact op hebt genomen met een telefoonnummer met het doel om verdovende middelen te kopen. Wat kun jij daarover
zeggen?
Ik ken die niet, dat waren verschillende personen. Dat waren altijd mannen/jongens.



Van wie is dat nummer?
Weet ik niet bij dat nummer kwam ook wel eens een andere persoon.



Is dat altijd hetzelfde nummer?
Nee, een keer is dat nummer veranderd.



Wat werd in de telefoongesprekken afgesproken?
Meestal werd er een plek afgesproken dan kwamen ze daar na toe. Meestal een iemand soms kwamen ze met z’n tweeën.
Waar waren die ontmoetingen?



Dat varieerde, bij de [café 2] daar boven, bij [bedrijf 2] , bij [sportschool 2] en nog meer van die plekken.



Als je gebeld had en een afspraak was gemaakt wie kwam er dan naar die afspraak?
Namen weet ik niet meestal dezelfde persoon soms kwamen ze met twee.



Was dat altijd dezelfde persoon?
Nee niet altijd.



Hoeveel verschillende personen leverden jou op deze manier verdovende middelen?
Vanaf de zomer van 2016 tot nu ongeveer heb ik drie verschillende personen gezien bij de aflevering van drugs.
We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto I zeggen?
Ik ken de man op de eerste foto wel dat was bij een aflevering van een bestelling die man was toen de bestuurder iemand anders bracht mij dan de bestelling. Ik denk dat hij toen in een zwarte VW Golf reed.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto II zeggen?
Van de man op foto nummer 2 heb ik als laatste cocaïne gekocht dit was de laatste periode ik weet niet hoe lang dit was.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto III zeggen?
(…) dit was de man die naast de bestuurder van foto 2 zat en mij leverde.



We tonen je foto’s van een aantal personen. Wat kun jij over de persoon op Foto IV zeggen?
Ja de persoon op foto nummer 3 ken ik, hij heeft voor een langere periode aan mij cocaïne geleverd dit was vanaf de zomer vorig jaar.



Hoe lang koop je al van deze persoon of personen?
Dit is ongeveer vanaf afgelopen zomer tot rond de jaarwisseling daarna ben ik gestopt met gebruiken en kopen.



Hoe vaak koop of kocht je verdovende middelen bij die personen?
Dat was zo rond de een of twee maal per week soms sloeg ik ook wel eens een week over.



Aan de verdachte werden de volgende foto’s getoond:
Foto I: [medeverdachte 1]
Foto II: [verdachte]
Foto III: [medeverdachte 11]
Foto IV: [medeverdachte 9]


30. Het proces-verbaal van de in de zaak gehouden terechtzitting van de rechtbank Zeeland-West -Brabant d.d. 30 september 2021, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [verdachte] :


Ik wil bekennen dat ik een aantal maanden fout bezig ben geweest en een paar maanden heb gedeald, maar niet de gehele periode. De periode dat ik op vakantie ging hebben andere personen mijn telefoon gebruikt, vandaar dat afnemers andere gezichten hebben gezien. Ik was in december 2016 op vakantie. De telefoon is toen aan [medeverdachte 11] gegeven. Toen ik weer terugkwam, heb ik de heb de telefoon weer overgenomen.


31. Het proces-verbaal van de in de zaak gehouden terechtzitting in hoger beroep d.d. 13 maart 2025, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [verdachte] :


Ik ben in januari 2017 aangehouden. Ik heb ongeveer 3 tot 4 maanden gedeald. Dit was na de zomer in 2016, ik meen oktober of november 2016.




Ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde




Gelet op de omstandigheid dat de verdachte zowel ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 30 september 2021 en het hof ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde een bekennende verklaring heeft afgelegd en dienaangaande nadien geen vrijspraak is bepleit, kan in hoger beroep worden volstaan met de volgende opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.


1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2017 (pg. 202), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 7] ;

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2017 (pg. 260-261), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] ;

3. Het proces-verbaal pillen-poeders d.d. 23 januari 2017 (pg. 266-267), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] ;

4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2017 (pg. 303-304), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] ;

5. De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van het gerechtshof d.d. 13 maart 2025;

6. Een geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, 21 april 2017 (dossierpagina’s 3278), nummer 2017.04.07.156 (aanvraag 001), opgemaakt door een NFI-deskundige, inhoudende diens relaas als rapporteur.




