Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Leeuwarden

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5124

2010-08-24 Civiel recht 200.046.573/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Uitspraakdatum
2010-08-24
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.046.573/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN BM 1464.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.558 tekens)
Arrest d.d. 24 augustus 2010
Zaaknummer 200.046.573/01


HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:


[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. S.S. Ilahi, kantoorhoudende te Groningen,



tegen



Stichting Nijestee,
gevestigd te Groningen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: de stichting,
advocaat: mr. H.J.M. Janssen, kantoorhoudende te Groningen.



De inhoud van het tussenarrest d.d. 13 april 2010 wordt hier overgenomen. In dat arrest heeft het hof overwogen dat [appellant], in verband met het over zijn goederen ingestelde bewind, niet bevoegd is om in deze zaak zelf te procederen, zodat hij in beginsel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het door hem ingestelde appel. Het hof heeft [appellant] echter in de gelegenheid gesteld om dit bevoegdheidsgebrek te herstellen door hetzij een bewijs van instemming van de bewindvoerder met het voeren van de appelprocedure, hetzij een machtiging van de kantonrechter over te leggen. Het hof heeft de zaak daartoe verwezen naar de rol van 11 mei 2010 voor het nemen van een akte door [appellant].

Het verdere procesverloop

Noch ter rolle van 11 mei 2010, noch (na aanhouding) ter rolle van 25 mei 2010 en 22 juni 2010 is een akte genomen. De zaak is vervolgens, met partij peremptoir, verwezen naar de rol van 6 juli 2010. [appellant] heeft ook op die datum geen akte genomen, waarna, zoals door de stichting was gevraagd, op die datum akte van niet dienen is verleend.

Ten slotte heeft de stichting de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Nu [appellant] niet alsnog een bewijs van instemming door de bewindvoerder met het voeren van deze appelprocedure, dan wel een machtiging van de kantonrechter heeft overgelegd, dient hij om de in het tussenarrest vermelde redenen niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep.

2. [appellant] moet worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij. Het hof zal hem dan ook veroordelen in de kosten van het geding in appel (geliquideerd salaris van de advocaat: 1 punt, tarief II). Omdat het vonnis in eerste aanleg - dat een proceskostenveroordeling ten laste van [appellant] bevat - niet wordt vernietigd, heeft de stichting geen belang bij een beslissing inzake de proceskosten in eerste aanleg, zoals door haar gevorderd.

3. Het hof ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding om ambtshalve toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 245 Rv.


De beslissing:

Het gerechthof:


verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn appel tegen het vonnis van 4 september 2009, gewezen door de voorzieningenrechter van de rechtbank [woonplaats];
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot deze kosten, voor zover tot op heden aan de zijde van de stichting gevallen, op
€ 313,00 aan verschotten en op € 894,00 aan geliquideerd salaris voor de advocaat;


wijst het door de stichting meer of anders gevraagde af.


Aldus gewezen door mrs. Mollema, Fikkers en De Hek, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 24 augustus 2010 in bijzijn van de griffier.