Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2023:975
2023-03-14
Civiel recht; Verbintenissenrecht
200.272.095_01 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Brand in woning met hennepkwekerij op zolder. Vordering tegen verzekeraar tot uitkering onder inboedelverzekering en ongedaanmaking van tegen verzekeringnemer getroffen maatregelen. Tegenvordering tot vergoeding van kosten voor onderzoek. Hennepkwekerij met toebehoren oorzaak van de brand? Opzet tot misleiding van verzekeraar bij verzekeringnemer?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.962 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.272.095/01
arrest van 14 maart 2023 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 31 januari 2023
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant]
advocaat: mr. S.C. Leinders te Echt,
tegen:
Achmea Schadeverzekeringen N.V., h.o.d.n. Interpolis,
Gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Interpolis,
advocaat: mr. drs. J.E.G. Joosten te ‘s-Hertogenbosch.
Bij brief van 7 februari 2023 heeft mr. Joosten aan de griffier van het hof bericht dat in het hiervoor bedoelde arrest van 31 januari 2023 een kennelijke verschrijving is geslopen. Mr. Joosten verwijst daartoe naar het dictum onder 7.5. Daar staat:
“verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de onder 7.3 uitgesproken kostenveroordeling;”
Mr. Joosten wijst er in haar brief op dat de kostenveroordeling in het dictum onder 7.4 staat.
Bij brief van 16 februari 2023 is mr. Leinders in de gelegenheid gesteld zich binnen de daarin genoemde termijn van twee weken namens [appellant] uit te laten over het verzoek van mr. Joosten. Mr. Leinders heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Het hof is van oordeel dat mr. Joosten terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout. Het dictum van het arrest van 31 januari 2023 bevat onder 7.3 immers geen kostenveroordeling; het dictum bevat alleen onder 7.4 een kostenveroordeling. Het arrest van 31 januari 2023 bevat daarmee inderdaad de door mr. Joosten onder de aandacht gebrachte verschrijving.
Het hiervoor bedoelde arrest van 31 januari 2023 zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.
Het hof:
Bepaalt dat in onderdeel 7.5 van het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 31 januari 2023 de verwijzing naar 7.3 moet worden verbeterd en gewijzigd in een verwijzing naar 7.4, zodat onderdeel 7.5 dient te luiden:
“verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de onder 7.4 uitgesproken kostenveroordeling;”.
Bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 14 maart 2023 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 31 januari 2023.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, B.E.L.J.C. Verbunt en M.E. Bruning en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 maart 2023.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.272.095/01
arrest van 14 maart 2023 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 31 januari 2023
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant]
advocaat: mr. S.C. Leinders te Echt,
tegen:
Achmea Schadeverzekeringen N.V., h.o.d.n. Interpolis,
Gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Interpolis,
advocaat: mr. drs. J.E.G. Joosten te ‘s-Hertogenbosch.
Bij brief van 7 februari 2023 heeft mr. Joosten aan de griffier van het hof bericht dat in het hiervoor bedoelde arrest van 31 januari 2023 een kennelijke verschrijving is geslopen. Mr. Joosten verwijst daartoe naar het dictum onder 7.5. Daar staat:
“verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de onder 7.3 uitgesproken kostenveroordeling;”
Mr. Joosten wijst er in haar brief op dat de kostenveroordeling in het dictum onder 7.4 staat.
Bij brief van 16 februari 2023 is mr. Leinders in de gelegenheid gesteld zich binnen de daarin genoemde termijn van twee weken namens [appellant] uit te laten over het verzoek van mr. Joosten. Mr. Leinders heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Het hof is van oordeel dat mr. Joosten terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout. Het dictum van het arrest van 31 januari 2023 bevat onder 7.3 immers geen kostenveroordeling; het dictum bevat alleen onder 7.4 een kostenveroordeling. Het arrest van 31 januari 2023 bevat daarmee inderdaad de door mr. Joosten onder de aandacht gebrachte verschrijving.
Het hiervoor bedoelde arrest van 31 januari 2023 zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.
Het hof:
Bepaalt dat in onderdeel 7.5 van het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 31 januari 2023 de verwijzing naar 7.3 moet worden verbeterd en gewijzigd in een verwijzing naar 7.4, zodat onderdeel 7.5 dient te luiden:
“verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de onder 7.4 uitgesproken kostenveroordeling;”.
Bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 14 maart 2023 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 31 januari 2023.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, B.E.L.J.C. Verbunt en M.E. Bruning en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 maart 2023.
griffier rolraadsheer