Bewijsoverwegingen




I.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.



Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.



II.
Van de zijde van de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, in dier voege dat het hof de bewezenverklaarde periode zal beperken tot een periode vanaf oktober 2016 tot de aanhouding van de verdachte op 19 januari 2017, alsmede dat de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. Ter onderbouwing van het een en ander heeft de verdediging – samengevat, en op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – aangevoerd dat op grond van de bewijsmiddelen in het dossier, meer in het bijzonder de getuigenverklaringen en de getapte telefoongesprekken, niet kan worden vastgesteld dat de verdachte gedurende een ruimere periode dan voormeld cocaïne heeft verkocht. Evenmin kan op grond van het dossier worden vastgesteld dat tussen de verdachte en de medeverdachte(n) sprake was van een voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, aldus de verdediging.



Het hof overweegt als volgt.



De verdachte heeft zich bij gelegenheid van zijn verhoor bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen dan wel vragen niet dan wel – minst genomen – onvolledig beantwoord. Ter terechtzitting bij de rechtbank heeft de verdachte verklaard dat hij in de periode van (eind) oktober 2016 dan wel november 2016 tot diens aanhouding in januari 2017 cocaïne heeft gedeald. Ten overstaan van het hof is de verdachte bij die verklaring gebleven. De verdachte is op 19 januari 2017 aangehouden.



Niet in confesso is aldus dat de verdachte op tijdstippen in de tenlastegelegde periode – kort gezegd – cocaïne heeft verkocht en mitsdien acht het hof, in navolging van de rechtbank, op grond van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne. Echter, in afwijking van het eerdere oordeel van de rechtbank en de verklaring van de verdachte, komt het hof tot een andere bewezenverklaarde periode. Daartoe overweegt het hof dat – hoewel het dossier bewijsmiddelen, meer in het bijzonder diverse getuigenverklaringen bevat op grond waarvan tot een ruimere periode kan worden gekomen, waarin verdachte zelf heeft gedeald – het hof in het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep – een en ander bezien in het licht van de overige in de bewijsmiddelen vervatte feiten en omstandigheden, meer in het bijzonder de getapte telefoongesprekken – voldoende aanknopingspunten aanwezig acht om de verklaring van de verdachte met betrekking tot de periode waarin hij zegt dat hij zelf cocaïne heeft gedeald, (ten dele) volgen. Dit betekent evenwel niet dat het hof de bewezenverklaarde periode zal beperken tot de door verdachte aangegeven periode van oktober 2016 tot en met januari 2017. Zoals hierna nader zal worden overwogen, is het hof van oordeel dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan in nauwe samenwerking met de medeverdachten, in het bijzonder met medeverdachte [medeverdachte 1] , zodat sprake is van medeplegen. Naar het – hierna nader te motiveren – oordeel van het hof gaven medeverdachte [medeverdachte 1] en de verdachte leiding aan het samenwerkingsverband en stuurden zij onder meer de andere dealers ( [medeverdachte 9] en [medeverdachte 11] ) aan en bevorderden zij de verkoop van de cocaïne ook én met name in de periode(n) dat door hen zelf niet werd gedeald. Daarbij oordeelt het hof voorts dat medeverdachte [medeverdachte 1] nog iets hoger geplaatst was dan de verdachte. Op grond van de bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat medeverdachte [medeverdachte 1] zich in ieder geval vanaf 1 januari 2015 schuldig heeft gemaakt aan het dealen van cocaïne. Op grond van diezelfde bewijsmiddelen acht het hof voorts bewezen dat de verdachte zich – al dan niet over de band van het medeplegen – vanaf 1 maart 2016 schuldig heeft gemaakt aan het dealen van cocaïne. Het hof zal derhalve de aanvangsdatum van de bewezenverklaarde periode vaststellen op 1 maart 2016. De einddatum van de bewezenverklaarde periode wordt vastgesteld op 19 januari 2017, zijnde de datum waarop de verdachte is aangehouden.



