Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2014:3572
2014-09-09
Civiel recht
HD 200.129.805_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
effectenlease-overeenkomst en tussenpersoon. Openstellen tussentijds cassatieberoep
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2016:35 Parket bij de Hoge Raad 05-02-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (2.512 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.129.805/01
arrest van 9 september 2014
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 10 juni 2014, op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, locatie Middelburg gewezen vonnis
van
15 april 2013.
6Het arrest van 10 juni 2014
6.1.
Bij genoemd arrest heeft het hof [geïntimeerde] toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat 1. Spaar Select [geïntimeerde] heeft geadviseerd met betrekking tot het onderhavige effectenleaseproduct van Dexia; en 2. dat Dexia wist, althans behoorde te weten dat Spaar Select [geïntimeerde] heeft geadviseerd met betrekking tot het onderhavige effectenleaseproduct van Dexia.
6.2.
Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden.
7Het verzoek
7.1.
Bij brief van 28 augustus 2014, ingekomen ter griffie van het hof op 28 augustus 2014, heeft [geïntimeerde] het hof verzocht de uitspraak van 10 juni 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
7.2.
Bij brief van 2 september 2014, ingekomen ter griffie op 2 september 2014, heeft Dexia tegen het verzoek van [geïntimeerde] bezwaar gemaakt.
7.3
Bij brief van 2 september 2014, ingekomen op 2 september 2014, heeft [geïntimeerde] zijn verzoek nader gemotiveerd.
8De beoordeling van het verzoek
8.1.
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 10 juni 2014.
9De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 10 juni 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, S. Riemens en P.M. Arnoldus-Smit en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 september 2014.
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.129.805/01
arrest van 9 september 2014
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 10 juni 2014, op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, locatie Middelburg gewezen vonnis
van
15 april 2013.
6Het arrest van 10 juni 2014
6.1.
Bij genoemd arrest heeft het hof [geïntimeerde] toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat 1. Spaar Select [geïntimeerde] heeft geadviseerd met betrekking tot het onderhavige effectenleaseproduct van Dexia; en 2. dat Dexia wist, althans behoorde te weten dat Spaar Select [geïntimeerde] heeft geadviseerd met betrekking tot het onderhavige effectenleaseproduct van Dexia.
6.2.
Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden.
7Het verzoek
7.1.
Bij brief van 28 augustus 2014, ingekomen ter griffie van het hof op 28 augustus 2014, heeft [geïntimeerde] het hof verzocht de uitspraak van 10 juni 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
7.2.
Bij brief van 2 september 2014, ingekomen ter griffie op 2 september 2014, heeft Dexia tegen het verzoek van [geïntimeerde] bezwaar gemaakt.
7.3
Bij brief van 2 september 2014, ingekomen op 2 september 2014, heeft [geïntimeerde] zijn verzoek nader gemotiveerd.
8De beoordeling van het verzoek
8.1.
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 10 juni 2014.
9De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 10 juni 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, S. Riemens en P.M. Arnoldus-Smit en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 september 2014.