Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Gravenhage

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9977

2011-05-17 Civiel recht 200.083.842-01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Uitspraakdatum
2011-05-17
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.083.842-01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontslag van instantie, appellant heeft griffierecht niet tijdig betaald.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.990 tekens)
Gerechtshof ‘s-Gravenhage
Sector Civiel recht



zaaknummer gerechtshof: 200.083.842/01
zaaknummer rechtbank ’s-Gravenhage: 382329 / KG ZA 10-1550


arrest d.d. 17 mei 2011

inzake


UITVAART BEHEERMAATSCHAPPIJ NEDERLAND B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
appellante,
advocaat: mr. H.J. Smit te Rotterdam,


tegen:


[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.P. van Ginkel te ’s-Gravenhage.



Het geding

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 januari 2011.

Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.

Appellante heeft de zaak aangebracht. Voor appellante heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.

De zaak is op 15 maart 2011 aangehouden tot de rol van 19 april 2011 voor: Afwachten griffierecht appellante.

Appellante heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.

In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 19 april 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.

De motivering van de beslissing


1. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 15 maart 2011. Volgens art. 3 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellant ervoor zorgen dat binnen vier weken na 15 maart 2011, dus uiterlijk 12 april 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Appellante heeft op 27 april 2011 het verschuldigde griffierecht betaald.
Dit is dus te laat.




2. Van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127 lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, is niet gebleken.
Nu appellante niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde
overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.


De beslissing


Het hof:

- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,

- veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 1.769,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.


Dit arrest is gewezen door mr A.A. Schuering, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2011.