De verklaring van de verdachte en het gelijkluidend verweer van de verdediging, inhoudende dat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking (medeplegen) tussen de verdachte en de medeverdachte(n), wordt niet door het hof gevolgd. Grotendeels met – en waar nodig in aanvulling op de rechtbank – overweegt het hof op het punt van het medeplegen als volgt.



De kwalificatie medeplegen is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij medeplegen is van belang dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict (vgl. HR 22 december 2009,ECLI:NL:HR:2009:BK3356,NJ 2010/193). Met betrekking tot het medeplegen dient uit de bewijsvoering te volgen dat er zodanig bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen.



Uit de tapgesprekken, observaties en de verklaringen van de diverse afnemers blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachten een zogeheten dealtelefoon gebruikten, waarbij om de zoveel tijd van telefoonnummer werd gewisseld. Laatstelijk werd gebruikgemaakt van een nummer eindigend op [telefoonnummer 1] . Dit nummer heeft op tijdstippen in de bewezenverklaarde periode veel kortdurende contacten gehad met nummers die toebehoorden aan de afnemers. De afnemers konden contact leggen met de dealtelefoon, een bestelling plaatsen en een afspraak maken voor een ontmoeting op bepaalde plekken in Hulst en omstreken. De samenwerking tussen de verdachten vond plaats in een wisselend verband, waarbij de dealtelefoon (af)wisselend door hen werd gebruikt. Door de afnemers worden zowel de verdachte als zijn medeverdachten aangewezen als de dealers door wie aan hen na het bellen van de deallijn cocaïne werd verkocht. Het was daarbij voor de afnemers van tevoren niet altijd duidelijk wie van de verdachten zij aan de lijn hadden of met wie zij contact hadden. Dit kon bij elke bestelling weer een andere verdachte zijn. Wie van de verdachten na de bestelling de drugs vervolgens zou komen afleveren was ook niet duidelijk. Door afnemers is verklaard dat dit regelmatig niet de verdachte was die ze aan de lijn of contact hadden. Dit beeld wordt bevestigd in de tapgesprekken, waaruit onder meer een wisselend gebruik van de dealtelefoon blijkt. Op de afgesproken plaats verscheen dan een van de verdachten en soms meerdere verdachten samen, waarna de overdracht van de cocaïne plaatsvond. Bij de observaties op 8 december 2016 en op 19 januari 2017 zijn ook korte ontmoetingen tussen de verdachte en enkele afnemers, nadat zij contact hebben gehad met de dealtelefoon, waargenomen. Uit de omstandigheid dat op 19 januari 2017 in de woning aan [adres 2] , waar de verdachte verbleef, een notitieboekje is aangetroffen, met daarin een lijst van namen en nummers, waarvan een groot deel overeenkwam met namen en nummers van contacten van de dealtelefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , alsmede dat op 20 februari 2017 in de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] een USB-stick is aangetroffen met daarop een lijst met namen en telefoonnummers, waarvan eveneens een groot deel overeenkwam met namen en telefoonnummers van contacten van de dealtelefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , leidt het hof af dat, naast het gezamenlijk dealen, voorts sprake was van de gezamenlijke beschikking over de klantenlijst, behorende bij de dealtelefoon.



Gelet op de verklaringen van de afnemers stelt het hof met de rechtbank vast dat zij regelmatig van de verdachten afnamen en uit de gegevens van de dealtelefoon blijkt dat tussen de verdachten en meerdere afnemers veelvuldig contact is geweest, in sommige gevallen wel meer dan honderd keer in de twee maanden dat de dealtelefoon werd getapt. Met de rechtbank acht het hof de verklaringen van de afnemers en hun herkenningen van de verdachten betrouwbaar, mede gelet op de (totale) omvang en de frequentie van hun contacten met de verdachten. Verder komen details waar zij over verklaren en het beeld dat hieruit volgt overeen met de overige bewijsmiddelen.



Dat de betrokkenheid van de verdachte aanmerkelijk groter was dan enkel die van dealer, leidt het hof af uit de omstandigheid dat naast gesprekken die zijn gevoerd via de dealtelefoon, ook gesprekken zijn gevoerd tussen de verdachten onderling, welke gelet op hun inhoud, in grote mate bijdragen aan het bewijs dat er in een nauwe samenwerking werd gehandeld. Uit die gesprekken volgt onder meer dat medeverdachte [medeverdachte 1] met de verdachte en de medeverdachten zaken besprak die zagen op het dealen in cocaïne. Verder komt naar voren dat [medeverdachte 1] in nauw contact stond met de verdachte en de medeverdachten over de bedrijfsvoering. Illustrerend in dat verband acht het hof dat toen medeverdachte [medeverdachte 11] in november 2016 als gevolg van een (naar het hof begrijpt: met het dealen verband houdende) mishandeling in het ziekenhuis was beland, [medeverdachte 1] en de verdachte hier onderling contact over hadden. Meer in het bijzonder komt uit het desbetreffende tapgesprek naar voren dat medeverdachte [medeverdachte 11] is mishandeld, dat er een ambulance ter plaatse is gekomen en dat verdachte kort daarvoor (10 minuten) nog bij medeverdachte [medeverdachte 11] was. De verdachte probeert medeverdachte [medeverdachte 11] te bellen, maar er wordt niet opgenomen en [medeverdachte 1] vertelt de verdachte dat hij en medeverdachte [medeverdachte 11] hadden afgesproken met een paar Belgen. Medeverdachte [medeverdachte 1] spreekt uit dat er iets aan de hand zal zijn en dat de Belgen ‘hem hebben afgepakt’. De verdachte zegt daarop dat medeverdachte [medeverdachte 11] maar een paar ‘barkie’ bij had. [medeverdachte 1] zegt tegen de verdachte dat hij medeverdachte [medeverdachte 11] te veel alleen laat. Mede in aanmerking genomen dat het een feit van algemene bekend is te achten dat ‘barkie’ straattaal is voor ‘honderd euro’, heeft het desbetreffende gesprek, naar het oordeel van het hof, overduidelijk betrekking op de verkoop/handel in verdovende middelen en volgt daaruit dat tussen de verdachte en de medeverdachten sprake was van een onderlinge samenwerking, waarbij de inhoud van dit desbetreffende gesprek bovendien niet anders kan worden begrepen dan dat medeverdachte [medeverdachte 1] de (mede)verdachte(n) aanstuurt en hij de verdachte verwijt dat hij in diens rol, bestaande in het op enigerlei wijze bijstaan en/of helpen van medeverdachte [medeverdachte 11] bij het verkopen van cocaïne, is tekortgeschoten.



Doch het dossier bevat meer tapgesprekken waaruit volgt dat de verdachte een grotere rol had bij het bewezenverklaarde dan enkel die van dealer en dat sprake was een nauwe samenwerking tussen de verdachten. Zo werd er in andere getapte gesprekken onder meer gesproken tussen [medeverdachte 1] en de verdachte over het regelen van telefoons en simkaarten voor de verdachte. Ook moest de verdachte zorgen dat de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 11] , die vermoedelijk bij de politie lag, werd teruggehaald. Uit een gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en de verdachte komt naar voren dat verdachte een sleutel naar [medeverdachte 1] wil brengen, waarop [medeverdachte 1] vraagt waarom die naar hem moet omdat hij kan de sleutel toch aan [medeverdachte 9] (medeverdachte [medeverdachte 9] ) kan geven, want die komt toch om de telefoon op te halen. De verdachte zegt tevens dat hij het nummer van [medeverdachte 11] ( [medeverdachte 11] ) aan [medeverdachte 9] gaat geven voor als hij niet kan. Tevens komt uit een gesprek tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] van 18 december 2016 naar voren dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11] de dag ervoor samen waren. Verder volgt uit de gesprekken tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] dat [medeverdachte 11] op maandag 2 januari 2017 te weinig afnemers zou hebben geholpen. Hierbij meldt [medeverdachte 1] tevens dat de zaken bij [medeverdachte 9] beter verliepen. Ten slotte volgt uit meerdere gesprekken dat [medeverdachte 1] (potentiële) afnemers doorverwijst naar de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11] . Medeverdachte [medeverdachte 1] had daarnaast tezamen met de verdachte een aansturende rol in het regelen van vervanging bij afwezigheid van de verdachte en zijn medeverdachten. Zo wordt er door [medeverdachte 1] met [medeverdachte 9] gesproken over het overnemen van de dealtelefoon op het moment dat de verdachte op vakantie ging. [medeverdachte 1] instrueert de verdachte vervolgens om de sleutel en telefoon aan [medeverdachte 9] af te geven, in ieder geval tot verdachte weer terug is. Later blijkt dat de dealtelefoon bij afwezigheid van medeverdachte [medeverdachte 11] overgenomen is door de verdachte. In dit verband wijst het hof tevens op de verklaring van getuige [getuige] die verklaard heeft dat medeverdachte [medeverdachte 9] hem het nieuwe nummer van de dealtelefoon kwam brengen. Volgens de getuige zei [medeverdachte 9] dat hij het nummer in opdracht van [medeverdachte 12] (het hof begrijpt: de verdachte, gelet op de aan de getuige getoonde foto van verdachte) kwam brengen. Veelzeggend voor de betrokkenheid van verdachte acht het hof voorts nog de verklaring van getuige [medeverdachte 14] , die verklaard heeft dat op de momenten dat hij drugs kocht van medeverdachte [medeverdachte 1] , de verdachte daar altijd bij was. Aldus en resumerend was de samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten – in het bijzonder die tussen [medeverdachte 1] en de verdachte – erop gericht om gedurende geruime tijd een grote klantenkring structureel van cocaïne te voorzien en te bewerkstelligen dat de verkoop daarvan ononderbroken doorgang kon vinden.



Dat de verdachte en de medeverdachte(n) ieder afzonderlijk voor eigen rekening en risico drugs zouden hebben gedeald, zoals ten verwere is aangevoerd, wordt aldus weersproken door de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, waarbij de in geheel niet onderbouwde, blote stelling van de verdachte van het tegendeel ook overigens bij gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting op geen enkele wijze aannemelijk is geworden.



Hoewel zulks zijdens de verdediging in hoger beroep niet is betwist, acht het hof, met de rechtbank, de verlengde uitvoer van cocaïne bewezen. Met de rechtbank overweegt het hof dat op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat er op tijdstippen in de bewezenverklaarde periode door de verdachte en de medeverdachten cocaïne is verkocht en geleverd aan afnemers die afkomstig en/of woonachtig waren in België. De ontmoetingen vonden weliswaar vaak plaats in Hulst en omstreken, maar uit de gesprekken blijkt dat zij doorgaans speciaal uit België naar Nederland kwamen om cocaïne te kopen. Er werd door de Belgische afnemers gebruik gemaakt van een Belgisch telefoonnummer en er kwamen Belgische afnemers naar de ontmoetingsplek met een auto met een Belgisch kenteken. Door in de grensstreek regelmatig (meer dan een gebruikershoeveelheid aan) cocaïne te verkopen aan afnemers met een Belgisch telefoonnummer en een Belgisch kenteken, bestond er een aanmerkelijke kans dat de afnemers in België woonachtig waren en terug zouden gaan naar België met de cocaïne om deze aldaar te gebruiken. Door onder deze omstandigheden aan deze personen cocaïne te verkopen heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de cocaïne buiten het grondgebied van Nederland zou worden gebracht. Aldus heeft de verdachte (minst genomen) voorwaardelijk opzet gehad op de verlengde uitvoer van cocaïne. Gelet op het voorgaande is het hof met de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan de verlengde uitvoer van cocaïne.



Het hof verwerpt mitsdien de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen.



Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.





Strafbaarheid van het bewezenverklaarde




Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:




Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, telkens meermalen gepleegd.




Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:




opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.




Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.




Strafbaarheid van de verdachte




Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.





Op te leggen straf




De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met – naar het hof begrijpt – aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.



De verdediging heeft – onder verwijzing naar het (forse) tijdsverloop in deze zaak, de omstandigheid dat de redelijke termijn zowel in de fase van eerste aanleg als in hoger beroep is overschreden en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – het hof verzocht om tot een lagere strafoplegging te komen dan de rechtbank.



Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.



Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich samen met zijn mededaders schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – de verkoop van cocaïne. De verdachte heeft samen met zijn mededaders gedurende geruime tijd cocaïne gedeald in Zeeuws-Vlaanderen. Een deel van de afnemers van de drugs was afkomstig uit en/of woonachtig in België en zij hebben de door hen gekochte drugs meegenomen naar België. Door aldus te handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachten zich eveneens schuldig gemaakt aan de verlengde uitvoer van cocaïne naar België. Ter beoordeling van de ernst van het door de verdachte gepleegde feit, neemt het hof voorts in aanmerking dat de verdachte, samen met medeverdachte [medeverdachte 1] , een sleutelpositie had. De verdachte en [medeverdachte 1] hadden een coördinerende en leidinggevende rol. Daarnaast is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij een hoeveelheid cocaïne voorhanden heeft gehad. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit, welk circuit een ontwrichtende werking heeft op de samenleving. Het is algemeen bekend dat de handel in hard- en softdrugs gepaard gaat met (zware) criminaliteit, gevaar voor de omgeving en milieuschade. Bovendien gaat er van drugshandel een ondermijnend en corrumperend effect uit. Het gebruik van drugs heeft ook nadelige maatschappelijke gevolgen zoals gezondheidsschade voor de gebruikers. De verdachte heeft zich van de negatieve gevolgen van zijn handelen onvoldoende rekenschap gegeven en heeft met zijn strafbare handelen, kennelijk met het oog op persoonlijk financieel gewin, de instandhouding van het criminele drugscircuit bevorderd. Dit wordt het hem door het hof aangerekend.



Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 januari 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat de verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld, waaronder in 2015 in België ter zake van verdovende middelen.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte in dat verband naar voren gebracht dat hij fulltime werkt als kapper. Van het inkomen dat hij daarmee verdient, kan hij goed rondkomen. Er is geen sprake van schulden.



Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en verdachtes rol daarbij, het justitiële verleden van de verdachte alsmede in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die de onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Alles afwegende acht het hof in beginsel dan ook oplegging van een gevangenisstraf voor duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.



Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak evenwel nog het volgende.



Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld, alsmede dat de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaren nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.



Het hof stelt vast dat de redelijke termijn in de fase van eerste aanleg is overschreden. De redelijke termijn in eerste aanleg is aangevangen op 20 januari 2017, te weten de dag waarop de verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank heeft op 14 oktober 2021 vonnis gewezen. Derhalve is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van 2 jaar en ruim 8 maanden. Daarnaast is het hof gebleken dat ook de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is immers op 18 oktober 2021 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof heden – op 10 april 2025 – en derhalve niet binnen twee jaar na het instellen van het hoger beroep – arrest wijst. De redelijke termijn in hoger beroep is hierdoor met 1 jaar en ruim 5 maanden overschreden. De totale overschrijding bedraagt dus 4 jaar en 3 maanden. Van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld is naar het oordeel van het hof geen sprake. Het hof zal de overschrijding ten faveure van de verdachte verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof de gevangenisstraf voor een gedeelte, te weten 3 maanden, voorwaardelijk zal doen zijn.



Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.






Beslag




Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat gedurende het vooronderzoek onder de verdachte een notitieboekje in beslag is genomen.



De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.



Het notitieboekje wordt door het hof verbeurd verklaard, in aanmerking genomen dat het een voorwerp betreft met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan. In het notitieboekje stonden immers contactgegevens (namen en/of nummers) van de afnemers van de cocaïne genoteerd.





Toepasselijke wettelijke voorschriften




De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.






BESLISSING


Het hof:



verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraakbeslissing ter zake van het onder feit 3 tenlastegelegde;



vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:



verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan;



verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;



verklaart het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;



veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;



bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;



beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;




verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK boek (telefoonboek).















































Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. T. van de Woestijne en mr. A.C. van der Schans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,
en op 10 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.



Mr. Van der Schans voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.